Tot veertien jaar cel geëist voor doodslag in Pernis

Het OM heeft dinsdagochtend voor de Rotterdamse rechtbank celstraffen tot veertien jaar geëist in ‘de Pernisser martelmoord’.

Het OM acht voldoende bewezen dat de twee voornaamste verdachten schuldig zijn aan het (mede)plegen van doodslag met verzwarende omstandigheden.

De zwaarste straf van veertien jaar is gevorderd tegen hoofdverdachte Walter A. (25), een Rotterdamse heftruckchauffeur. Deze erkende maandag voor de rechtbank dat hij in de nacht van 15 op 16 juni 2007 in zijn woning aan de Pastoriedijk te Pernis het meeste geweld gebruikte tegen het slachtoffer Björn Jue (28). Hij zei dat hij net zolang doorsloeg tot Jue zijn pincode afgaf. Hij raamde het totaal aan door hem gegeven klappen en schoppen op vijftien.

Al zal de term martelmoord altijd aan deze zaak blijven kleven, het ging niet om een bewezen moord en al evenmin om een marteling, aldus het OM. De hier en daar opgetekende suggestie dat Walter A. zich liet inspireren door horrorfilms als Hostel 2 raakt volgens de behandelend officier kant noch wal. Het enige wat aantoonbaar correct is aan de titel ‘de Pernisser martelmoord’ is volgens hem de locatie, een door Rotterdam geannexeerd dorp van 4500 zielen.

Jue, een jonge ondernemer, stierf die nacht niettemin een langzame, gruwelijke dood als gevolg van een combinatie van ernstige verwondingen aan onder meer nek, hoofd, rug en centraal zenuwstelsel, alle toegebracht door grof geweld.

Optreden politie
De ruime aandacht voor deze zaak hangt ook samen met het optreden van de politie die nacht. Meerdere agenten stonden bijna drie kwartier voor de woning van Walter A. te wachten op een arrestatieteam, terwijl volgens getuigen op straat hoorbaar was hoe Jue in het huis lag te gillen van de pijn.

Tegen de betrokken agenten loopt een rijksrechercheonderzoek, dat later dit jaar mogelijk zal resulteren in een of meerdere vervolgingen wegens dood door schuld, dan wel nalatig handelen, zijnde het niet geven van hulp aan een mens in nood.

Tegen Walter A.’s medepleger Jeffrey van S. (26) eiste het OM acht jaar cel. Van S., een kleine Rotterdamse cokedealer zonder strafblad (met thuis in zijn kluis overigens wel een verboden vuurwapen plus munitie), erkende dat hij de heftig tegenstribbelende Jue in de woning van A. met tape had vastgesnoerd, om hem weerloos te maken. Ook gaf hij toe dat hij het slachtoffer een schop had gegeven, toen deze op de grond lag. Overigens trachtte hij zijn rol bij het geweld tegen Jue te bagatelliseren.

Medepleger
Zelfs in die minimale geweldsvariant is hij volgens het OM een medepleger, die weloverwogen het risico nam dat Jue bij de beroving het leven zou laten. Daarom is hij volgens de aanklager evenzeer schuldig aan doodslag en vrijheidsberoving. Zijn mogelijk ondergeschikte rol bij het doodslaan/doodschoppen van Jue komt tot uitdrukking in de lagere strafmaat.

Tegen de derde verdachte, Marian D. (25), de ex-vriendin van Jue, eiste het OM vier jaar cel. Zij was weliswaar niet aanwezig bij de beroving en de fatale mishandeling, maar speelde volgende het OM wel een cruciale rol bij de voorbereiding. Zo verschafte zij Walter A. inzage in de financiële gegevens van Jue, en stelde ze voor tijdens de beroving harde muziek te laten klinken, opdat de buren geen hulpgeroep zouden horen. Ook haalde ze geldbedragen van Jue’s bankrekening en stal ze zijn laptop.

Op die laptop trof zij kinderporno aan. Het plan was Björn Jue met die informatie te chanteren. Jue had een strafblad en zou met de verboden porno op zijn laptop vermoedelijk niet naar de politie stappen om aangifte te doen van beroving/mishandeling, dachten de drie samenzweerders.

Metrostation
Op de avond voor de beroving spraken ze een laatste keer gedrieën af op een Rotterdams metrostation om de finesses van hun vaak besproken plan door te nemen. Dat kon niet over de telefoon, vond Walter A. Dat Marian D. naar die afspraak ging, geeft voldoende aan wat haar betrokkenheid was, meent het OM.

De verdediging van de drie tracht in haar pleidooi strafvermindering te bewerkstelligen door nadrukkelijk te wijzen op het feit dat de politie circa drie kwartier eerder had kunnen ingrijpen en zo mogelijk het leven van Jue had kunnen redden – dat laatste is volgens de lijkschouwer overigens de vraag, gezien Jue’s verwondingen. ‘Iedereen die schuld heeft moet voelen’, vindt de advocaat van Walter A. ‘En in deze zaak zijn er zeven schuldig.’

Met die laatste opmerking doelt de advocaat, behalve op de drie verdachten, op vier agenten die in de bewuste nacht samen met een aantal andere collega’s bij de woning aan de Pernisser Pastoriedijk stonden te wachten op het arrestatieteam. Deze vier zijn in februari door de rijksrecherche formeel aangemerkt als verdachte in het nog lopende onderzoek naar mogelijk nalatig handelen door de politie die nacht.

Irrelevant
Volgens het OM is het al dan niet nalatig handelen van de politie irrelevant voor de berechting van Walter A., Jeffrey van S. en Marian D. ‘De Hoge Raad is hier duidelijk over: de verdachten zijn verantwoordelijk voor hun handelen', aldus de aanklager. ‘Zij kunnen geen rechten ontlenen aan een eventueel nalatig handelen van de betrokken agenten. De plicht van de politie om in te grijpen geldt nadrukkelijk ter bescherming van het slachtoffer, niet ter bescherming van de rechten van verdachten.’

De advocaat van Marian D. stuurt voor zijn cliënte aan op vrijspraak, op grond van de redenering dat zij in de fatale nacht niet in de woning in Pernis was en ook overigens nooit uit was op de dood van haar ex-vriend. De vrouw heeft volgens een psychiatrisch rapport een borderline-stoornis en geldt als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden