Column

'Tot voor kort was het onmogelijk hoogleraar politicologie te worden als je geen PvdA-lid was'

Het is een onloochenbaar feit dat er de laatste jaren aan de universiteit veel meer vrouwen zijn benoemd, mede dank zij het feit dat de benoemingscriteria transparanter zijn geworden en steeds meer gebaseerd op prestatie-indicatoren, schrijft columnist Meindert Fennema. 'Toen dat nog niet het geval was werden hoogleraren benoemd op grond van hun reputatie 'onder professoren'.'

e Aula van de Amsterdamse Universiteit aan de Singel in Amsterdam. Beeld anp

De universiteiten liggen onder vuur. Lees de Volkskrant van afgelopen zaterdag. Het is allemaal fraude en mismanagement wat de klok slaat.

Onlangs las ik in Socialisme & Democratie van vorig jaar (ik loop een beetje achter) een stuk van Ringo Ossewaarde, die als hoofddocent verbonden is aan het Institute for Innovation and Governance Studies van de Universiteit van Twente. Zijn bijdrage had als titel 'De opmars van de antidemocratische geest' (Ringo Ossewaarde, De opmars van de ondemocratische geest. S&D 7/8 2012. p.15.).

Het was een frontale aanval op het management van de Nederlandse universiteiten. Nederlandse universiteiten worden vaak bestuurd door oud-consultants en oud-politici die vaak goede netwerkers zijn, maar slechte bestuurders. Ze besteden meestal te weinig tijd aan hun hoofdfunctie. Collegelid en politicoloog Paul Doop (!), die verantwoordelijk is voor het hele vastgoedbeleid van de UvA, heeft tijd over voor een indrukwekkende lijst nevenfuncties die niets met vastgoed te maken hebben. Hij schreef vorig jaar het verkiezingsprogramma van het CDA. Dat gaat dus mis met het vastgoedbeheer van de UvA!

Uiterste
Maar Ringo Ossewaarde vindt dat er helemaal niets deugt aan het universitaire bestuur. En dat is nu weer het andere uiterste. Hij schrijft: 'Neem het technocratische beginsel van transparantie (...) Transparantie, zo was de gedachte, verkleinde de mogelijkheid van machtsmisbruik door de controle van de media-industrie, die zelf een grote rol kwam te spelen in de assemblage van prestatiegegevens. (...) Zo trachtten universiteiten nieuw onderzoek van hun medewerkers in beeld te krijgen en werden in sommige gevallen mediaprijzen bedacht voor medewerkers die het vaakst in de massamedia verschenen. Fennema spreekt in dit verband van een 'oprukkende populaire cultuur' die dodelijk is voor enig intellectueel formaat.' En Ossewaarde concludeert: 'Waarden worden vervangen door kwantificeerbare prestatie-indicatoren'.

Ik schrok, want ik ben een liefhebber van The Voice of Holland en voorstander van kwantificeerbare prestatie-indicatoren. Zou het kunnen zijn, schoot het door mijn hoofd, dat ik in een ver verleden, toen ik net 'De eendimensionale Mens' van Herbert Marcuse had gelezen, mij toch bezondigd had aan dergelijke elitaire romantiek? Haastig zocht ik naar de noot, die gelukkig niet bleek te verwijzen naar een oud stuk uit mijn ASVA tijd, maar naar mijn afscheidscollege 'Help de Elite verdwijnt'.

Ik had ik in dat college laten zien dat de columnist Hugo Brandt Corstius vroeger dezelfde stijlmiddelen gebruikte als die Bert Brussen in zijn Hufter Manifest propageert. Brandt Corstius werd echter geen hufter genoemd, omdat hij behoorde tot de linkse elite die het destijds voor het zeggen had. Ik zei in mijn afscheidscollege: 'Dezelfde elite die vroeger genoot van de stukken van Piet Grijs strijdt thans tegen de oprukkende populaire cultuur, die zij met 'vervlakking' aanduidt, zij heeft het bizarre idee dat er nu meer dan vroeger sprake is van 'free fact politics', zij lanceert de suggestie dat de diepgang uit het politieke debat verdwijnt door de commercialisering van de media(...)(Meindert Fennema, Help! De Elite verdwijnt. Bert Bakker, 2012. p. 311).

Waanideeën
Zou Ossewaarde mijn tekst niet begrepen hebben? Ik had voor domme mensen het adjectief 'bizarre' toegevoegd om duidelijk te maken dat IK het daar niet mee eens was. En nu suggereert Ossewaarde dat ik de bron ben van zijn waanideeën; dat ik ook vind dat het vroeger allemaal beter was, toen de elites het nog voor het zeggen hadden.

Dank zij de door Ossewaarde verafschuwde transparantie kwam ik snel te weten dat Ossewaarde een directe collega van mij is; opgeleid in de politieke theorie aan de London School of Economics, met een indrukwekkende lijst van wetenschappelijke artikelen, die in vooraanstaande internationale tijdschriften gepubliceerd zijn. Er is kennelijk aan onze universiteiten ook plaats voor mensen als Ringo Ossewaarde, en dat komt door die prestatie-indicatoren, waar hij ruimschoots aan voldoet.

Is dat goed of slecht?

Ja, ik zou natuurlijk het liefst hebben dat mensen die mij verkeerd citeren uitgesloten worden van de Nederlandse universiteiten. Maar misschien ben ik wel bevooroordeeld. Ossewaardes wetenschappelijke artikelen zijn blind beoordeeld door anonieme beoordelaars die niet wisten dat de auteur in 2012 een Amsterdamse politicoloog geheel verkeerd zou citeren. 'Waarden zijn vervangen door prestatie-indicatoren', schrijft Ossewaarde en misschien is dat maar goed ook.

Transparanter
Het is een onloochenbaar feit dat er de laatste jaren aan de universiteit veel meer vrouwen zijn benoemd, mede dank zij het feit dat de benoemingscriteria transparanter zijn geworden en steeds meer gebaseerd op prestatie-indicatoren. Toen dat nog niet het geval was werden hoogleraren benoemd op grond van hun reputatie 'onder professoren'.

In mijn vakgebied was het tot voor kort onmogelijk hoogleraar te worden als je geen lid was van de PvdA. Nog in 2001 leverde de vakgroep politicologie van Leiden drie kandidaten voor het voorzitterschap van de Partij van de Arbeid. De hoogleraren Bart Tromp en Jouke de Vries werden verslagen door hoofddocent Ruud Koole, die bij terugkeer naar de afdeling onmiddellijk tot hoogleraar benoemd werd. Als dank voor bewezen diensten.

Zo ging dat vroeger in de wetenschap der politiek, toen waarden nog bepaalden wie hoogleraar werd en niet kwantificeerbare prestatie-indicatoren. Ossewaarde vindt dat jammer, maar ik niet, want ik ben meer meritocraat dan sociaaldemocraat.

Meindert Fennema is emeritus hoogleraar politieke theorie. Hij schrijft iedere vrijdag een column voor Volkskrant.nl.


 
Nederlandse universiteiten worden vaak bestuurd door oud-consultants en oud-politici die vaak goede netwerkers zijn, maar slechte bestuurders. Ze besteden meestal te weinig tijd aan hun hoofdfunctie.
 
Ik schrok, want ik ben een liefhebber van The Voice of Holland en voorstander van kwantificeerbare prestatie-indicatoren. Zou het kunnen zijn dat ik in een ver verleden, mij toch bezondigd had aan dergelijke elitaire romantiek?
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.