Toren van Babel

Ponte City, de woontoren die bepalend is voor de skyline van Johannesburg, was jarenlang in verval. Een Belgisch-Marokkaanse projectontwikkelaar gaf het gebouw zijn oude glorie terug....

Wie vanaf het internationale vliegveld Oliver Tambo naar Johannesburg rijdt, ziet de indrukwekkende skyline van de stad plotseling opdoemen vanachter een flauwe heuvel. De kantoorgebouwen vormen de ‘massa’ van de skyline. Maar aan de rechterkant springt de hoogste woontoren van Afrika eruit: Ponte City. ’s Nachts maakt de lichtreclame van het belbedrijf Vodacom er op het dak een blauw flikkerend baken van – tenminste, als het overbelaste energiebedrijf Eskom de wijk niet in het donker heeft gezet.

Bij de oplevering in 1976 was Ponte City met zijn 54 verdiepingen het hoogste gebouw op het zuidelijk halfrond. Johannesburg maakte een ware bouw-boom door; kantoorgebouwen en woontorens schoten de grond uit. In Ponte vestigden zich keurige blanke burgers, die een prachtig uitzicht over de stad hadden.

Maar tegen het eind van de apartheid, eind jaren tachtig, begin jaren negentig, begon de blanke vlucht uit het centrum. De kantoren verhuisden naar de noordelijke buitenwijken, en in hun kielzog gingen de werknemers mee. Vooral de kosmopolitische wijk Hillbrow, waaraan Ponte grenst, veranderde in een toevluchtsoord voor armlastige Afrikaanse emigranten, met bijbehorende misdaad.

Ook Ponte stroomde leeg en werd een ‘bad building’, zoals het in hedendaags Johannesburgs gemeentejargon heet. De bewoners onderverhuurden hun bezit of gaven het op; talloze illegalen huurden gezamenlijk de flats van soms louche tussenpersonen of krakers. In de volksmond kreeg de toren bijnamen als ‘Little Kinshasa’ en de ‘Nigerian Embassy’. Het inspireerde de Duitse schrijver Norman Ohler tot zijn thriller Stad des Goldes (2002), waarin een meisje uit Soweto verliefd wordt op een Nigeriaanse drugsbaron.

In 2001 stond de helft van de ruim vijfhonderd flats leeg, renden overal ratten rond en kwam de politie bijna dagelijks langs, om met tassen drugs, vuurwapens en messen te vertrekken. Geen wonder dat de Jeugdliga van de regeringspartij ANC voorstelde er maar een gevangenis van te maken.

Maar dat is allemaal verleden tijd. Want Ponte ondergaat een gedaanteverwisseling die zijn weerga niet kent: de ruime flats worden vernieuwd en soms verkleind. Vervolgens worden ze geheel gemeubileerd verkocht. Op de onderste verdiepingen komen winkels, restaurants en bedrijven.

‘En hier maken we een klimwand van’, vertelt Nour Addine Ayyoub (40), de joviale Belgisch-Marokkaanse projectontwikkelaar, die met enkele partners het complex heeft gekocht en de verbouwing aan het verwezenlijken is. Hij staat op roodbruin natuursteen in het midden van het gebouw en maakt een breed armgebaar naar een blinde, betonnen muur voor hem. Het is nogal schemerig: alleen hoog boven Ayyoub is een rondje lucht te zien, als middelpunt van een zuil betonnen cirkels. Want dat is wat Ponte mede uniek maakt: het gebouw is helemaal hol, als een schoorsteen. ‘Zover me bekend is, heeft alleen Tel Aviv twee gebouwen die zo zijn gebouwd’, zegt Ayyoub in zuiver Vlaams.

Het holle hart nodigde uit tot zelfmoord, zo gaat het verhaal. Maar dat is slechts een van de ‘negatieve percepties’ waartegen Ayyoub zegt te moeten vechten. ‘Bij mijn weten zijn er in al die jaren maar twee mensen naar beneden gesprongen.’ Dat de diepte op een ander manier lokte, wil hij wel beamen. Hij wijst vijf verdiepingen hoger. ‘Een aantal jaar geleden, reikte de rotzooi tot daar: oude koelkasten, meubels, puin, huisvuil: jarenlang hadden mensen alles naar beneden gegooid.’

Dat zal straks niet meer kunnen; de ramen aan de binnenkant blijven dicht. Wel krijgt elke verdieping een glazen uitbouwtje, waarin je kunt staan om even boven de afgrond te zweven. ‘Ook komt er een enorme speelruimte voor kinderen, met een glijbaan’, wijst hij een verdieping hoger.

Ayyoub gaat voor naar de liften, buitenom, via het dak van de straks weer superveilige parkeergarage. De verdiepingen voor de auto’s en winkels liggen als een schil om de rots waarop Ponte is gebouwd. Het dak is daardoor gelijkvloers met de ingang van de woontoren. Hij wijst naar het stadion Ellis Park, waar tijdens het wereldkampioenschap voetbal in 2010 belangrijke wedstrijden worden gespeeld. De gemeente investeert 70 miljoen euro in de wijk, die er over twee jaar pico bello uit moet zien. ‘Daar waar ze aan het asfalteren zijn, stoppen straks snelbussen. Kun je vanaf Ponte zo heen lopen.’

De gekte rond ‘2010’ vormt een van de redenen dat al 80 procent is verkocht van de ruim driehonderd appartementen van de eerste fase, die in juli worden opgeleverd. Wat helpt, zijn de ook voor Johannesburg niet al te hoge prijzen: een flat met drie slaapkamers moet 93 duizend euro kosten.

Om de succesvolle projectontwikkelaar te worden die hij nu is, onderging Ayyoub ook een metamorfose. Hij groeide op in Antwerpen, als zoon van Marokkaanse immigranten, en ontwikkelde zich als softwarespecialist. Begin jaren negentig werd het hem ‘te benauwd’ – door de opkomst van het Vlaams Blok, maar ook door de algehele klaagcultuur. ‘Ze hebben alles in België, maar zeuren toch. Buurtbewoners spannen een zaak aan tegen een kleuterschool, omdat de kinderen lawaai maken, en winnen die zaak ook nog! Nee, ik had genoeg van de Belgen.’

Ayyoub wist dat hij in zijn vak overal terecht kon. Na een avondje ‘met vele Duveltjes’ besloot hij naar Zuid-Afrika te gaan, al kende hij het land alleen als geboorteplaats van zijn schoolvriend Joost van Tongen. In 1994 landde hij in Johannesburg, een week voor de eerste democratische verkiezingen. ‘Ze keken vreemd op in de jeugdherberg waar ik met mijn rugzak aankwam.’

In Antwerpen was Ayyoub voor gek verklaard. In zijn eerste week in Zuid-Afrika kreeg hij een vermoeden waarom, toen hij na een avondje stappen ’s nachts naar de jeugdherberg liftte. Vier blanke jongens namen hem mee. Ineens voelde hij een klap. De volgende ochtend werd hij met zware hoofdpijn wakker op een grasveldje, beroofd van alles wat hij bij zich had. ‘Een oude, zwarte madam heeft me toen naar het ziekenhuis gebracht.’

Sindsdien ging het alleen nog bergopwaarts. Ayyoub werkte in de automatisering in Kaapstad en Johannesburg, en voelde zich kiplekker. ‘Je verwacht racisme hier, maar de mensen zijn toleranter dan in België. Ze laten je doen what you got to do.’

In 2000 stapte hij over naar het vastgoed. Toen ging het snel. Het bedrijf dat hij hielp oprichten, Zara Holding, renoveerde twee voormalige ‘bad buildings’ in het centrum van Johannesburg. Inmiddels is elk appartement doorverkocht: het centrum is weer in trek, mede dankzij miljoeneninvesteringen door de gemeente en 216 bewakingscamera’s in de straten, gekoppeld aan een 24-uurs bemand controlecentrum.

In de hal van Ponte, bij de liften, staan sjofel geklede bewoners te wachten die nu nog flats huren tussen de 40ste en de 51ste verdieping. Daar kunnen ze nog maximaal een halfjaar blijven, tot de tweede fase van de verbouwing begint. ‘De anderen zijn allemaal zonder problemen vertrokken’, vertelt Ayyoub. ‘Ze hadden een opzegtermijn van een maand, en ik heb ze drie maanden gegeven. Iedereen is braaf vertrokken.’

De controle is streng: bewoners moeten zich met hun vingerafdruk identificeren voor ze het gebouw in kunnen. Daarna volgt lang wachten: de nog niet gemoderniseerde liften blijken tijdelijk buiten werking. Na talloze stappen, die hol klinken door de ronde galerijen langs de lege appartementen aan de binnenkant van de ‘schoorsteen’, is er op de 34ste verdieping ineens een bemande receptie. Ze vormt de entree naar de zes modelwoningen, inclusief meubels en een kookeiland, die kooplustige yuppen en homostellen – een van de doelgroepen – lekker moeten maken.

Ayyoub bedacht de stijlen, die namen dragen als Glam Rock (kroonluchtertje, veel aluminium), Future slick (felle kleuren) en Morrocan Delight (roodbruin, warmgeel en andere aardekleuren). ‘Welke vind je de mooiste?’, vraagt Ayyoub, om tevreden te kijken als de keuze valt op de Marokkaanse variant. Design is zijn hobby, had hij al gezegd.

Ayyoub moet verder, maar hij raadt aan met een assistent nog naar de penthouses te gaan op de bovenste drie verdiepingen, ‘met van die huisbarretjes die afkomstig lijken uit zo’n jaren zeventig-pornofilm’, grijnst hij.

De uitgewoonde mega-appartementen, mét eigen sauna, zijn niet bedoeld voor mensen met hoogtevrees, blijkt later. De ramen, waardoor de verre buitenwijk Sandton ineens vlakbij lijkt, kunnen nog gewoon open. Als de wind opsteekt, hoor je hem om de toren huilen.

Het was wennen in het begin, dat gehuil, vertelt Thandazile Ngwenya (19) drie verdiepingen lager. Maar ze vindt het heerlijk, zo hoog boven de stad. Ze legt haar vier maanden oude baby in bed in haar eigen kamer, met ver in de diepte uitzicht op de grasmat van het Ellis Park Stadion.

Ngwenya is een van de bewoners die de wacht nog niet is aangezegd. Ze bewoont een ruime flat met elf mensen, verdeeld over vijf gezinnen. Twee rechtopstaande matrassen delen de met meubels volgepropte woonkamer in tweeën; drie elektrische kookplaten in de keuken zorgen dat niemand op elkaar hoeft te wachten. Werk heeft ze niet, maar met hulp van haar moeder, huishoudster bij een blanke familie in een buitenwijk, kan ze haar deel van de huur, 90 euro per maand, wel opbrengen.

Op haar verdieping wonen verder Zimbabwanen en Congolezen, vertelt Ngwenya. Rondkijkend bij haar en op de galerij van de 50ste verdieping krijg je nog een beetje een idee hoe Ponte in de jaren negentig moet zijn geweest, als een toren van Babel, gonzend van de Afrikaanse dialecten. Maar ook hier is al veel veranderd. ‘In het begin kon je de was niet te drogen hangen op de galerij – die werd meegenomen.’

Ngwenya weet dat ze binnen een half jaar weg moet. Jammer van het uitzicht, maar ze maakt zich geen zorgen over een nieuwe woonruimte. Want in Johannesburg zijn nog vele flats, in afwachting van renovatie, voor een prikkie te huur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden