Tosti

s.witteman@volkskrant.nl..

Er zijn grenzen aan het menselijk incasseringsvermogen, maar die worden helaas door het noodlot zelden gerespecteerd. Zo aanvaardde huisgenoot P. plots zonder duidelijke aanleiding een betrekking in het thuisland en zag ik mij voor de tweede maal binnen drie jaar geconfronteerd met een intercontinentale verhuizing. Je zou ervan aan de drank raken, als je dat niet al was.

Helaas is het verstandig noch praktisch om het op een doordeweekse ochtend op een zuipen te zetten, dus loste ik het probleem op een meer voor de hand liggende wijze op: ik tilde mijn domme poes Lola uit het pedaalemmertje waarin ze lag te slapen en begroef mijn gezicht geruime tijd in haar overvloedige pluisvacht, terwijl ze zich met schoppende bewegingen van de achterpoten uit mijn omhelzing trachtte te bevrijden. Vervolgens probeerde ik, zenuwachtig ronddrentelend, een cumulatieve reeks van negatieve gedachten om te buigen tot constructieve dadendrang, overigens zonder enig resultaat. De menselijke geest, in elk geval de mijne, heeft op momenten van grote wanhoop vaak de neiging zich af te sluiten van werkelijke problemen en over te schakelen op tobberijen van uiterst futiel kaliber: Boelie moest zijn voetbalschoenen nog ophalen bij Carter in de achtertuin; zouden er in Nederland wel ziplock-boterhamzakjes te koop zijn en aan wie moest ik nu weer eens mijn staafmixer weggeven? Europa heeft immers een afwijkend voltage, dus alles waar een snoer aan zat moest ik andermaal achterlaten, en dat bleek verbazend veel. Mijn oog viel op het tosti-ijzer, en een scheut onverdund verdriet deed mij de strot samenknijpen toen ik bedacht: het tosti-ijzer is voor Shawn.

Shawn is het overbuurjongetje van 9, dat een jaar of twee geleden voor het eerst op onze stoep verscheen met de mededeling: ‘Hallo, ik ben Shawn. Mijn moeder heeft baarmoederkanker en een hersentumor.’ Geen voor de hand liggende introductie, maar het bleek waar. Zijn moeder stierf kort daarop. Omdat Shawns vader al jaren geleden met onbekende bestemming was afgereisd, trok Shawn in bij zijn tante, die haar handen ruimschoots vol had aan haar vier eigen lastige pubers en Shawn dus weinig meer te bieden had dan onderdak en een stapel gewelddadige videogames waarop zijn ruige neefjes uitgekeken waren.

Daags na zijn moeders dood kwam Shawn bij ons binnenlopen, terwijl mijn kinderen tosti’s zaten te eten, en zei: ‘Mrs. Whitman, mag ik er ook een?’ Zeker mocht hij dat, het ging immers van de grote hoop en bovendien heb ik bij alle zielige wezens een moeilijk te onderdrukken neiging om ze met voedsel te overladen. Niet dat hij het nodig had, want hij was al wat aan de mollige kant, als resultaat van slordige overdaad aan gemaksvoedsel: een kort, vierkant ventje met een door leukoplast bijeengehouden brilletje, sluik, nooit geknipt haar, steeds gekleed in dezelfde, veel te grote, hevig bevlekte joggingbroek en een geel trainingsjack. Al spoedig kwam hij elke dag, direct na school, met die deerniswekkende rugzak van hem, waarop zijn moeder in betere tijden liefdevol zijn naam had geborduurd. Met mijn zoontje Boelie sloot hij het soort vriendschap waar jongens het patent op hebben en die niet zozeer gebaseerd is op een relevante conversatie als wel op urenlange boerwedstrijden en de uitwisseling van klapkauwgom en postelastiek. Ook leerde Shawn al snel de Nederlandse woorden ‘lul’ en ‘klootzak’ accentloos uitspreken, wat hem regelmatig goed van pas bleek te komen.

‘Mijn tante zegt dat ik mag blijven eten’, sprak hij tegen zessen meestal hoopvol. Dat kwam altijd neer op tosti’s, want verder lustte hij mijn kookkunst niet. En vaak bleef hij dan ook maar slapen, zo vaak dat ik de laatste tijd het logeermatrasje maar gewoon naast Boelie’s bed liet liggen. Een makkelijke logé was hij, die ook als ontbijt genoegen nam met een tosti. ‘Jouw moeder is heel aardig’, hoorde ik hem laatst tegen Boelie mompelen. ‘Mijn tante ook, hoor. Maar die heeft geen tostimachine.’

‘Shawn’, zei ik gisteren tegen hem. ‘We gaan terug naar Nederland. Je mag onze tostimachine hebben. Dat is leuk, hè?’

‘Ja’, sprak hij moedeloos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden