Tot Europa veroordeeld

De grenzen weg, maar tot hoever? Macht weggeven om er vrede en voorspoed voor terug te krijgen, klinkt mooi. Maar in Europa stuit de bovenstroom van integratie op een krachtige onderstroom van nationalisme, ressentiment en vreemdelingenhaat....

EUROPA ALS Utopia. Dat hadden we nooit gedacht. Europa als krijgstoneel, toernooiplaats of knekelveld - dat kenden we. Maar Europa als droomplek waar - om met de Poolse dichteres Wislawa Szymborska te spreken - het Dal der Vanzelfsprekendheden steeds breder wordt naarmate men dieper het bos ingaat. Dat is een onbekend, nieuw Europa.

Het is idealistisch. Het voert geen oorlog om de eigen belangen te verdedigen, maar om hooggestemde humanitaire waarden te beschermen.

Het is weerbaar. Het treedt op als wrekende gerechtigheid, tegen wrede regimes die hun eigen bevolking onderdrukken.

Het is streng. Het excommuniceert landen die xenofobe partijen in hun regering toelaten.

Het is een Europa waar recht boven macht gaat, humaniteit boven soevereiniteit, overleg boven dwang, coöperatie boven confrontatie.

WENS OF werkelijkheid? Het laatste, zeggen de Europese leiders, en ze wijzen daarbij op twee gebeurtenissen in het afgelopen jaar. Er was de humanitaire interventie in Kosovo, die werd uitgevoerd om te voorkomen dat een regime bloedbaden aanrichtte onder zijn eigen burgers. En er waren de sancties die de regeringen van veertien lidstaten van de Europese Unie tegen het vijftiende lid, Oostenrijk, afkondigden om duidelijk te maken dat in de boezem van de Unie geen vreemdelingenhaat en antisemitisme worden geduld.

De EU is meer dan een vrijhandelszone waarin het uitsluitend draait om geld. Zij is een waardengemeenschap die ook staat voor vrijheid en verdraagzaamheid, en die als democratische norm een uitstraling heeft die tot ver buiten het eigen verdragsgebied pacificerend werkt op de landen in het oosten die in de wachtkamer zitten.

Maar waar is dan het vertrouwde, rauwe Europa van macht en moord, van Verdun en Vukovar gebleven? Bestaat er dan toch zoiets als vooruitgang en zijn de Europeanen eindelijk bezig hun beladen geschiedenis van eeuwige tweespalt en krijg uit te drijven? Het is een intrigerende vraag. Waar staat het continent in zijn historische ontwikkeling, tien jaar na de val van de Muur? Zijn Europa en de Europeanen echt bezig hun historisch tekort te overwinnen?

Er zijn de optimisten, zoals de Britse diplomaat en essayist Robert Cooper en de Duitse publicist Christoph Bertram. Voorbij is, zeggen zij, de onaantastbaarheid van de nationale soevereiniteit - het idee dat staten een absoluut monopolie hebben op wat er binnen hun grenzen gebeurt en dat andere staten zich daar niet in mogen mengen. Volgens Bertram beleven we het begin van de 'postmoderne staten', die in tegenstelling tot hun voorgangers bereid zijn vrijwillig een deel van hun soevereiniteit en macht af te staan aan samenwerkingsverbanden als EU en NAVO. Dit in ruil voor gedeelde voorspoed en stabiliteit - dat is de deal. Tussen landen kunnen als vanouds conflicten ontstaan, maar het verschil is de aanwezigheid van de gemeenschappelijke organen, die voorzien in de procedures om die tegenstellingen vreedzaam op te lossen.

OOK MACHT is niet meer wat het was: dat een land zijn wil oplegt aan anderen. De hard power. Belangrijker is tegenwoordig de soft power: andere landen door overleg en overtuigingskracht zover krijgen dat ze hetzelfde willen als jij. Door het toepassen van massage, niet door het uitspreken van het machts woord.

Theorie? Nee, praktijk, zeggen de optimisten. Zie Duitsland, de postmoderne staat par excellence. Met de hereniging nam zijn macht toe. Het werd het Europese land met de meeste inwoners en het meeste grondgebied, tot schrik van Thatcher, Mitterrand, Andreotti en Lubbers. Duitsland stond echter een deel van de macht weer af. Het offerde de D-Mark en de Bundesbank op en maakte zichzelf op monetair gebied ondergeschikt aan de EU. Een zelfverloochening zonder weerga.

Dit wil nog niet zeggen dat Europa zich ten langen leste ontworsteld heeft aan de erfenis van Machiavelli en Richelieu. Politiek gaat over macht, en dat blijft zo. Wel verandert het spel. Niet alleen wijzigt zich de manier van machtsuitoefening, ook is in de moderne wereld macht minder gemakkelijk te lokaliseren, minder nationaal bepaald. Hoe Duits was nog een bedrijf als Mannesmann? Zelfs voordat het werd overgenomen door het Britse Vodafone was het merendeel van de aandelen in niet-Duitse handen. Ook beseffen Fransen en Britten dat ze een deel van hun nationale macht beter kunnen inleveren bij de EU, omdat ze hun verval alleen maar kunnen stuiten als ze 'reïncarneren' in een groter, dus machtiger geheel. Macht laat zich niet meer uitsluitend situeren binnen het kader van de nationale staat, maar nestelt zich ook in minder traditionele, diffusere verbanden.

Bovendien gaat het in de geschiedenis niet alleen om macht. Ideeën, de andere motor, worden zelfs steeds belangrijker, menen de optimisten. In een essay in het Britse blad Prospect juicht Cooper over de 'terugkeer van waarden': 'De hereniging van Europa is ook de hereniging van ideeën. We zijn terug bij de stand van zaken voor het uiteenvallen van het christendom - met als enige verschil dat de waarden die Europa nu verenigen niet langer hiërarchisch en religieus zijn. Zij zijn nu die van het liberalisme: de vrije markt en de democratie.' Volgens Cooper is het 'ongekend' dat de EU-landen de bevordering van de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten expliciet tot onderdeel van hun buitenlandse politiek hebben gemaakt. Realpolitik is achterhaald.

Het klinkt zeer vroom allemaal. Zijn we werkelijk op weg naar iets dat nog nooit bestaan heeft, een Europa dat niet vecht maar verenigd en vreedzaam is? Zijn begrippen als nationale soevereiniteit en niet-inmenging in binnenlandse aangelegenheden anachronismen aan het worden?

Tot de sceptici behoort de Britse historicus Eric Hobsbawm. Narrig bestrijdt hij de opvatting dat de oorlog in Kosovo werd gevoerd om humanitaire redenen. Er was angst dat de crisis zich over de Balkan zou uitbreiden, en daarom achtten de NAVO-landen het in hun eigen belang om in te grijpen. De rest was retoriek.

Ook is er veel kritiek geuit op de sancties die de EU-staten op bilaterale basis troffen tegen Oostenrijk om te voorkomen dat Haiders partij in de regering werd opgenomen. De voortrekkers Frankrijk en België zouden over de rug van Wenen vooral extreem rechts in eigen land hebben willen waarschuwen. Daartoe werd geprobeerd de door een kiezersuitspraak gelegitimeerde regeringsformatie te beïnvloeden. Er werd geen aanklacht geformuleerd, de beklaagde werd niet gehoord en aan alle Europese instellingen, verdragen en wetten werd voorbijgegaan. Ter bescherming van democratie en rechtsstaat, zoals de officiële rechtvaardiging luidde, werden de beginselen van diezelfde democratie en rechtsstaat geschonden en namen machtiger partners een klein land in de tang, niet uit ideële motieven maar uit eigenbelang.

Zo kennen we ons Europa weer. Onder de wollen deken van de mooie praatjes blijft alles zoals het was.

Toch kan die conclusie der sceptici niet het einde van de discussie zijn. Onmiskenbaar verandert er iets; alleen zijn wij als ontdekkingsreizigers die zich op onbekend terrein bevinden en niet weten waar zij zullen eindigen.

EUROPA IS op dit moment een groot geopolitiek proeflaboratorium, gevangen in een spanningsveld tussen oud en nieuw, tussen traditionele reflexen en modernisering, tussen middelpuntvliedende en middelpuntzoekende krachten, tussen noordelijke en zuidelijke lidstaten, tussen grote en kleine landen, tussen gemeenschappelijke Brusselse instellingen en nationale regeringen, tussen bestaande leden en kandidaat-leden uit het oosten.

Dit van contradicties zinderende Europa torst bovendien een krankzinnig zware last. De invoering van de euro moet worden voltooid; er komen twaalf tot vijftien, misschien zelfs zeventien nieuwe landen bij; vanwege die uitbreiding moeten de geldfondsen worden herverdeeld en moeten er institutionele hervormingen komen om de besluitvormingskanalen niet verstopt te laten raken.

Dat vergt van de huidige lidstaten pijnlijke offers in nationale macht en in geld. Wie dit Europa ziet, vraagt zich af: spat het uit elkaar of zakt het door de knieën? Of kruipt het toch langzaam verder?

Het is een adembenemend avontuur, vol gevaar. Want onder de oppervlakte broeien spanningen als gevolg van de botsing tussen traditie en moderniteit. En dat zijn in potentie de gevaarlijkste, zoals de twintigste eeuw heeft laten zien.

'Ontgrenzing' is het grote experiment van dit ogenblik. Sinds 1860 richtten de Europese landen hun collectieve energie op het consolideren van de grenzen; thans is het tijdperk aangebroken om ze te verwijderen. In Europa is zelfs sprake van een dubbele ontgrenzing, in het kader van de mondialisering en de Europese eenwording. Het slechten van de grensbarrières biedt kansen maar wekt ook angsten. Mensen schrikken van de snelle veranderingen en zien hoe de nationale regeringen steeds minder in staat zijn een eigen werkgelegenheidsbeleid te voeren, hoe buitenlands kapitaal zomaar bedrijven kan overhevelen naar elders, hoe de toestroom van buitenlandse arbeidskrachten en immigranten groter wordt, hoe hun omgeving verandert door nieuwkomers die vreemde talen spreken en er andere religieuze gebruiken op nahouden. Deze mensen zien hun zekerheden aangetast. Ze klampen zich vast aan de nationale identiteit en pleiten voor protectie en afsluiting.

Het is een confrontatie tussen twee partijen, de partij van de mondialisering en de partij van de territorialiteit, schrijft Charles Maier in het blad Transit van het Weense Institut für die Wissenschaften vom Menschen. Een confrontatie die sluimert onder de Europese oppervlakte.

HET ONBEHAGEN van de territorialisten is te vinden bij Haiders FP & Ouml;, het Front National van Le Pen, het Vlaams Blok van Filip DeWinter, de Lega Nord van Umberto Bossi, de Noorse Vooruitgangspartij van Carl Ivar Hagen, bij Pia Kjaersgaard in Denemarken en Christoph Blocher in Zwitserland. Maar pas op, waarschuwt Maier. Schilder de aanhangers van de territorialiteitspartij niet simpelweg af als neofascisten. Territorialisten vinden we niet alleen bij extreemrechts. De scheidslijn tussen de partij van de mondialisering en die van de territorialiteit loopt door alle bestaande partijen, zowel links als rechts. In hun kritiek op de mondialisering raken populistisch rechts en radicaal links elkaar zelfs. Het gaat bij de mondialisten en de territorialisten ook niet om partijen maar om een geestesgesteldheid, die de oude scheidslijnen overstijgt.

Alle Europese commotie over Haider was een voorbode van het grote politieke gevecht dat in Europa gevoerd gaat worden over de mate waarin de Europeanen willen integreren en hun grenzen opheffen.

Sommige federalisten zagen in de sancties tegen Oostenrijk de geboorte van een Europese federatie. Maar dat was een onnozele reactie. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat geen van de Europese regeringen een Verenigde Staten van Europa wil. De natiestaat heet op zijn retour te zijn, maar hij heeft geen opvolger, Europa vormt geen aanknopingspunt, zegt hostoricus prof. Maarten Brands. Dus de vraag is hoeveel van de nationale soevereiniteit er over moet blijven.

In dit verband hebben de sancties tegen Wenen veel mensen opnieuw aan het denken gezet. De kleine landen bijvoorbeeld, die zich afvragen: vandaag Wenen, morgen Kopenhagen? Of de kandidaat-leden uit het vroegere Oostblok: zijn zij bereid hun pas herwonnen soevereiniteit voor het grootste deel meteen weer in te leveren, ditmaal in Brussel?

De zaak-Haider leert dat eenwording pijn kan doen en toont de urgentie aan van de vraag welk Europa wij willen. Hoe ver moet de integratie gaan? Op welke terreinen leveren de lidstaten hun vetorecht in? Niemand die het weet of op dit punt zijn kaarten op tafel wil leggen.

Europa integreert voor de vuist weg, onder het motto: we gaan onderhandelen en we zien wel waar we uitkomen. Dat is een riskante strategie, zeker gezien de neiging nieuwe problemen op de schouders te nemen zonder dat de vorige zijn opgelost. De EU vertoont op deze manier een treffende gelijkenis met de stripfiguur die zoveel dozen op de armen stapelt dat hij uiteindelijk niets meer ziet en steeds harder gaat lopen om de eindstreep te halen voordat de wiebelende stapel instort.

Maar ooit zullen de antwoorden moeten komen. Brands vertrouwt daarop. 'Ze komen er in de EU altijd weer uit.' Maar er is een verschil met vroeger. Toen ging de eenwording over landbouw en staal; dat interesseerde alleen de direct-betrokkenen. Naarmate de integratie voortschrijdt grijpt zij echter dieper in het leven van de burgers in en die gaan zich dan afvragen of zij dat wel wensen. Willen de Duitsers een Europa dat straks een kanselier verbiedt failliete Duitse bouwondernemingen te redden, schrijft de Frankfurter Allgemeine Zeitung. En hoe zit het met de uitbreiding? Staat Haider alleen in zijn angst voor een toestroom van goedkope arbeidskrachten en -producten? Nee, erkende Romano Prodi, voorzitter van de Europese Commissie tegenover de Financial Times. De EU moet aan de aspirant-leden strenge eisen stellen als het gaat om zaken als arbeidsmobiliteit, anders zullen we geconfronteerd worden met 'honderden Oostenrijk-achtige situaties'.

Een onthutsende uitspraak. Honderden Oostenrijken. Prodi beseft kennelijk dat de Europese politici zwaarbepakt balanceren op een wankele brug boven een continent waar twee stromingen tegen elkaar in werken: de bovenstroom van de integratie en de kolkende onderstroom van nationale gevoelens, xenofobe ressentimenten en angsten voor een opdringende moderne buitenwereld. Brands waarschuwt voor fatalisme. 'We zijn tot Europa veroordeeld'. Maar garanties voor succes zijn er niet. 'Het kan allemaal stuk.' Ook Szymborska's Utopia bleek ondanks alle verlokkingen een onbewoond eiland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden