‘Tot aan je dood er boven op’

Het is uitzonderlijk: de twee meester-choreografen Jirí Kylián en Hans van Manen studeren hoogstpersoonlijk met jonge dansstudenten acht van hun werken in – als cadeau voor het vijftigjarige Nederlands Dans Theater....

Door Annette Embrechts

Voor iedere kunstenaar is het een prangende vraag: ‘Wat gebeurt er met mijn oeuvre na mijn dood?’ Voor choreografen is het antwoord vaak een nachtmerrie: choreografieën raken snel in de vergetelheid en sterven een stoffige dood als ze niet telkens weer worden opgevoerd. ‘Het is jammer dat je de danskunst niet aan de muur kunt hangen’, zegt grootmeester Hans van Manen (77). Dan zou er totaal anders, met meer respect, mee worden omgegaan. En was ik nu rijk geweest.’

Als choreografieën wel worden hernomen, kan dat niet meer onder auspiciën van de kunstenaar zelf. Van Manen, briesend: ‘Er vond laatst in België een hommage plaats aan Pina Bausch, die deze zomer plotseling overleed. Nou, ze zou zich in haar graf omdraaien als ze de kwaliteit ervan had gezien. Haar werk was ingestudeerd door dansers die al jaren geleden haar gezelschap hadden verlaten.’

‘Een paar jaar kan haar werk nog door haar gezelschap worden gedanst’, schat collega Jirí Kylián (62). ‘Dan verwatert de overdracht. Echte controle is er nooit geweest.’ Dezelfde tragedie, verwachten beide heren, zou het oeuvre kunnen treffen van danspionier Merce Cunningham – ook deze zomer overleden. Kylián: ‘Nu zijn er nog leden van de oer-cast die er bovenop zitten. Maar als die generatie weg is, wat dan?’ Van Manen: ‘Dan krijg je wat ik een keer in Amerika zag: een Balanchine Variation in een totaal ander decor dan George Balanchine ooit heeft voorgeschreven. Een oud-danseres vond dat grappig. Ik moet er niet aan denken.’

Natuurlijk: dansvoorstellingen kunnen worden vastgelegd op video. Registraties vinden plaats met meerdere camera’s, zodat in alle gezichtspunten is voorzien. Oud-dansers uit de eerste cast (de zogenaamde oer-cast) kunnen helpen met instuderen. En er bestaan verschillende notatieschriften voor beweging. Dat noteren is echter tijdrovend en gebeurt weinig – ‘het levert bergen papier op’, klaagt Jirí Kylián – maar biedt in elk geval de mogelijkheid een choreografie als partituur vast te leggen. Toch: levende dans is dit allemaal niet. Hoe zorg je als choreograaf dat ook lang na je aardse aanwezigheid een werk met die intentie wordt gedanst, zoals je het ooit hebt gecreëerd?

Van Manen: ‘Door tot aan je dood er boven op te zitten.’ Kylián: ‘Door iedere nieuwe generatie te laten zien waar het in dans om gaat. Een beeld in te branden op het netvlies van de toeschouwer.’

Niet eerder lieten beide grootmeesters zich samen interviewen, over hun erfenis en de jongste generatie in de Nederlandse dans. Maar inmiddels weten ze: ook voor hun oeuvre wordt de vraag van overdracht urgenter. Van Manen nadert de 80. Kylián, jonger, neemt na het vijftigjarig jubileum van het Nederlands Dans Theater (NDT) dit seizoen afscheid als huischoreograaf van het Haagse gezelschap. Samen zijn ze goed voor ruim 200 choreografieën – Kylián meer dan 80, Van Manen bijna 130: de pijlers van het Nederlands danserfgoed. Van Manen maakte het klassieke ballet swingender, strakker en sensueler. Kylián is lyrischer, poëtischer en geheimzinniger in zijn beeldtaal. Beiden maakten de Nederlandse dans wereldberoemd, tot ver in Japan, Amerika en Australië.

Vanuit het oogpunt van het levend houden van hun erfenis geven beide kunstenaars nu een slim cadeau aan het vijftigjarig NDT (een jubileum dat tijdens het Holland Dance Festival van 28 oktober tot en met 15 november groots wordt gevierd). De grootmeesters stelden op uitnodiging van de festivaldirecteur belangeloos repertoire beschikbaar aan dansstudenten van de Rotterdamse Dansacademie, de Dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium Den Haag en de Nationale Ballet Academie Amsterdam. Dit jonge talent mag dit najaar in meer dan twintig schouwburgen laten zien hoe het omgaat met dit belangrijk erfgoed: zeven beroemde werken uit het oeuvre van het NDT: Vision Fugitives (1990), Kammerballett (1995) en Monologue/Dialogue (2003) van Van Manen en Falling Angels (1989), Indigo Rose (1998), Wings of Wax (1997) en Bella Figura (1995) van Kylián.

Tijdens een repetitie op de laatste zondag van september blijkt hoe onmisbaar het oog is van de scheppend kunstenaar zelf. In de grote studio van het Lucent Danstheater zitten de twee wereldberoemde collega’s – ‘Vrienden!’ zeggen ze zelf – gebroederlijk op een tweezitsbank tussen vijftig jonge dansers. De meesten van hen nog geen 20: 16, 17, 18.

Op het oog gaan de passen van Monologue/Dialogue perfect. Het is duidelijk dat de studenten hard hebben gestudeerd met repetitors en oud-dansers van het NDT. Ze durven los te gaan. Maar Van Manen is genadeloos: ‘Dit is het niet. Het is te wild, te veel beweging. Ik hoor constant voeten piepen en vloeren kraken. Ik zie een hoop werk in plaats van dans.’ Dan staat hij op, doet zijn brilletje af en toont met zijn nog altijd swingende lijf hoe een danser volgens hem moet communiceren met de vloer. ‘Voel die vloer. Alles is gegrond. Als je niet communiceert met de grond ga je drijven.’

Hij onderstreept nog eens zijn favoriete les over ‘adagio’: ‘Een adagio is niet gewoon langzaam. Het is een rollend wiel net voordat het stilvalt.’

En hij kraakt de dansers in hun partnerwerk: ‘Partneren leer je niet op school, maar in een gezelschap. Ik zie nu jongens die bezig zijn met tillen en ronddraaien. Dat is geen lift. Het moet soepel, meer vertrouwen, minder energie. Je moet uitstralen dat je niet weet waar het allemaal naar toe gaat. Je moet verrassen en je laten verrassen.’

Ter plekke belooft hij de hele week op de academie te komen schaven. Aan zijn man vraagt hij tijd in zijn agenda vrij te maken. ‘De passen hoeven niet exact, de intentie wel.’ Het laat Van Manen niet koud.

Kylián onderbreekt ook elke minuut van zijn Bella Figura met commentaar. ‘Ik wil nieuwsgierigheid zien!’ Hij corrigeert details: ‘Hang niet in je heupen als je glijdt.’ en ‘Dit is geen tweede positie maar een beweging zijwaarts. Ik wil mensenhanden zien, geen ballethanden.’ Tegen een danseres met twee onderarmen verticaal voor haar gezicht: ‘Ik ben niet geïnteresseerd in de perfecte strekking van deze arm of van die, maar in de ruimte ertussen!’ en hij wijst op haar ogen die plots van achter de armen zichtbaar worden. ‘Alles heeft een betekenis. Als jullie die er niet in leggen kijkt of luistert niemand.’

De dansers zuigen alles op. In het origineel dansen de dansers allemaal – ook de vrouwen – met ontbloot bovenlijf boven knalrode hoepelrokken. Nu dragen de studenten huidkleurige bodystockings. De docenten vonden de meiden, tieners nog, te kwetsbaar voor topless. Kylián vindt het oké: ‘Ze hebben het mij niet gevraagd, maar ik kan het billijken. Zij zijn te jong om zich te exposeren. Ik wilde met de rokken en het topless dansen mannen en vrouwen in Bella Figura gelijkschakelen. Het gaat mij niet om de seksualiteit ervan. Juist niet.’

En dan, op de vleugels van de aanwijzingen, voltrekt zich onder het kille studiolicht dat wat dans tot dans maakt: de passen ontstijgen hun partituur, de dansers vatten de bedoeling, de bewegingen schrijven vanzelf het verhaal. Na afloop klinkt er applaus. Ook van de meester-choreografen.

Komend weekend wordt een preview gedanst – Kyliáns Bella Figura en Van Manens Monologue/Dialogue – op het Gala van de Nederlandse Dans tijdens de Nederlandse Dansdagen in Maastricht. Een optreden in het hol van de leeuw: de halve danswereld zit in de zaal. Eind oktober gaat de voorstelling tijdens het Holland Dance Festival in Den Haag in première. Daarna volgt een grote tournee. Wie werk van Kylián en Van Manen in schouwburgen danst, weet: er staat een reputatie op het spel.

‘Technisch zijn deze dansers fantastisch’, zeggen Van Manen en Kylián na afloop van de repetitie. ‘Tien jaar geleden had ik dit nooit met dansstudenten kunnen doen. Het niveau is ongekend hoog.’

Maar, als de Nederlandse dans ter sprake komt zijn ze kritisch en licht teleurgesteld. ‘Aan de dansers mankeert niets, aan de choreografen wel’, zegt Van Manen. ‘Ik weet niet wat die op hun opleiding leren, maar ze kunnen niet eens walsen! Ze bedenken allemaal conceptjes maar werken hun ideeën niet uit. Ze vragen zo weinig van die geweldige dansers. Beetje zitten, praten, wiebelen.’ Kylián, voorzichtiger: ‘Wat mij opvalt: choreografieën ontwikkelen zich nauwelijks. Ik weet na vijf minuten wat ik de rest van de voorstelling ga zien.’ Van Manen: ‘De dans is te democratisch geworden. Iedereen maakt maar wat. Ze zijn niet meer geïnteresseerd in wat er vroeger is gemaakt. Zo toegankelijk als informatie tegenwoordig is, de dansgeschiedenis kennen ze niet.’

Zelf deden ze dat vroeger anders, beweren ze. Van Manen: ‘Wij luisterden nachten lang naar muziek. Gingen naar Londen om het Royal Ballet te zien. We wilden alles weten.’ Kylián: ‘Wat Hans en mij ook heeft geholpen: we waren samen aan het werk bij het NDT. We waren aan elkaar gewaagd. Als Hans een première had gehad, wilde ik over dat succes heen. Wij stuwden elkaar voort.’

Een oordeel over elkaars werk willen ze niet geven, evenmin een karakterschets. Kylián: ‘Wat maakt een Picasso tot een Picasso? Zo verschillend als zijn schilderijen zijn, je herkent de hand van de meester.’

Van Manen: ‘Wat ik aan Jirí waardeer is dat hij altijd weer een andere kant van zichzelf aanboort. Ik varieer meer op een thema.’

De rechten van hun beider oeuvre hebben ze recent onder gebracht in stichtingen, inclusief alle documentatie. Kylián bij de Kylián Foundation, Van Manen bij de Stichting Hans van Manen. In het bestuur zit zijn man, videomaster Henk van Dijk, die zo goed als al zijn werk op band heeft vastgelegd. Kyliáns werk wordt stap voor stap op dvd uitgebracht. Kylián: ‘Een video kan bijdragen aan de zorgvuldige overdracht van je werk. Zeker als het een opname is van de oer-cast. Maar perfect is een voorstelling nooit. Ook een oer-cast maakt muzikale foutjes. Wanneer je een choreografie alleen vanaf video instudeert, worden die foutjes overgenomen.’ Van Manen: ‘Ook een oer-cast is niet heilig. Soms heb je een tweede cast waarvan je de uitvoering beter vindt. Dan had je liever die op band gehad.’

Het gaat beide kunstenaars minder om een exacte weergave van het passenmateriaal dan de intentie die erachter ligt. Van Manen: ‘De dansers moeten die essentie begrijpen.’ En, dat laat de repetitie in Den Haag duidelijk zien, die essentie lees je niet af aan een video of notieschrift. Die bevindt zich tussen de regels van de bewegingen. Waar precies, dat weet alleen de choreograaf en soms zijn zeer directe assistenten.

Volgens Van Manen gaat het schrikbeeld van bijvoorbeeld de omgang met de nalatenschap van Bausch niet op voor hun beider oeuvre. ‘Onze choreografieën worden al dertig jaar overal ter wereld door andere gezelschappen ingestudeerd. Daar zitten onze repetitors boven op. Wij hebben een paar oud-dansers die precies weten hoe het moet worden uitgevoerd.’ Kylián: ‘Maar de contracten voor opvoering gelden altijd slechts een paar jaar. Een gezelschap krijgt met regelmaat nieuwe dansers. Telkens moet worden gecontroleerd of die het ook met ónze intenties vertolken.’

‘Dans’, zegt Kylián, ‘is en blijft een vreemde bezigheid. Het is nergens voor nodig, maar het maakt onmiskenbaar deel uit van de menselijke natuur. Dansers moeten profiteren van die combinatie van onvermijdelijkheid en gebrek aan noodzaak. Brand jezelf in de geest van je publiek, houd ik ze altijd voor. Ik wil dat ze hun kunst vergelijken met Japanse kalligrafie. De kalligraaf is uit op meer dan schoonheid. Hij concentreert zich volledig op zijn onderwerp. Zorgvuldig kiest hij een penseel en doopt het in de inkt, niet te diep, niet te kort, niet te lang. En dan drukt hij in één streek trefzeker uit te wat hij bedoelt. Correctie is niet mogelijk. Bij dans idem dito: het gaat om dat ene weergaloze moment dat nooit terugkomt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden