Tot aan zijn dood verdedigde hij de Prinses Irene Brigade

Het eeuwige leven: Ton Herbrink (1918-2016)

Hij was voorbestemd om priester te worden, maar hing zijn pij aan de wilgen en sloot zich in 1940 aan bij de Prinses Irene Brigade. Ton Herbrink verdedigde hun eer te allen tijde.

Ton Herbrink. Beeld Martin Hogeboom

'Het is gebeurd', zei hij twee weken voor zijn dood in zijn laatste televisie-interview op Omroep Brabant. Ton Herbrink wist dat hij een dezer dagen zou sterven, maar zelfs op zijn 97ste wilde hij zich nog verdedigen tegen het verwijt dat de Prinses Irene Brigade tijdens de Tweede Wereldoorlog niet echt aan de strijd had deelgenomen.

Herbrink, die als lid van deze brigade de veldtocht meemaakte van de Normandische stranden tot aan de bevrijding van Tilburg en de intocht in Den Haag, had diverse keren de dood in de ogen gekeken. Zo moest hij zich een keer dood houden nadat hij door een sluipschutter onder vuur werd genomen. 'Hij kon erg boos worden als iemand zei dat het niet zoveel had voorgesteld', zegt zijn zoon Paul Herbrink.

In zijn woonplaats Waalre overleed Herbrink op 28 mei als de laatste overlevende van de veldtocht van de Nederlandse brigade. Drie jaar lang bereidden zij zich voor op de invasie. Toen op 6 juni de geallieerde troepen op de Normandische stranden landden, kwam twee maanden later ook de Nederlandse brigade in actie.

Herbrink werd geboren in een katholieke familie van veertien kinderen in Dalfsen. Hij was niet voorbestemd om te gaan vechten. De bedoeling was dat hij als tweede zoon zou gaan studeren, hetgeen in die tijd in grote katholieke gezinnen synoniem was aan een priesteropleiding. Hij deed het kleinseminarie in Hulst en later ook het grootseminarie.

Toen Nederland in mei 1940 door de Duitsers werd bezet, bevonden de priesterstudenten zich in Zuid-België. Via Verdun en Parijs kwamen ze in St. Brieux bij Le Havre terecht waar ze op een Nederlands koopvaardijschip naar Engeland aanmonsterden. Herbrink twijfelde al aan zijn roeping en besloot kort daarna zijn pij aan de wilgen te hangen.

Dat betekende dat hij werd gelegerd op de basis Congleton in Noord-Engeland waar Nederlandse uitgeweken militairen een eigen basis hadden. Hier werd hij lid van de brigade die naar de - op dat moment - jongste telg van de kroonprinses was genoemd. Bekend werd hij door het incident waarbij hij prins Bernard per ongeluk liet struikelen.

Tijdens zijn verbleef in Engeland werd hij verliefd op de Engelse Joan Andrew uit Manchester. Als trouwdatum kozen ze 6 juni 1944, maar de legerleiding eiste dat ze die trouwdatum zouden veranderen omdat, zo bleek achteraf, 6 juni de dag van de invasie zou zijn. Vanaf 8 augustus 1944 trok hij samen met de geallieerde legers op bij de bevrijding van Pont-Audemer, Beringen en Tilburg. De Prinses Irene Brigade stak begin september 1944 als eerste militaire eenheid de Nederlandse grens over. Herbrinks peloton voegde zich later bij operatie Market Garden. Ook werd enige tijd zwaar gevochten onder de Maas bij Hedel.

Na de bevrijding trok Herbrink met zijn vrouw naar Nederland en bleef hij in het leger. Hij werd kolonel en commandant van de basis in Oirschot. Toen hij met pensioen ging, werd hij actief bij de BB (Bescherming Bevolking) in Eindhoven. Daarna zou hij nog tien jaar raadslid, wethouder en loco-burgemeester zijn voor het CDA in zijn woonplaats Waalre.

In 2013 overleed zijn echtgenote, met wie hij vijf kinderen had gekregen. Vorig jaar werd slokdarmkanker bij hem vastgesteld. Dertien bestralingen boden geen soelaas.

Hij vond het heel jammer dat hij onlangs niet bij het 75-jarig bestaan kon zijn van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene, zoals de brigade nu heet. Op 4 juni werd Herbrink met militaire eer begeleid tijdens een uitvaartviering in Waalre.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.