Topsporters als ambassadeurs van goede doelen

Goede doelen doen steeds vaker een beroep op sportvedetten. Hun wervingskracht wordt geroemd. Vaak helpen atleten vrijwillig, maar liefdadigheid is niet altijd gratis....

Door Mark van Driel

Pieter van den Hoogenband is ambassadeur van de Nierstichting. Rintje Ritsma vriend van Unicef. Inge de Bruijn zet zich in voor kinderen met kanker (Stichting KiKa) en Gianni Romme trekt zich het lot van minder bedeelde jongeren aan (Nationaal Jeugdfonds Jantje Beton).

Toeval?

Geenszins.

Liefdadigheidsinstellingen hebben sporters ontdekt. Vooral de schaarse vedetten. Ze worden steeds vaker gevraagd om vrijwillig mee te doen aan een actie, of om het gezicht van een goed doel te worden.

Tussen charitatieve instellingen is een concurrentiestrijd gaande, meent Erna Jansen van Right to Play zelfs. Het is niet gemakkelijk om atleten te vinden voor de wereldwijd actieve stichting, die is opgezet door Johann Koss (voorheen Olympic Aid). Onlangs sloot Bart Veldkamp zich aan. Met Jochem Uytdehaage zijn gesprekken gaande. Jansen: 'Je moet eigenlijk nu al weten wie bij de Spelen in Athene hot zijn. En die nu benaderen. Anders ben je te laat.'

De goede doelen hebben een duidelijke reden om sporters aan zich te binden. Hun bekendheid genereert aandacht voor het leed dat de organisatie probeert te verhelpen en, in het verlengde daarvan, vaak geld. Immelie Fehmers van Unicef, dat vorige maand een overeenkomst met Ritsma aanging: 'Het zijn bekende Nederlanders. Dat maakt het aantrekkelijk.'

Wat een verbintenis met een sportvedette oplevert aan geld, zeggen de meeste instellingen niet, als ze het al weten. Memisa is een uitzondering. Voorlichter Jos de Voogd becijfert dat de samenwerking met Paul Haarhuis en Jacco Eltingh bij een tennistoernooi voor oud-profs vorig jaar 50 duizend euro opleverde voor de gezondheidsorganisatie. 'Er zijn de laatste tien jaar meer goede doelen bij gekomen. Iedereen put uit dezelfde groep gevers. Bekende sporters zijn een pr-instrument geworden.'

Sporters lenen hun naam aan goede doelen uit een oprechte wens om minder fortuinlijken te helpen. Ze beseffen vaak terdege dat zij bevoorrecht zijn en hopen dat hun faam anderen wat levensgeluk brengt.

Maar volgens Patrick Wouters, manager van Rintje Ritsma en Pieter van den Hoogenband, krijgen zijn atleten veel meer verzoeken dan ze aankunnen. Het gaat zowel om individuen die hulp vragen als professionele instellingen. Vooral de verzoeken van de laatste categorie maken deel uit van een trend, meent Wouters, die de afgelopen vijf à tien jaar op gang is gekomen. 'Sinds sporters een prominentere plaats in de samenleving hebben gekregen.'

Om de vele aanvragen het hoofd te kunnen bieden is Johan Cruijff in 1998 begonnen met zijn eigen Welfare Foundation. Richard Krajicek had toen al een jaar zijn eigen fonds, waarmee hij kinderen in achterstandswijken aan het sporten probeert te krijgen. De meeste actieve sporters kiezen niet voor die tijdrovende constructie, maar volgen het voorbeeld van Van den Hoogenband, die zich al vier jaar inzet voor de Nierstichting. Ze gaan een band aan met één goed doel vanuit de gedachte dat ze dan een waardevollere bijdrage kunnen leveren.

Bovendien hopen ze meer begrip te krijgen als ze verzoeken van andere instanties naast zich neerleggen, bijvoorbeeld uit tijdgebrek.

Behalve onbaatzuchtigheid en pragmatische overwegingen speelt ook het imago een rol bij de keuze voor een organisatie, meent Rob Visser van Charity & Sport. Die stichting brengt sinds 1997 hulporganisaties en atleten bijeen; ook voor kleinschalige initiatieven als een bezoek aan een ziekenhuis of het spelen van een benefietwedstrijd. 'Het is goed voor de uitstraling van de atleten.'

Manager Wouters erkent dat liefdadigheid de atleet geen kwaad doet. 'Je moet niet roomser zijn dan de Paus. Natuurlijk slaat het terug op de sporter. Rintje en Unicef: dat is een heel goede match. Maar hij moet het ook willen. Je kunt niet jarenlang blijven toneelspelen.'

Meer dan een onkostenvergoeding krijgen sporters vaak niet voor hun liefdadigheidswerk, ook niet als het aantoonbaar (tien)duizenden euro's oplevert. Dat hoort zo te blijven, meent Visser van Charity & Sport. 'Liefdadigheid is liefdadigheid.'

Anderen zijn minder strikt. Unicef sluit betaling niet uit, al zegt Fehmers dat 'ze bij ons niet eens betaald willen worden'.

De goede-doelen-loterijen, loterijen die het leeuwendeel van hun winst afstaan aan hulporganisaties, zijn een stadium verder. De Lotto betaalt (oud-)sporters voor hun activiteiten. Ook vedetten die optreden voor de PostcodeLoterij en de SponsorBingoLoterij krijgen een honorarium. Ruud Gullit bezocht onlangs een krottenwijk in Brazilië, betaald. Gianni Romme is het boegbeeld van Jantje Beton, met een bijpassend honorarium.

Wibo van de Linde, verantwoordelijk voor de loterijen, vindt dat loon en liefdadigheid prima samen kunnen gaan. Hij zorgde er eerder dit jaar voor dat alle schaatsers uit de ploeg van Jac Orie bij een goed doel werden ondergebracht. Met de renners van de Bankgiroloterij gaat mogelijk hetzelfde gebeuren. 'Er is een oud-Hollands spreekwoord dat zegt: dat alle waar is naar zijn geld. Het is netjes als iemand iets voor niets doet. Maar normaal is het niet.'

Van de Linde sluit niet uit dat meer instellingen atleten gaan betalen, juist als gevolg van de onderlinge concurrentie. 'Stel dat een sporter bij een goed doel tien miljoen binnenhaalt en hij krijgt daarvan een miljoen. Dan doet die club het zakelijk gezien goed. Maar het moet wel verklaarbaar blijven. Dus geen absurd hoge bedragen. En er moet oprechte interesse zijn. Als een van onze schaatsers zijn neus op haalt voor het goede doel, is hij gauw weg.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden