Totdat de tekens oplossen in de mist

Sinds 1965 registreert Roman Opalka de vergankelijkheid op zijn manier: in getallen die losstaan van de datum. De schilder telt, met witte verf op een doek dat telkens één procent lichter wordt....

HET DORP IS net door de nacht overvallen als Roman Opalka in volle vaart de mini-rotonde van Tournon d'Agenais op komt draaien, abrupt afzwenkt en knipperend met zijn koplampen halt houdt voor het politiebureau. Uit zijn Peugeot ratelt de stem van een nieuwslezer, dan die van de kunstenaar zelf: verheugd dat zijn gasten het trefpunt konden vinden. Opalka stapt de parkeerplaats op, schudt handen en verdwijnt weer achter het stuur, om de visite naar zijn domein te loodsen, ettelijke kilometers buiten de bebouwde kom.

Zijn landgoed in het Zuid-Franse Bazérac ligt verscholen achter heuvels en bochtige wegen. Met Opalka wordt de dwaaltocht een gedramatiseerde documentaire: een inleiding op zijn reis door de tijd in de schilderkunst. De gids zit diep weggedoken in zijn auto, maar zijn witte haar verraadt zijn aanwezigheid. Het verandert hem in een schim die op zijn rode achterlichten vooruit snelt. Opalka rijdt midden op de verlaten weg, klimt en daalt, slingert tussen de velden door en stopt aan de voet van een stenen kolos, zijn manoir: 'Iets groter dan een huis, iets kleiner dan een kasteel.'

Het bouwsel is met de natuur vergroeid. Het rijst hoog op en het rust zwaar op de aarde, de stompe toren in dikke muren verzonken - een machtig silhouet dat onaangedaan de duisternis weerstaat. Maar binnenshuis is het licht en levendig, zodra de deur openzwaait.

Roman Opalka, de witte geest, wordt weer een mens van vlees en bloed, een gastheer die lacht en ruziet met de gastvrouw, omdat hij zijn bezoek nog maar nauwelijks heeft onthaald of het zit al bij haar aan tafel. Marie Madeleine oogt als een diva en gedraagt zich als een meer dan alerte muze. Ze heeft een feestmaal aangericht, haar zwarte haar opgestoken boven een koningsblauwe jurk, en ze is meteen bij het aperitief een gloedvol betoog begonnen over het werk van haar man: tijdens de volgende jaarwisseling zal het wereldwijd op televisie verschijnen.

'Er komen cameraploegen in huis en satellietverbindingen met Bazérac voor alle zenders die geen zin hebben om het jaar 2000 in te gaan met beierende klokken, ploppende champagnekurken en daverend vuurwerk.' Marie Madeleine glimt. 'Terwijl vliegtuigen de wereld rond zullen toeren met passagiers die het nieuwe millennium najagen - wat een absurditeit! - werkt Opalka gewoon door in zijn atelier. De uitzending begint in Australië. Met rustpauzes tussen het middernachtelijk uur in Frankrijk en Japan of Amerika, schildert hij het etmaal vol. Voor hem is het moment suprême er één in de reeks.'

Want de schilder vangt de tijd op zijn manier. Sinds 1965 registreert hij de vergankelijkheid in getallen die los staan van de datum. Opalka telt. Hij begon met de één, de twee, de drie en zo ging hij verder, voorbij aan de cyclus van de seizoenen, de kalender en de klok. Hij tilt de tijd over de jaren heen. De 2000 bereikte hij lang geleden, nog voor hij op de helft was van zijn eerste schilderij. Inmiddels is hij de vijf miljoen gepasseerd en nog telt hij door, met witte verf op een doek dat telkens één procent lichter wordt. Het gaat van zwart naar grijs naar wit, totdat de tekens oplossen in de mist - wit op wit.

'Het schilderij wordt een spiegel van het oneindige. Spiegels zijn blanco. Het is ons beeld dat er kleur aan geeft', volgens Opalka. Op het moment dat hij zijn stem verheft, reikt Marie Madeleine hem stralend een glinsterend beringde hand: om de ruzie definitief te beslechten en het woord voorlopig aan hem te laten.

Opalka is aan haar spraakwaterval gewaagd. 'Zoals wij de spiegels kleuren, zo zijn wij het ook die de tijd schematiseren. Het jaar 2000 is niet helemaal zonder betekenis, omdat het een grens markeert in de Westerse beschaving, maar die mijlpaal blijft het gevolg van een fictieve indeling met een praktische functie. Mijn werk is een emotionele manifestatie van de tijd. Haar ware duur en dynamiek zijn grenzeloos.

'Een mechanisch meetinstrument als de klok wijst zowel het verleden als de toekomst weg. Het repeteert de tegenwoordige tijd. Ik schilder nooit hetzelfde nummer, al herhaal ik nog zo vaak dezelfde cijfers. Elk getal is de weergave van een moment in een progressieve reeks, met een ongekende reikwijdte. Volgens Paul Valéry komen wij uit het niets en gaan we naar het niets. Dat is flauwekul. Een geschiedenis van miljarden jaren ligt achter ons. Wij komen uit de eeuwigheid en zijn ertoe veroordeeld.

'Daarom staat de één, en niet de nul, aan het begin van mijn werk. Het hier en nu, elk van mijn cijfers, is deel van een continue eenheid. De afzonderlijke schilderijen zijn slechts details, maar samen vormen ze de neerslag van een levensritme, dat van dag tot dag verandert. Zoals de lijnen in een gezicht, rimpels die zich verdiepen. Ik zoek niet de leegte, maar de volle omvang van het bestaan. Getal na getal, regel na regel, doek na doek, strekt de tijd zich uit. Het is een logisch proces, maar avontuurlijk en opwindend tot en met, want het behelst een duivelse inslag: niet ik, maar de dood zal het voltooien.

'Vroeg of laat neemt hij het van me over. De dood definieert het leven. Dat drama ligt in het concept besloten. Ik probeer te raken aan het oneindige, zonder het ooit te bereiken. Met het ouder worden stijgt de suspense: het besef dat de dood er niet is zolang ik er ben, en dat ik er niet meer ben, zodra de dood er is. Tot dat moment wijkt de horizon. Mijn schilderijen worden steeds schoner. Hoewel het absolute wit moeilijk te benaderen is, kom ik er na een opruiming van drieëndertig jaar toch dicht bij in de buurt.

'De mist trekt langzaam op. De cijfers die nu nog als wolkensluiers op het doek zweven, zullen bij het lichter worden van de ondergrond wegvallen voor het oog. Ik hoop dat de miljoenen, zo veel als een mens in zijn tijd kan tellen, met het zuivere wit versmelten. Dat mijn fysieke krachtsinspanning uitmondt in schilderijen met een mentale dimensie: heldere monochromen, waarin de grens tussen ruimte en tijd verdwijnt. Zo ontketen ik mezelf.

'Als ik een slaaf was van mijn concept, zou dat er anders uitzien. Dan zou ik me voegen naar de kalender, zoals On Kawara. Zijn date paintings zijn ondergeschikt aan de datum. Wanneer het middernacht slaat voor hij klaar is met een schilderij, vernietigt hij het. Hij heeft daar veel succes mee, maar ik moet er niet aan denken. Voor mij is de klok alleen een handig hulpmiddel in het sociale leven, bijvoorbeeld om de afspraak te kunnen maken dat ik vandaag rond zes uur 's avonds mijn gasten oppik bij het politiebureau.'

en drinken en praten tegelijk. Zijn woordenvloed wisselt hij af met het vullen van de glazen en het prijzen van een romige mosselsoep. Die werd alweer enkele gangen geleden door Marie Madeleine op tafel gezet, waarbij zij de volstrekt ongeloofwaardige rol van schroomvallige kokkin aannam. O nee, Nederlanders aan de dis! Natuurlijke fijnproevers van vis! Ze had een ander voorgerecht moeten kiezen! Opalka's compliment geeft een malicieuze wending aan het spel: 'Ze zullen zeggen: we gingen naar Frankrijk voor de kunst, maar maakten kennis met een keukenprinses.'

Hij lacht zich schouderschokken om haar reactie. 'Roman! Je weet hoe de vrouwen zijn. Ze roeren te pas en te onpas hun tong. Ik zou je moeten vermoorden. Jij koopt voor jezelf maar zo'n opblaaspop die voortdurend bereid is haar mond open te sperren zonder dat er ooit een woord over haar lippen komt. Mij ben je een bijou verschuldigd. Morgen vervoeg ik me bij de juwelier.' Nee, Opalka is geen kluizenaar, strevend naar onthechting. Hij had het al verteld: dat hij in zijn werk de wereld onthaalt, door als het ware een strip-tease van gedachten en gevoelens op te voeren voor het doek.

Opalka schildert zijn bestaan in cijferschrift. Hij verricht die monnikentaak niet in een isolement, maar als mens onder de mensen, luisterend naar het nieuws op de radio en tussendoor per telefoon in verbinding met de buitenwacht. Zijn gooi naar het verschiet is een poging de toekomst open te breken: de bij herhaling dood verklaarde schilderkunst van een eeuwigdurend perspectief te voorzien en uitzicht te verschaffen op een algehele wezensvrijheid. Zijn oeuvre is letterlijk een levenswerk. 'Mijn revolte tegen de tijd komt voort uit het verlangen naar ademruimte.'

In zijn schilderijen bevecht hij het verleden, waarin die ruimte hem goeddeels werd ontnomen. Opalka is de zoon van Poolse arbeiders die in Noord-Frankrijk hun geld verdienden in de kolenmijnen. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden zij in Duitsland te werk gesteld. Het kind sleet de jaren in een kampcel, alleen, vanaf zijn negende. Opalka weerstond het fascisme en het communisme. Hij begon zijn carrière in Polen. Nu hij 67 is, noemt hij zichzelf een bevrijde Sisyfus - ontsnapt aan de doem een immer terugrollende steen de berg op te moeten duwen.

Het dal ligt achter hem, en de kunstenaar klimt verder, over de hoogste toppen heen.

'Ik volvoer een absurd idee, dat niettemin een essentiële vraag stelt: die naar de reden van ons bestaan. Als we alle kolen konden zien die mijn vader heeft opgediept, zou dat zijn oeuvre zijn. Wat ik doe is nergens goed voor, behalve misschien voor het behoud van onze waardigheid. Ik wijd me aan een zelfverkozen plicht, uit solidariteit met de werkende wereld, en om de realiteit te bedwingen. Mijn inzet is het vergaren van voldoende tijd om naar buiten te kunnen kijken, naar de lucht te staren en in de hemel het oneindige te zien.

'Toen mijn vader stervensoud was en stram van kwalen, vroeg hij me eens hem bij de arm te nemen - ''want weet je Roman, ik zou zo graag wat op het balkon willen staan.'' Ik ben dat nooit vergeten, omdat ik in mijn atelier dezelfde uitstapjes maak. Mijn schilderijen zijn mijn balkon.

'De toekomst lezen in een glazen bol mag een ander gegeven zijn. Antwoorden zullen zich slecht openbaren. Mijn werk is geen wensdroom, maar een overlevingsstrategie, de odyssee van een gelukkige pessimist. Het is geen toeval dat ik ben begonnen met zwart en eindig in het wit. De reis overbrugt beide, goed en kwaad. De uitersten omvatten elkaar - wat niet wil zeggen dat ze ook inwisselbaar zijn. Ik beweeg me liever vooruit dan heen en terug, in de hoop dat die progressie een dynamiek aanneemt die sterker is dan ik en groter dan de som der delen.

'Naarmate ik verder tel, stuwen de cijfers elkaar op. Het vorige nummer brengt het volgende voort. De stroom zwelt aan op eigen kracht, onafwendbaar, zoals de tijd. Die waarheid dwing ik op de datum af. Ik kom uit een land zonder vrijheid, straf geregeerd door een planeconomie, en verstoken van een markt voor de kunst. Daar was geen plaats voor populaire spelletjes met het publiek. De kunstenaar had er alle gelegenheid zich op zijn noodzaak te bezinnen. Ik meet me met de tijd om het vermogen van de mens te bewijzen. In mijn oeuvre ontvouwt de ruimte zich als een toevluchtsoord.

'Ik haat kunst die spelletjes speelt. De schijnvertoning van Andy Warhol! Zijn opgeblazen soepblikken hellen gevaarlijk naar de bordkartonnen decors waarmee het Oostblok een illusie van welvaart preekte. Sommige etalages in Polen waren inderdaad rijk gevuld, zij het met een weinig inspirerend assortiment: uitsluitend flessen azijn. De minimalisten hadden ook van die alles nivellerende neigingen, maar ze waren tenminste serieus, verre verwanten. Op hun industriële monochromie volgt mijn benadering van het wit, als uitkomst van een individuele overtocht.

'De explosie aan kunst in de twintigste eeuw heeft een limiet bereikt. We bevinden ons in de stilte na de klap. Mij is die stilte dierbaar. Ik voel niet de behoefte haar te vullen met Warhols decadente retoriek of me ervan af te keren zoals Marcel Duchamp. Hij heeft de schilderkunst door de plee gespoeld met zijn omgekeerde urinoir: een groteske intellectuele tournure. Ik probeer in de stilte door te dringen, omdat de kunst meer te bieden heeft dan kortstondig amusement. Het is een mentale aangelegenheid met morele implicaties.'

bezinken. Opalka doet er het zwijgen toe met een greep naar de anderhalve literfles Armagnac die de afgeruimde eettafel bekroont, schenkt tot besluit van de avond de glazen nog eens vol en stuurt zijn tollende gasten naar bed - onder een koeienvacht in de torenkamer, het meegegeven 'slaapmiddel' binnen handbereik. Marie Madeleine, een uurtje tevoren al opgestapt, zal de volgende morgen poeslief informeren of ze het gesprek soms verstoord heeft met haar muziek: Pavarotti uit volle borst, 'verrukkelijk, zijn meest kitscherige aria's.'

'Zomin als we terug kunnen gaan naar de dag van gisteren', zegt Opalka, terwijl hij doof voor haar plagerijen zijn atelier induikt, 'kan ik omkeren in mijn werk. Als ik me vergis, corrigeer ik mezelf verderop. De fout wegpoetsen zou de waarheid geweld aandoen. De tijd is onomkeerbaar. Ik tel hardop, in het Pools, omdat die taal de volgorde van het schrift aanhoudt. Parallel aan mijn gebaren, registreer ik mijn stem en mijn gezicht. De versprekingen en de veroudering horen bij mijn schilderijen, waarin het leven zich natuurgetrouw voltrekt.'

De kunstenaar staat als een performer in zijn decor: met de rug naar een bijna blank schilderij tussen twee microfoons en in het aanschijn van een smetteloos reflectiescherm. Aan het eind van elke werkdag fotografeert hij zichzelf, frontaal, altijd in eenzelfde wit overhemd, tegen de achtergrond van zijn allengs ijlere cijferreeksen. Hij verdwijnt in de ruimte die hij voor zichzelf ontsluit, met zijn van blond naar wit verschoten haar hoe langer hoe meer een geestesverschijning, zwevend in het licht.

'Toen ik aan mijn reis begon, was ik als een kind dat nog moet leren lopen. Ik struikelde vaak. Mijn eerste schilderij wemelt van de fouten. Intussen wandel ik zoals ik ademhaal. Ik gebruik beide benen voor het doek en blijf bewust overeind, omdat die houding de mens van de dieren onderscheidt. Zijn verticaliteit is een teken van trots. Jackson Pollock legde het linnen op de grond en boog er zich met de woeste gebaren van een beest overheen. Ik ben onderhand een bejaarde bergbeklimmer, maar verplaats me steeds lichtvoetiger.'

Opalka stijgt op als hij aan het schilderen is. De cijfers, van links naar rechts, in lijnen onder elkaar, trekken hem gaandeweg omhoog. Het laatste getal van dat moment, 5205365, staat in een hellende horizon. 'Een kleine afwijking. Ik voel me zo vrij als een vliegenier die weet dat hij weer moet landen. Onderweg herstel ik het evenwicht. Ik arriveer rechtsonder in de hoek. En dan begin ik direct aan het volgende doek, om te voorkomen dat het oeuvre eindigt in een crash.

'Juist het onaffe doek is af. Er hoeven maar een paar levenstekens op te staan: een garantie van continuïteit. Als de dood me dan overvalt, berooft hij de schilderkunst voorgoed van haar zelfbewuste voltooiing. Behalve mijn bestaan, schilder ik de schilderkunst. Dat is de beste samenvatting van mijn oeuvre. Vroeger maakte ik reiskaarten als ik van huis moest: ik telde verder met inkt op papier. Ik ben daarmee opgehouden uit onvrede over het alternatief. Het geeft geen pas te sterven in een gastenverblijf. Het linnen is mijn witte bed, de sterfkamer van de schilder.'

Werk van Roman Opalka is onder andere in bezit bij Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam (Detail 1.348.652-1.367232); Museum Folkwang, Essen; Galleria d'Arte Moderna, Rome; het MoMA in New York; het Nationaal Museum, Warschau. Museum Sztuki in Lodz bezit zijn eerste getallenschilderij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden