Tour de Corsica

De honderdste Tour de France mag dan volgende week op Corsica beginnen, op het bergeiland wordt zelden gefietst. Zonde, ontdekt Ana van Es: je hoeft geen wielrenner te zijn om er mooie tochten te maken.

De uitbaatster van het enige café in Vizzavona gaat ervoor uit het raam hangen. 'La chef' noemt zij zichzelf, en met ferme armen over de afgebladderde kozijnrand ziet ze er niet uit alsof ze snel onder de indruk is. Maar dit eist uitleg: mensen op een fiets. En dat in haar dorp, zo geraakt door de tijd dat rode korstmossen de muren opeten.


'Wat doen jullie hier?', vraagt ze. 'Normaal komen hier alleen wandelaars.' Waar zou je ook heen moeten fietsen, vraagt ze zich af. Toch zeker niet naar de vlakbij gelegen Col de Vizzavona, 2 kilometer verderop, op een hoogte van 1.163 meter?


Op het eerste gezicht lijkt Corsica een perfect eiland voor de sportieve fietser. De kustwegen bieden uitzicht op zee. Het binnenland doet alpien aan. De Col de Vizzavona geeft omhoog het gevoel dat hoort bij een klim - verzuurde benen, ergens in de zoveelste haarspeldbocht het gevoel dat de strijd zomaar kansloos kan zijn, dat je kunt stranden langs een ravijn vol maquis, het taaie struikgewas dat de rotsen overwoekert.


En na de overwinning: een afdaling langs hellingen met kastanjebomen - zowat de nationale boom van Corsica - dwars door een gehucht waarvan de laatst overgebleven winkel gespecialiseerd is in ham en wijn. Een oudere man die omkijkt naar de mensen die zich op twee wielen naar beneden storten, en verbaasd 'bonjour' roept.


Geen wonder dat de 100ste Tour de France volgende week vertrekt vanaf Corsica. De tweede etappe voert langs dit parcours, dwars door het ruige binnenland, over de Col de Vizzavona, het hoogste punt dat de Tour passeert op dit eiland. De route is alvast gemarkeerd met sjablonen in witte verf, van een man op een fiets. Wegwerkers vernieuwen ijlings het asfalt voordat de wielerwedstrijd losbarst. '6 centimeter eraf, 6 er weer op', vertelt wegwerker Henri Renucci voordat hij terugloopt naar de wals.


Maar de Tour vormt voor het eiland een lakmoesproef. Want hoe fietsvriendelijk is Corsica eigenlijk? Hoe mooi het eiland ook mag zijn, gefietst wordt hier zelden. Corsica is het meest bergachtige eiland in de Middellandse Zee. Het dramatische rotslandschap geldt als nagenoeg ontoegankelijk voor tweewielers. Zowel inwoners als toeristen beperken zich liever tot de auto.


Aan de vooravond van de Tour, die hier het fietstoerisme zou kunnen stimuleren, ontbreekt het op het eiland aan huurfietsen en fietspaden. Wie de VVV binnenstapt in Bastia, de tweede stad van het eiland, krijgt na lang aarzelen een reclamefolder in handen gedrukt voor georganiseerde mountainbiketochten. Corsicanen zien fietsen als een gevaarlijke sport, alleen te beoefenen in groepsverband en onder deskundige begeleiding.


Zelfs de man die speciaal is aangesteld om het fietstoerisme op Corsica te promoten, Olivier Leonetti, gelooft er niet in. 'Veel gefietst wordt hier niet', verzucht hij, prikkend in een bordje gerookte varkensham, een lokale delicatesse. 'En na de Tour zal dat ook niet veranderen. De meeste vakantiegangers willen gewoon niet zoveel stijgen en dalen.'


Toegegeven: aan de bergen in het hoge binnenland begin je liever niet zonder enige klimervaring en een behoorlijke racefiets. Leonetti is zelf een wielrenner. En zeker, hij heeft fietsvrienden op Corsica. Gaan ze samen naar de Alpen, de Pyreneeën. Beklimmen daar de bergen die iedereen kent, waarvan de overwinning tenminste als een verhaal klinkt. Zeg nou zelf: ooit gehoord van de Col de Vizzavona?


Op die berg staat nu dus slechts één eenzame vakantiefietser, met een lekke band: de 17-jarige Leo Pontier uit Canada. Hij doorkruist het eiland op een tweedehandsfiets, die hij via internet kocht. Op de bagagedrager is zijn tentje gebonden, 's nachts kampeert hij in het wild. In acht dagen is hij zo het halve eiland rondgereden. Maar het vervangen van zijn band wordt nu een probleem. Beteuterd: 'Ik heb maar één bandenlichter.'


Wanneer de Tour straks voorbij is, verdwijnt Corsica voor fietsers onherroepelijk opnieuw in de vergetelheid. Zonde. Want dit eiland heeft sportieve vakantiegangers veel te bieden, ontdek ik als ik de fiets leen van hoteleigenaar Jean Baptiste Pieri in de hoofdstad Ajaccio en eropuit trek. 'Ik fiets er zelf eigenlijk nooit op', bekent hij terwijl hij het rijwiel laat afstoffen. 'Het komt er niet van.'


Zo kan fietsen op Corsica ook zijn: een gemoedelijk stijgende weg met uitzicht over de baai van Ajaccio, toevallig een stukje van de derde etappe van de Tour de France. Na de Col de Listincone (230 meter) biedt elke volgende bocht omhoog een verrassing: tussen de rotsen door is er een nieuw uitzicht op de zee in de diepte. Meestal slaat de branding tegen de rotsen. Later is er een geel strand, met bijna onzichtbare stipjes badgasten.


Dit rondje - 60 kilometer door het achterland van Ajaccio, hoogste punt 612 meter - komt uit de gids La France à Velo: Corsica, een antiquarisch exemplaar uit de collectie van Leonetti. Boordevol prachtige fietsroutes. Trajecten geschikt voor wielrenners hunkerend naar de confrontatie met een berg, maar vooral ook voor gewone mensen die 's middags nog energie willen overhouden voor een duik in zee of een wandeling door het oude stadscentrum. 'Deze gids wordt niet meer uitgegeven', zegt Leonetti.


Een initiatief om het boekwerk te vervangen door een internetsite ligt eveneens stil. Toeristen kiezen in Frankrijk immers massaal voor streken met vlakke fietspaden: de Loire, de Bourgogne. Voor fietsen op Corsica is geen markt.


Wie hier wil fietsen, moet niet bang zijn om hoogtemeters te maken. Maar daar hoef je allerminst een wielrenner in strak lycra op een carbonframe voor te zijn. Ter illustratie: de fiets van Pieri is een, nu ja, vage hybride. Niet eens gekocht bij een professionele fietsenwinkel, maar bij sportwarenhuis Decathlon. De versnelling hapert. Toch kom ik er prima mee boven, want erg steil wordt het nergens.


Wie het in Zuid-Limburg zonder elektrische trapondersteuning 100 kilometer volhoudt, kan het gerust ook proberen op de kustweggetjes van Corsica. Voor het geval de bovenbenen toch een beetje gaan aanvoelen als lauwwarme pap: knabbel op een noodvoorraad camistrelli - plaatselijke biscuitjes - en geniet van het uitzicht. Bijvoorbeeld op de Col de Bastiano, bij een okerkleurig kapelletje en daarachter weer de zee.


Op Corsica is fietsen nog pionieren. Verwacht geen bewegwijzerde routes met nummers en gekleurde borden, maar zorg zelf voor een degelijke kaart. Fietspaden zijn er nauwelijks. Rond steden geeft dat problemen: tussen het langsrazende verkeer in Ajaccio blijk je soms nog het beste de busbaan te kunnen gebruiken. De stad verlaten kan eigenlijk alleen door een stukje de Route Nationale, de plaatselijke snelweg, mee te pakken.


Maar zodra de weg langs de kust gaat kronkelen, vallen de auto's weg. Vlak voor het middeleeuws aandoende gehucht Cannelle hobbelt een wild zwijn uit het bos. In andere verlaten dorpen, met kerktorens die dienst zouden kunnen doen als fort, zijn de enige passanten straathonden die lui op het marktplein liggen te zonnen. Soms draven ze een eindje blaffend mee met iets dat ze niet elke dag zien: een langsrijdende fiets.


'In de zomer komen hier vaker fietsers', had de uitbater bij het barretje vlak onder de Col de Listincone me verzekerd. Volg deze weg een paar uur en je komt bij de beroemde Calanches van Piana, waar de rotsen die de zee omringen roodgekleurd zijn. 'Dit is een erg populaire route.' Maar het is nog voorseizoen, en ik kom de hele middag niemand tegen.


Tijdens de lange afdaling terug naar Ajaccio valt het uitzicht weg door een dicht bos. Dat is maar goed ook, want ik heb al mijn aandacht nodig bij de weg. Het asfalt gaat plotseling over in een netwerk van diepe groeven, breed genoeg om een fietsband in gevangen te houden. De remmen van mijn Decathlon-fiets blijken bestand tegen een noodstop. Daarna verbetert de weg. De zee wordt weer zichtbaar.


Charmante kustweggetjes waar je kunt fietsen zonder je laatste krachten te geven, zijn er veel op Corsica, zegt de jonge Canadees Leo Pontier. Als je maar goed zoekt. Zoals de kustlijn vlak voor Ile Rousse, waar de veerboten van het Franse vasteland arriveren. Wat hem betreft het mooiste stukje van het eiland op de fiets. 'Kleine weggetjes, heel erg kronkelig, maar lang niet zo steil als in het binnenland.'


'Ik wist helemaal niet dat het mogelijk was om daar te fietsen', zegt Stéphane Orsoni van het Corsicaanse toerismebureau als ik vertel over de tocht door het achterland van Ajaccio. Hij kent de weg en vindt hem steil. Misschien, peinst hij dan, komt de afwezigheid van een fietscultuur niet alleen door de hoge bergen. 'Op Corsica houden wij gewoon meer van snelle auto's en motoren.'


Er is trouwens één weg die onder sportieve inwoners wel degelijk populair is om te fietsen: de vlakke weg van Ajaccio naar de Tour de la Parata, een fort en drie eilandjes in zee. Mannen op racefietsen draaien hier hun rondjes. Het is een fietstocht van niks - nauwelijks 10 kilometer. Maar hij eindigt bij het mooiste uitkijkpunt van het hele eiland.


VLUCHT EN VEERBOOT

Zowel inwoners als toeristen wandelen liever op Corsica dan dat ze de fiets nemen. Hier een uitzicht tijdens de hikingroute Mare a Mare Sud 1. Tweedehandsbeeldjes, langoustines en plaatselijke kazen op een markt in Porto Vecchio in het zuidoosten van het eiland 2 3 4. Wie toch een tweewieler wil gebruiken, moet niet bang zijn hoogtemeters te maken. Maar met een eenvoudige hybride kom je al een eind 5.

In het zomerseizoen vliegt Transavia rechtstreeks vanuit Amsterdam naar Ajaccio (minimaal 280 euro retour). Vluchten zijn ook mogelijk met een overstap in Nice (o.a. KLM). Tal van veerbootdiensten verbinden Marseille, Nice en Toulon met Corsica. Vaartijd varieert van drie tot vijftien uur. Ook vanuit Italië zijn overtochten mogelijk. De fietsinfrastructuur op Corsica is gebrekkig. Sommige hotels verhuren fietsen. In Bastia en Ajaccio zijn mountainbikes te huur. Maar wie verzekerd wil zijn van een goede fiets neemt die zelf mee, bij voorkeur een lichte hybride met minimaal 21 versnellingen of een racefiets. Het eiland kent een handvol fietsenzaken die reparaties kunnen uitvoeren. In juli en augustus kunnen de wegen erg druk zijn, maar in het voor- en naseizoen kom je soms nauwelijks verkeer tegen.

RONDE VOOR HET EERST OP CORSICA

Volgende week begint in Bastia de 100ste editie van de Tour de France. Dit is de eerste keer dat deze Corsica aandoet. Op het eiland is nog altijd een politieke beweging

actief die afscheiding van Frankrijk beoogt. Maar volgens een woordvoerder van de Tour kwam het er nooit eerder van door logistieke problemen. 'Op een eiland is het lastiger om zoiets te organiseren dan op het vasteland.' Zo worden journalisten wegens gebrek aan hotelcapaciteit gehuisvest op speciale boten. Ook zijn de autoriteiten al maanden bezig om het wegdek langs het parcours te vernieuwen. Totale kosten: 4,5 miljoen euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden