Topopleiding Ajax zoekt geniale spits

Ajax geeft tegenwoordig miljoenen uit aan jongens van 16 of 17 jaar. Het verlangen naar een superieure aanvaller leidt tot een strooptocht over Europa's velden, met ongewisse afloop.

Wie weet, begint de lente bij Ajax met Ricardo Kishna. Een Hagenaar met een zwierige voetbalnaam. Dartel, sierlijk. Spel als een zonnetje. Een linksbenige dribbelaar annex schutter met een Hindoestaans-Surinaamse vader en een Nederlandse moeder. Behept met een zweem vrolijke arrogantie, technisch en subtiel. Trotse trekken. Alles of niets.


Misschien geeft hij dat degelijke, vaak saaie, in Europa door Red Bull Salzburg overrompelde Ajax nieuw elan. Na zijn debuut met een doelpunt in Ajax 1, vorige week tegen AZ, zei hij eens tot de beste spelers ter wereld te willen behoren. Toe maar, de branie is terug in Amsterdam. Een golf van bewondering rolde door de Hindoestaanse gemeenschap in Den Haag, gewend als die is aan Surinaamse creolen als uitblinkers op het voetbalveld.


'Ricardo is het type dat we voorin misten', zei trainer Frank de Boer, die hem zondag vermoedelijk opstelt in de topper tussen de koploper en Feyenoord. Broer Ronald de Boer, jeugdtrainer bij Ajax, is lyrisch over de tiener ('het grootste talent in jaren'), ondanks Kishna's veronderstelde persoonlijkheid als lastpak. Uit zijn voeten vloeien passeerbewegingen die zeldzaam zijn. En dan te bedenken dat hij bijna twee jaar miste door knieblessures.


De dribbel en het doelpunt tegen AZ, een spetterend, diagonaal schot, vervulde de fijnproevers in de Arena van hoop. Publiek veerde op, supporters stootten elkaar aan. Ajax wordt misschien voor het vierde jaar op rij kampioen, maar voor de vroegere specialiteit van het huis, aanvallende gratie, moet je tegenwoordig vaak elders zijn, bij Boëtius (Feyenoord) bijvoorbeeld, Tadic (FC Twente), Depay (PSV), Ziyech en Basacikoglu (Heerenveen).


Kishna dus. Zijn zaakwaarnemer Mino Raiola: 'Ricardo heeft alles. Fysiek, technisch, qua arrogantie en instelling. Ik weet voor 99,9 procent zeker dat hij de top haalt. Door zijn knieblessures heeft hij het vreselijk zwaar gehad. De een haalt zijn motivatie uit het getto, de ander uit armoede of honger. Ricardo heeft zijn blessures overwonnen. Van een verwend jochie, bij wijze van spreken, is hij gevormd tot een man.'


Bovenal is Kishna het prototype van het brandende verlangen naar een bijzondere voetballer, een aanvaller liefst, het type waarvan Ajax er zoveel opleidde of kocht, het type dat de club zo mist, getuige ook de zes Europese doelpunten in acht duels. Voetballers die zijn bezongen of berijmd in euforische termen. Zoals de dichtende Ajax-supporter Cees van Zuilen, alias Huisdichter Cornelis, zijn pen in rood-witte inkt doopte als het ging over Cruijff, Van Basten, Bergkamp of Suarez. Over de huidige assistent-trainer Bergkamp schreef hij het gedicht Londen:


Volle pub


Het regent


Vrouw alleen


Die leest


Drie mannen


Drinken bier


Zij zijn naar


Arsenal geweest


Ogen glanzen


In de lamp


Op hun netvlies


Nog het dansen


Van Dennis


Bergkamp


Het zou pathetisch zijn om zo'n heldenepos te schrijven over Siem de Jong, Lasse Schöne of Viktor Fischer, hoewel de huisdichter ook over de stagnerende belofte Fischer dichtte, als zijnde een moderne versie van Kick Wilstra, door de kuif dan vooral. Maar de objectieve beschouwer zal concluderen dat Ajax mogelijk de vierde titel op rij grijpt zonder rasaanvaller als uitblinker, opnieuw zonder werkelijke topschutter ook.


Dat schrijnt, zeker omdat het in de zogenoemde revolutie van Cruijff ook te doen is om het opleiden van voetballers die tot ver in het buitenland tot de verbeelding spreken. Die zijn er dus niet, in een ploeg die twee keer kansloos verliest van Red Bull Salzburg. Vandaar hoop en blijdschap na één aardig optreden van Kishna.


Er is sprake van een wonderbaarlijke paradox ten opzichte van een paar jaar geleden. Vlak voordat Cruijff ingreep in de herfst van 2010, een actie die mede was bedoeld om de internationaal geroemde opleiding opnieuw uit te vinden, voetbalde Ajax onder trainer Martin Jol grofweg als volgt: de bal ging van achteren zo snel mogelijk naar voren, waar Suarez probeerde iets moois of onverwachts te creëren.


Het was cowboyvoetbal op de pampa van het avontuur. Vanaf Cruijff leerde Ajax weer Ajax te zijn: dominant, verzorgd, aanvallend voetbal over de grond. Meer individuele training. Maar ergens stokt de ontwikkeling. De bal gaat eindeloos rond, vaak achteruit. De ploeg oogt braaf en kwetsbaar en juist voorin gebeurt geregeld weinig tot niets, ook door ontbrekende creativiteit. De reeks kampioenschappen is een zalf voor de pijnlijke zoektocht naar pure schoonheid en genialiteit.


U zult zeggen: het is ook nooit goed. Inderdaad. Maar zo hoort het ook bij Ajax, dat veel eist van anderen en van zichzelf. Of, zoals assistent-trainer Dennis Bergkamp ruim een jaar geleden in de Volkskrant vertelde over het doel van de opleiding op de Toekomst: 'Je moet proberen anders zijn dan anderen. Uniek.'


Het is dus zoeken geblazen naar die uniciteit. Die is moeilijk te vinden. De spelers die dit seizoen doorbraken, voetballen al een jaar of tien bij Ajax: Veltman, Klaassen en Denswil zijn de opvallendste namen. Ze zijn verdediger of middenvelder, bijna vanaf hun prilste jeugd opgeleid in Amsterdam. Waar de aanvallers blijven? Zijn er niet.


Nou ja, Kishna dus, feitelijk de eerste potentiële topaanvaller in de episode Cruijff. Waarbij de vraag gerechtvaardigd is of hij door Ajax is opgeleid. Hij, nu 19, was bijna 16 jaar toen hij van ADO Den Haag kwam. Sindsdien is hij bijna twee jaar geblesseerd geweest. Kishna is vooral een natuurtalent. Want hoe belangrijk opleiding ook is, of die nu is geïnspireerd op de visie van Cruijff of op wie dan ook, het is zoals de laatste grote, door Ajax geschoolde aanvaller Patrick Kluivert opmerkt: 'Alles begint met talent en wat je daarmee doet.'


Sinds de doorbraak van Kluivert in 1994, twintig jaar geleden dus, is geen internationale topaanvaller meer opgeleid in het veronderstelde walhalla van het offensief, Amsterdam. Ajax kocht menig topper, van Arveladze en Ibrahimovic tot Suarez en Huntelaar, succesverhalen in een beleid dat minder succesvol was. Ajax leidt liever op dan te kopen, zeker sinds de huidige trainer De Boer de baas is. Hij zegt: 'We zijn zo vaak tegen de lamp gelopen. Je koopt iemand voor de hoofdprijs, maar de speler voldoet meestal niet aan de verwachtingen.'


Ajax onderzocht al eens hoe rendabel kopen is. Niet zo zeer, luidde de conclusie. Zelf opleiden dus, waarbij Ajax vooral sinds Cruijff een nieuwe weg bewandelt: het kopen van aanvallend tienertalent. Niet heel duur, deels te vormen. Ajax is geen basisschool van het voetbal meer.


Ajax veredelt halffabricaat. Jongens van 16, 17 jaar uit heel Europa, van IJsland tot Tsjechië. Je kunt nauwelijks nog stellen dat ze door Ajax zijn opgeleid. Ze waren al bovengemiddeld toen Ajax de beurs trok. Je kunt hoogstens zeggen dat ze hun opleiding voltooien in Amsterdam, jongelingen als Cerny, Fischer, Meleg, Andersen, Eriksen, Karlsson en straks Zivkovic. Eriksen is alweer verkocht. Was ook van vóór Cruijff.


Jeugd is big business in voetbal. Allereerst struinen scouts honderden velden in Nederland af, op zoek naar ruwe diamantjes. Ieder jongetje dat aardig kan voetballen zit in de computer. In de vakanties zijn daar nog de talentendagen, zoals afgelopen week bij Ajax.


Jongens van amateurclubs tonen gedurende een dagdeel hun kunsten op de Toekomst. Dat is goed voor de binding tussen profclub en jeugd en wie weet, is iemand door de mazen van het scoutingsnetwerk geglipt.


Langs het kunstgras antwoordt de moeder, op de vraag hoe oud haar zoon is: 2004. Belangrijker dan leeftijd is het geboortejaar, voor het meten van kwaliteit; 2004 is dan eerstejaars E-jeugd. De zon schijnt en overal is verlangen. Jongens verlangen naar een loopbaan als prof. Ouders verlangen naar een kind dat wordt uitverkoren voor topvoetbal.


Lang niet allemaal genieten de ouders van deze unieke dag. 'Youssef, je staat stil. Ben je moe? Beweeg eens', zegt een vader. Je hoort binnensmonds gemompel op de tribunes. 'Verdomme. Kom op. Nog even. Vraag de bal. Bied je aan. Kijk wat een mooie steekpass.'


Rond het veld drommen mannen van Ajax: keurmeesters. Ze dragen rode of zwarte, halflange regenjassen. Ze hebben duizenden kinderen gezien in de loop der jaren. Ook zij verlangen: naar een ontdekking.


Maar het is niet genoeg. De topspeler, zeker de topaanvaller, is zeldzaam. Ook sinds de geest van Cruijff over Ajax vaardig is, zijn veel aanvallers van buiten gehaald, liefst goedkoop. Ze waren niet bijster succesvol: Cuenca, Boerrigter, Krkic, Hoesen of Sana. De scouting en ook het technisch hart - bestaande uit Wim Jonk, Dennis Bergkamp en Frank de Boer - maken niet bepaald een onuitwisbare indruk.


Menigeen die jarenlang de opleiding in Amsterdam volgde, is weer vertrokken als niet goed genoeg. Castillion, Ebecilio, Özbiliz en Lukoki bijvoorbeeld. De erfenis van Kluivert is nog steeds niet ingelost, ondanks al die debuterende aanvallers door de jaren heen, van Jozefzoon, Zeegelaar, Van der Gun, Bobson, Hersi en Bechan tot Hosé, Poepon, Wooter en Turpijn. Babel en Van der Meyde waren de toppers sinds Kluivert.


Om het aanvallersprobleem nog meer reliëf te geven: één van de succesvolste nieuwelingen van de laatste jaren is Lasse Schöne, die transfervrij was en op veel posities inzetbaar, vooral als middenvelder. Hij is vrij constant als aanvaller, hetgeen eigenlijk alles zegt.


Voor tieners met aanvallende potentie zijn miljoenen uitgegeven (zie graphic). Het is schieten met hagel en hopen dat je iemand raakt.


Ongeveer hetzelfde doet Chelsea tegenwoordig, maar dan met veel meer geld. Vandaar ook die euforie als een speler als Kishna zich aandient. Omdat hoop nu eenmaal harten vult.


Feyenoord is klaar voor ontmoeting met aartsrivaal Ajax


Feyenoord moet zondag van Ajax winnen om in het spoor van de Amsterdamse koploper te blijven. Toch ziet Ronald Koeman De Klassieker als een gewoon duel. 'Deze wedstrijd is niet belangrijker dan die van vorige week was of die van volgende week zal zijn.' De coach heeft met een fitte selectie kunnen toewerken naar de ontmoeting. Na de wedstrijd tegen FC Twente, waarin Feyenoord in de slotfase de winst verspeelde, werd gezegd dat de Rotterdammers niet in de beste conditie verkeerden. 'Tests wijzen juist uit dat we superfit zijn', counterde Koeman vrijdag. 'En als je te hard traint, krijg je te maken met spierblessures, maar ik kan zondag beschikken over alle twintig spelers en drie keepers. We leven op onze vertrouwde manier toe naar de wedstrijd, al merk je aan alles dat dit Feyenoord - Ajax is. Dat geldt voor Feyenoord en ook voor Ajax. We weten wat er op het spel staat.' Ajax-trainer Frank de Boer hoopt te kunnen beschikken over Lasse Schöne en Thulani Serero. Beide spelers ontbraken donderdag door blessures bij de Europese afgang tegen Red Bull Salzburg. De Boer hoopt dat zijn elftal zich weer oplaadt na de teleurstelling in Oostenrijk. 'Tegen AZ hebben we vorige week bewezen ons goed te kunnen herstellen.' De Boer beseft dat Ajax bij winst Feyenoord uitschakelt voor de landstitel. 'Het is daarom belangrijk dat we drie punten uit De Kuip meenemen. We kunnen een goede slag slaan.' Eenvoudig wordt dat niet, erkende de coach. 'Feyenoord speelt de laatste weken goed en degelijk. Ook tegen FC Twente hebben ze dat laten zien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden