Nieuws Vestia

Tot drie jaar cel voor hoofdverdachten in zaak financieel schandaal Vestia

De twee hoofdverdachten in de geruchtmakende fraudezaak bij de Rotterdamse woningcorporatie Vestia zijn veroordeeld tot drie en tweeënhalf jaar gevangenisstraf.

Arjan Greeven voor de rechtbank in Rotterdam tijdens een schorsing van de Vestia zaak. Foto Freek van den Bergh / de Volkskrant

Marcel de Vries, de voormalige kasbeheerder van Vestia, kreeg de hoogste straf. Tussen 2005 en 2011 ontving hij ongeveer 10 miljoen euro aan steekpenningen van financieel tussenpersoon Arjan Greeven. De Vries heeft zo ‘op grove wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat Vestia in hem had’, stelt de Rotterdamse rechtbank.

Greeven verkocht al die jaren als vertegenwoordiger van internationale zakenbanken rentederivaten aan Vestia en deed rechtstreeks zaken met De Vries. Hij verdiende daarbij een bedrag van ruim 20 miljoen euro aan courtage, waarvan hij de helft doorbetaalde aan de kasbeheerder. Voor zijn aandeel in die en een meer bescheiden omkoopzaak krijgt Greeven een gevangenisstraf van 2,5 jaar opgelegd.

De fraude werd ruim zes jaar geleden door Greeven zelf aan het licht gebracht nadat Vestia door een sterke daling van de rente en turbulentie op de financiële markten in zwaar weer belandde. Met de frauduleus opgebouwde derivatenberg speculeerde De Vries juist op een rentestijging. Vestia kwam in acute geldnood en dreigde te bezwijken. Het afkopen van de derivatenportefeuille kostte de sociale huurders van Nederland uiteindelijk meer dan 2 miljard euro.

Maar dat ongekende bedrag speelt in de fraudezaak geen rol, zo begon de voorzitter van de rechtbank haar vonnis. Het gaat in deze zaak over de integriteit tussen medewerker en werkgever en tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, zei ze.

Hoewel zijn straf aanmerkelijk lager is dan de geëiste vier jaar werd De Vries wel op alle ten laste gelegd feiten veroordeeld. Hij heeft zich laten omkopen en Vestia daardoor opgelicht. Daarnaast heeft hij de ontvangen steekpenningen witgewassen door er onder meer zijn hypotheek mee af te lossen, zijn woonboerderij in Hazerswoude luxueus te verbouwen en een peperdure geluidsinstallatie aan te leggen. Bovendien rekent de rechtbank hem zwaar aan dat hij steevast de administratie van Vestia vervalste door in contracten te verwijderen dat er geld was betaald aan een tussenpersoon.

Voor Greeven is de uitspraak aanmerkelijk gunstiger. De rechtbank sprak hem vrij van drie feiten op zijn tenlastelegging. Zo wordt hij niet veroordeeld voor omkoping, en ook niet voor witwassen. Alleen het doen van een onjuiste belastingaangifte blijft wel overeind staan. Verder krijgt hij strafvermindering omdat hij de fraude zelf aan het licht bracht en zijn administratie overlegde aan zowel Vestia als het openbaar ministerie.

Wel heeft hij zich samen met zijn compagnon Leroy van D. schuldig gemaakt aan omkoping bij de woningcorporaties Portaal in Utrecht en De Woonplaats in Enschede.  Van D. krijgt daarvoor een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete van 50 duizend euro. De omgekochte Jan-Hein G., die de twee corporaties financieel adviseerde en in de loop der jaren loop der jaren zeven ton bijverdiende, krijgt eveneens een boete van 50 duizend euro en een taakstraf van 240 uur.

De uitspraak is daarnaast goed nieuws voor de overige drie verdachten in de zaak. Fortisbankier Jako Groeneveld wordt vrijgesproken van het aannemen van steekpenningen. En Greevens vader en ex-vrouw worden niet veroordeeld voor betrokkenheid bij witwassen, zoals justitie hun ten laste had gelegd.

Hogere straffen voor 'witte boorden'

Als de rente de afgelopen tien jaar was gestegen in plaats van gedaald, was Vestia nu nog altijd de grootste en succesvolste woningcorporaties van Nederland. Kasbeheerder Marcel de Vries had zich met zijn heimelijk verdiende miljoenen verder kunnen toeleggen op het uitbreiden van zij collectie ‘verzamelwijnen’. En financieel tussenpersoon Arjan Greeven was als welvarende jachtheer in Duitsland nog altijd de gebraden haan geweest.

Maar de rente daalde wel. Vestia kwam in grote problemen, wat 2,4 miljoen sociale huurders van Nederland uiteindelijk zeker 2 miljard euro kostte. En er kwam dus een fraude aan het licht, die de hoofdverdachten dinsdag op gevangenisstraffen van drie en tweeënhalf jaar komt te staan.

Over de vraag of die straf recht doet aan de ernst van de overtreding, zullen de meningen verschillen. ‘Maar vast staat wel dat de rechterlijke macht en de wetgever vroeger terughoudender was in dit soort zaken’, zegt Marc Groenhuijsen, die zich als hoogleraar strafrecht in Tilburg onder meer ‘financiële criminaliteit’ bestudeert. ‘Vaak bleef het bij maximaal een jaar gevangenschap.’

Andere beroemde voorbeelden van fikse straffen voor witte boorden zijn oud-corporatiedirecteur Hubert Möllenkamp, die om zijn opvallende dienstauto ook wel bekend staat als ‘De Maseratiman’ (drie jaar en drie maanden). En Jan van V., de hoofdverdachte in de enorme vastgoedfraudezaak (zeven jaar). Groenhuijsen: ‘Ik vind zulke uitspraken een gunstige ontwikkeling. Want plegers van witte boordenciminalisteit hebben vaak heel veel mensen financieel gedupeerd.

Dat de maatschappij harder is gaan oordelen over financiële criminaliteit werd door de rechter dinsdag ook expliciet benoemd. Op omkoping stond het grootste deel van de zes jaar dat Greeven de Vries omkocht een gevangenisstraf van maximaal een jaar, memoreerde zij. In 2010 werd dat verhoogd naar twee jaar en in 2015 naar vier jaar. Daaruit blijkt wel dat de wetgever groot ‘gewicht toekent aan integer handelen’, aldus de rechter. Die duidelijk aan de hoge kant is gaan zitten met de straf voor dit feit.

Maar die hogere straffen maken niet dat het ook beter gaat met de bestrijding van financiële criminaliteit, waarschuwt Groenhuijsen. ‘De kans dat het aan het licht komt is nog altijd heel klein. En onderzoek is vaak zo duur en tijdrovend dat justitie de zaak vaak niet rond krijgt. Bovendien weten goede advocaten procedures lang te traineren, zodat veel zaken op een schikking uitdraaien.’

Door dergelijke schikkingen ontstaat een hypocrisie van kleine visjes die af en toe worden gepakt, zegt ook Bob Hogenboom hoogleraar forensic business studies aan Nyenrode. Zo wordt ‘fundamenteel immoreel gedrag’ in het bedrijfsleven volgens hem nog altijd te weinig gecorrigeerd.

Ook in de Vestia-zaak speelt dat probleem. Want waar De Vries en Greeven voor het hekje stonden, ontbraken de spelers die voor de context zorgden waarbinnen zij zoveel geld konden verdienen: de internationale zakenbanken die Vestia onder dubieuze omstandigheden eindeloos veel derivaten verkochten. De twee hoofdverdachten hebben bij herhaling onthutsende verklaringen afgelegd over bedrijven als Deutsche Bank, Fortis, Barclays en BNP Paribas. Het OM stelt dat het wel degelijk onderzoek had gedaan naar de banken, maar dat het onderzoek niets had opgeleverd.

De enige bank die mogelijk nog last krijgt van Vestia is Deutche Bank, die jarenlang tientallen, zo niet honderden miljoenen verdiende door Vestia producten te verkopen die niet deden wat ze hadden moeten doen. Voor het rechtsgevoel zou het goed zijn als ook Deutsche moet boeten. De weg daar naartoe is voor Vestia een lang en duur proces in Londen, waarvan de uitkomst nog altijd zeer ongewis is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.