TOT ALGEMEEN NUT

Studenten hebben er gewoond, de was is er opgehangen, en plafonds zijn verlaagd, toch heeft de Bibliotheca Thysiana in Leiden stand gehouden....

Naast de statige, hoge achttiende-eeuwse herenhuizen steekt het zeventiende-eeuwse gebouw op de hoek van Rapenburg en Groenhazengracht in Leiden bescheiden af, toch is het streng Hollands-classicistische pand een kast van een huis, in de meest letterlijke zin. Want dit gebouw is bedoeld, en dient nog steeds, als de bergplaats van een boekenverzameling, de Bibliotheca Thysiana, de bibliotheek van Johannis Thys (Thysius in het Latijn), die leefde van 1621 tot 1653.

De privébibliotheek is niet alleen bijzonder omdat hij als zodanig is gebouwd, maar ook omdat collectie en gebouw in de loop van de eeuwen bijeen zijn gebleven. Een ingrijpende restauratie eind jaren negentig maakt het mogelijk dat dat in de toekomst zo blijft.

Vijfentwintig bij vijftig Rijnlandse voeten meet het gebouw, dat is 7,5 meter breed bij 15 meter lang. Wie ervoor staat, ziet direct waar het heilige der heiligen zich bevindt: op de eerste verdieping met haar hoge ramen en haar Ionische pilasters, waarvoor de begane grond slechts als ondersteuning dient. In de hal achter de voordeur stuit de bezoeker op een imposante dubbele trap, zo een die je vóór de woning zou verwachten, als bij Amsterdamse grachtenpanden. Hier wordt de bezoeker opnieuw ingepeperd dat boven, op de verdieping, de schat verborgen is.

De monumentale trap leidt naar een klein bordes, vanwaar een eenvoudiger trap loopt naar de eigenlijke bibliotheek, een lege, strak ingerichte ruimte, met een geschuurde planken vloer, en kasten vol boeken, boeken en nog eens boeken - plus twee verdwaalde eigentijdse ordners met computeruitdraaien.

Halverwege de kasten langs de blinde zuidwand bevindt zich de familie-archiefkast met in een timpaan het wapen van de familie Thys, en daaronder een onbeholpen getekende stokoude putto, die de naamlegger van de bibliotheek zou kunnen voorstellen, of zijn executeur-testamentair Marcus du Tour. Op een meter voor de boekenkasten loopt een hekje; het was niet de bedoeling dat de bezoeker zelf in de kasten neusde, een bediende pakte de boeken, die daarna staand aan de leestafel ingezien konden worden.

Die leestafel met zijn groene bekleding is er vanaf het begin, net als de boekenmolen met houten raderen, het 'omdraient pulpetrum daer verschyeden boecken connen opleggen' waarvan de aanschaf in oude stukken wordt vermeld.

Het geluk van de bibliotheek, zegt P. Obbema, oud-conservator westerse handschriften van de Leidse Universiteitsbibliotheek en belangrijk ijveraar voor het behoud van Thys' boekerij, ligt in het gebrek aan geld, dat de bibliotheek al heel lang parten speelt. 'Loflyk begonnen, maar eindelyk beklaaglyk te niet geloopen, zelfs de nagelaatene boeken, zyn thans zoo verre verminderd, dat ze naauwlyks waardig zyn bezien te worden', schrijft reeds in 1770 de auteur van een Beschryving der stad Leyden. In die tijd was het beheer van de bibliotheek al toegevallen aan curatoren die door de universiteit van Leiden werden benoemd.

Obbema wijst in een van de kasten op F. Valentijns achttiende-eeuwse Beschryving van Oost-Indien, een veeldelig werk dat het grootste gedeelte van een plank beslaat. 'Dat was makkelijk: dan koop je zo'n boek, en had je een groot deel van het budget opgebruikt. Niet iedereen had Thysius' boekengevoel.'

Juist geldgebrek maakte de uiterst kostbare restauratie mogelijk die in 1997-'98 is uitgevoerd, want door de verarming heeft de bibliotheek haar authenticiteit behouden. Sinds de achttiende eeuw is het gebouw alleen nog zo goed mogelijk wind- en waterdicht gehouden; voor nieuwerwetse fratsen, herinrichting of grootscheepse verbouwingen ontbraken eenvoudigweg de middelen.

'Het eerste dat me hier opviel', zegt architect A. de Gooijer, medeverantwoordelijk voor de restauratie, 'was een emmertje waar een druppeltje inviel'.

Het gebouw was in de loop der tijd sterk verwaarloosd, maar dat betekende ook dat allerlei originele stukken en details aanwezig bleven. De kostbare, zeldzame boekenmolen (volgens Obbema bestaan er nog zes van op de wereld) is omstreeks 1890 teruggevonden op zolder en weer in elkaar gezet; de luiken die sinds de restauratie de ramen weer sieren, lagen verscholen in de kelder.

Ook andere vondsten - een stookplaatje onder de vloerbedekking, een bedstee achter een betimmering, oude verflagen die voorzichtig werden blootgelegd, afdrukken die de plaats verrieden van een kastsluiting of een schouw - én het feit dat veel documentatie, zelfs het bouwbestek, nog aanwezig was, maakten een verantwoorde restauratie mogelijk, zegt De Gooijer. 'We hebben teruggebracht wat aanwezig was. En wat we hebben toegevoegd, zoals verwarmingen en lampen, is duidelijk niet zeventiende-eeuws.'

Waar de oorspronkelijke situatie niet te achterhalen viel, is terughoudend geopereerd - het sanitair zit in een hoek op de begane grond waarvan de originele functie onduidelijk bleef, de bovenlichten waarvan bekend is dat er glas-in-lood in zat, maar waarvan niet meer te reconstrueren valt hoe dat eruit zag, zijn voorzien van gewoon glas, en in de hal liggen nog steeds marmeren platen; De Gooijer vermoedt dat deze 'binnenbuitenruimte' bestraat is geweest met klinkertjes, maar daarvoor is onder het marmer geen bewijs gevonden.

Zo voorbeeldig is het pand gerestaureerd, oordeelde Europa Nostra, de Europese federatie van erfgoedorganisaties, dat de eigenaar, de Vereniging Hendrick de Keyser, er vandaag een diploma voor ontvangt. Hendrick de Keyser stelt zich ten doel architectonisch of historisch waardevolle huizen te behouden. De vereniging heeft Rapenburg 25 in 1997 voor een symbolisch bedrag van de Leidse universiteit gekocht ('een ouderwetse florijn', zegt Obbema), om het gebouw, met hulp van donateuren, te kunnen restaureren. De boekenverzameling is sindsdien ondergebracht in de Stichting tot behoud van de Bibliotheca Thysiana, die het pand huurt. Ook de boeken, die in zeer slechte staat verkeerden, zijn gerestaureerd.

In zijn korte leven had Thysius, telg uit een rijke koopmansfamilie, een voor die tijd imposante verzameling opgebouwd van ongeveer drieduizend boeken (na zijn dood is er door de jaren heen nog zo'n zelfde aantal aangekocht). Een paar dagen voor hij stierf, liet hij een testament maken, waarin hij twintigduizend gulden bestemde voor de bouw van een bibliotheek tot algemeen nut - een manier om voort te blijven leven, zoals andere rijke kinderloze zeventiende-eeuwers dat deden door hun vermogen na te laten ter stichting van een hofje, of voor het oprichten van een grafmonument.

Thysius' bibliotheek, blijkt uit zijn bewaard gebleven rekeningenboeken, was een afspiegeling van zijn wetenschappelijke belangstelling, met werken over theologie, rechtsgeleerdheid, medicijnen, geschiedenis, natuurwetenschappen en een grote verzameling pamfletten. 'Hij kocht in principe alles wat hij interessant vond', zegt Obbema. 'En daarnaast alles wat je als bestuurder nodig had: recht, geschiedenis, en zogeheten actualiteiten, de pamfletten.'

In zijn testament wees hij zijn aangetrouwde neef Marcus du Tour aan om zorg te dragen voor 'de bouwinge van een bequaame plaats tot bewaringe der voorsz Bibliotheeqe ende de wooninge eeniger studenten mitsgaders van den custos ofte opsiender van deselve Bibliotheeqe'.

Het zijn die custos (de huisbewaarder) en de studenten, die voor de grootste wijzigingen in het gebouw verantwoordelijk zijn. Bleef de bibliotheek door de eeuwen heen vrijwel intact, op de begane grond en ook op de zolder recht boven de bibliotheek werden kamertjes afgeschoten, de plafonds verlaagd, de wanden betimmerd. Een van de beheerders, de pedel van de Leidse universiteit François André Dee, woonde er vanaf 1871 met acht kinderen. De laatste beheerder, in de jaren tachtig, woonde beneden, sliep op zolder en droogde daar zijn was. Na hem werd het huis bewoond door studenten, twee op de begane grond, in wat nu vergader- en ontvangstkamers zijn achter de bordestrap en een op zolder. 'Dat ging natuurlijk niet goed', zegt Obbema. 'Dan krijg je een soort van anoniem beheer, waarin niemand zich verantwoordelijk voelt. En bovendien: er was geen cent voor onderhoud.'

Op foto's van de situatie voor de restauratie zijn de benedenkamers niet te herkennen, en staat er in de bibliotheek een vaste trap naar de zolder. Die is weggehaald en vervangen door een ladder waarmee de zolder uiterst moeizaam te bereiken is, zodat, legt De Gooijer uit, ook in de toekomst duidelijk blijft dat die niet bedoeld was om gebruikt te worden.

De trap doorbrak het ritme van de bibliotheek, terwijl uit alles blijkt hoe belangrijk de symmetrie was in het ontwerp: bij de bouw heeft de stad speciale toestemming verleend om de schoorstenen buitenlangs te bouwen, zodat ze niet door de bibliotheek hoefden te lopen, de draagbalken steunen ten dele op de raamkozijnen, wat bouwtechnisch onlogisch is, maar de architect wilde kennelijk noch de regelmatige afstand tussen de draagbalken, noch die tussen de ramen verstoren.

De bibliotheek is in 1655 gebouwd naar een ontwerp van Arent van 's-Gravensande, de stadsbouwmeester van Leiden en in die functie ook de architect van onder meer de Marekerk en de Lakenhal. Hij volgde een gevelschema gebaseerd op de inzichten van Andrea Palladio, de zestiende-eeuwse Noord-Italiaanse architect die de grondlegger was van het classicisme. Het mooie is, zegt De Gooijer enthousiast, dat in de bibliotheek het werk van deze Palladio aanwezig is, het fronton dat bij de restauratie op de dakkapel is toegevoegd, is zuiver Palladiaans, zoals het timpaan van de archiefkast.

Dat timpaan vormt met een eenvoudige fenix van hout en ijzer op een van de kasten de enige versiering in de bibliotheek. De fenix kwam voor in het stempel dat Thysius in zijn boeken zette. 'De vogel herrijst uit de dood, zoals het boek de dode auteur weer tot leven brengt', zegt Obbema. Hij had eraan toe kunnen voegen: zoals de gerestaureerde bibliotheek de dode Thysius nog lange tijd in ere houdt.

Bibliotheca Thysiana, Rapenburg 25, Leiden. De bibliotheek is voor 100 euro te bezoeken door groepen van ongeveer twintig personen. Inlichtingen bij de UB Leiden, drs. J. Damen, 071-5272808, de collectie is te consulteren via de UB.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden