Tour: knecht geniet van dag in schijnwerper

In 2004 maakte Marc Lotz drie keer deel uit van een kopgroep in de Tour. Geen idee wat ik hier zit te doen eigenlijk, dacht de Limburger toen.

Lotz was een knecht, eentje die het winnen verleerd was. Eigenlijk zoals Koos Moerenhout, 34 jaar, en in deze Tour de France rechterhand van Denis Mentsjov. Woensdag raakte hij verzeild in een kopgroep van twaalf renners waarvan er in Foix na 167,5 kilometer vier mochten sprinten om de dagzege. Kurt-Asle Arvesen won, Moerenhout werd vierde. ‘Ik heb nu eenmaal geen snelle benen’, zei hij droogjes.

Iets moois
Het doel was in eerste instantie ook niet de etappe te winnen. Moerenhout sprong mee met de kopgroep omdat hij op die manier nuttig werk kon verrichten als zijn kopman daar om zou vragen. Met de col de Portel, een berg van eerste categorie op 50 kilometer voor de streep, was er een kans dat er zich problemen voor zouden doen. ‘Maar je denkt toch: misschien komt er iets moois van.’

(tekst loopt door onder video)
]]>

Moerenhout was in de ochtenduren door de ploegleiding niet eens aangewezen om mee op avontuur te gaan. Maar de renner uit Achthuizen stak brutaal zijn vinger op tijdens de ploegbespreking. Hij wilde het ook wel eens proberen. Het was een uitgelezen dag voor knechten die eens op de voorgrond wilden treden. Gold immers niet hetzelfde voor Arvesen die in de voorhoede waakte over de belangen van Frank Schleck en Carlos Sastre?

Niet vaak
Zo vaak komt Moerenhout niet in de positie dat hij zich in de Tour aan het grote publiek kan tonen. Een keer bevond hij zich in zijn carrière in een vergelijkbare positie, bij zijn debuut in 1998. Nardello won de etappe, Moerenhout werd zesde en laatste van de kopgroep.

Dat jaar was hij, als 24-jarige debutant, meesterknecht van Michael Boogerd. Hij reed ondanks de vermoeidheid drie weken lang met pretoogjes rond. ‘Koos is een man met mogelijkheden’, sprak zijn toenmalige ploegleider Theo de Rooij lovend. ‘Hij zal wel als persoonlijkheid moeten groeien.’

‘Voorlopig ken ik mijn plaats, maar ik hoop over een aantal jaren ook zelf een beetje voor het klassement te gaan rijden’, zei Moerenhout zelf in Carpentras.

Het is er nooit van gekomen. Tien jaar na zijn debuut in de Franse ronde is Moerenhout nog altijd een gewaardeerde knecht. Twee jaar geleden stuurde hij Floyd Landis naar de eindzege in de Tour, vorig jaar hielp hij Mentsjov in de gouden trui in de Vuelta.

Schijn bedriegt
Het bestaan van een knecht lijkt in een grote ronde eenvoudiger dan dat van een kopman. Schijn bedriegt. De kopman staat onder grotere druk, maar de knecht moet vanaf de eerste etappe zijn eigen ambities overboord gooien. Dat is veel gevraagd van een sportman.

‘We komen pas op de voorgrond als Mentsjov uitpakt. Pakt hij niet uit, dan is de kans groot dat je ons de hele ronde niet hebt gezien’, reageerde Moerenhout op de kritiek dat de Nederlanders in de eerste week van de Tour nauwelijks in beeld waren. Moerenhout is de wegkapitein bij Rabobank.

In het presentatieboek van zijn werkgever staat hij gerangschikt als klassiekerspecialist. Daar reed hij er dit seizoen maar één van. ‘En ik word ook niet zo betaald.’

Moerenhout klaagt zelden, maar het verschil tussen de salarissen van de kopman en de knecht is levensgroot, zegt hij. ‘Het is niet altijd terecht. Je doet er evenveel voor als de kopman. Als je een echt team bent, zou er niet zo’n groot gat tussen moeten zitten.’

In de belangstelling
Ook de knecht staat graag in de belangstelling, zei hij vorig jaar nadat hij voor het eerst in zijn carrière Nederlands kampioen werd. Het was de kroon op zijn carrière. Anders dan Lotz had hij zich daardoor woensdag ook niet bij voorbaat neergelegd bij een nederlaag. ‘Als je meezit kun je ook winnen.’

Voor een renner met zes serieuze zeges op een palmares dat een carrière van twaalf jaar beslaat, reed hij eigenlijk een opmerkelijk koelbloedige finale. Hij deed alles goed, alleen verzuimde hij op het moment dat hij op ruim een kilometer voor de streep aansluiting vond met Arvesen, Elmiger en Ballan zijn laatste en beslissende demarrage te plaatsen.

Moerenhout wilde wel, maar kon niet meer. ‘Ik zag wel dat het moment daar was, alleen beslisten de benen anders.’

In de sprint wist hij zich kansloos. Net als Lotz vier jaar geleden. Maar dat hij in de kopgroep, zoals de Limburger zijn tijd had verdaan, lachte hij weg. ‘Als renner is dit heel mooi. Maar het telt pas echt als je hebt gewonnen. Ik heb goed gereden, goed meegedaan, dat is alles.’

Raborenner in actie tijdens de elfde etappe van de Tour 2008. (AP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden