Topmanagement bedrijven vaak niet Nederlands

Het hogere management van grote Nederlandse bedrijven is behoorlijk internationaal, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. Dat werkt goed, al zijn er ook cultuurbotsingen.

Werkoverleg bij chipmachinefabrikant ASML in Veldhoven, waar meer dan tachtig verschillende nationaliteiten werken. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Als Peter Jenkins vergadert met de Aziatische topmanagers van chipmachinefabrikant ASML, laat hij altijd een partijtje gele Post It-papiertjes aanrukken. In de Aziatische cultuur staat het namelijk - geheel in tegenstelling tot de Nederlandse - niet in erg hoog aanzien luid en duidelijk je eigen mening uit te venten.

'In een collectieve cultuur als de Japanse is nee zeggen zelfs onbeleefd. Door ze antwoorden te laten opschrijven op de gele papiertjes, in onze voertaal Engels, voelen de Aziatische collega's zich toch vrij hun mening te uiten', zegt Jenkins. 'In de Aziatische cultuur gaat het erom wat er wordt gezegd, maar vooral ook om wat er níét wordt gezegd. Daar moet je goed op letten, heb ik de afgelopen jaren geleerd.'

De 50-jarige Brit, die er bij de chipmachinefabrikant verantwoordelijk voor is dat de producten aansluiten op de wensen van de klanten, kan het weten. In zijn carrière bracht hij onder meer tien jaar door in diverse delen van Azië. Bij ASML in het Brabantse Veldhoven, waar Jenkins nu zetelt, werken bovendien meer dan tachtig verschillende nationaliteiten. In het wereldwijde senior management van het Brabantse technologieconcern zijn het er ruim twintig: van een Taiwanees tot een Argentijn, en van een Chinees tot een Amerikaan. ASML is dan ook het schoolvoorbeeld van een groot Nederlands bedrijf dat - met succes - tot in de hoogste regionen internationaal is geworden. Maar ASML, waar ruim eenderde van het topmanagement niet-Nederlands is, is niet de enige. Bij de ooit oer-Hollandse uitgever Wolters Kluwer is een Nederlandse topmanager al bijna een zeldzaamheid.

51 procent is Amerikaans
Nog maar 16 procent van het hoger management van het internationale informatieconcern Wolters Kluwer is Nederlands, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant naar de samenstelling van de toplaag van een aantal grote Nederlandse bedrijven. Acht op de tien topmanagers komen van elders. Vooral uit de Verenigde Staten; Amerikanen leveren 51 procent van het hoger management. De VS is een belangrijke markt voor Wolters Kluwer. De gehele raad van bestuur van het bedrijf is ook Amerikaans, sinds het vertrek vorig jaar van 'CFO' Boudewijn Beerkens naar SHV. Maar naast Nederlanders en Amerikanen telt de toplaag van het bedrijf nog negen nationaliteiten.

Na Wolters Kluwer heeft ook TNT minder dan de helft Nederlanders in het hoogste management, blijkt uit het onderzoek van de Volkskrant (zie grafiek). De baas van het internationale pakjesbedrijf Tex Gunning is sinds vorig jaar wel weer een Nederlander, als opvolger van de Francaise Marie-Christine Lombard. Ook bij DSM is de toplaag in meerderheid niet-Nederlands, bij vastgoedbedrijf Wereldhave en bij het Brits/Nederlandse olieconcern Shell is net de helft Nederlands.

De internationalisering van het hoogste laag van bedrijven is vaak het gevolg van overnames in het buitenland, of het betreden van nieuwe markten, waarvoor lokaal management is gezocht. Vandaar dat het niet zo gek is dat de top van de Nederlandse Spoorwegen voor 99,5 procent (199 Nederlanders en één Brit) vaderlands is. Bij Heijmans is het zelfs 100 procent, hoewel het bouwbedrijf ook in België en Duitsland actief is.

Is dat erg? Of, andersom gesteld: is het goed voor een bedrijf als het hogere management diverse nationaliteiten en culturen bevat?

'Dat hangt ervan af', zegt Caroline Visser, 'senior manager people and change' bij adviesbureau KPMG. Diversiteit - man/vrouw, oud/jong, westers/niet-westers - leidt volgens diverse studies tot betere bedrijfsprestaties. Bedrijven met een grotere diversiteit zijn bijvoorbeeld vaak innovatiever, omdat ze makkelijker vaste patronen ter discussie stellen en creatief zijn in het vinden van oplossingen.

 
Nog maar 16 procent van het hoger management van het internationale informatieconcern Wolters Kluwer is Nederlands, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant naar de samenstelling van de toplaag van een aantal grote Nederlandse bedrijven.

Eenling bereikt weinig
Maar er is ook onderzoek dat weerspreekt dat diversiteit beter werkt. Het is vooral belangrijk dat de diverse groepen voldoende massa hebben; een eenling bereikt weinig. Verder moet de top echt actief zijn best doen diversiteit tot een succes te maken en zelf in woord en daad het goede voorbeeld geven, anders werkt het niet. Of gaat het zelfs contraproductief werken, doordat wederzijds onbegrip leidt tot cultuurbotsingen.

Dat gevaar is niet ondenkbeeldig. Zo liggen Groot-Brittannië, Duitsland en Nederland weliswaar vlak bij elkaar, maar kennen de nationale culturen heel andere waarden. Dat leidt geregeld tot wederzijds onbegrip, blijkt uit onderzoek. Nederlanders zijn bijvoorbeeld 'laag-hiërarchisch', op de schaal van democratisch naar autocratisch.

Een Brit volgt uit respect voor hiërarchie normaal gesproken de instructies van het senior management op, maar in Nederland gaat daar eerst een democratisch proces vol gepolder aan vooraf. De discussie gaat door totdat er consensus is. De besluitvorming duurt hier dan ook meestal aanzienlijk langer, en mondt uit in - soms niet erg productieve - compromissen.

We zijn nogal direct
Nog zo'n bron van onbegrip: Nederlanders hebben een cultuur met 'erg lage context'. Anders gezegd: we zijn nogal direct. Voor culturen met een hogere context, zoals de Britse, kan dat onbeschoft overkomen. Andersom kan een Brit een plan heel beleefd 'interesting' noemen, terwijl hij eigenlijk bedoelt dat het niks is en dat je snel terug moet komen met een beter idee. Een Nederlander moet dat maar net door hebben.

Op mondiale schaal wordt er onderscheid gemaakt tussen de Amerikaanse cultuur (met de nadruk op prestaties en efficiency), de Europese (minder hiërarchisch, meer individu) en de Aziatische, waar het collectief voorop staat. Nederlanders fungeren vaak als 'Mister Switch', zegt Caroline Visser van KPMG. 'Wij' kunnen onszelf goed neutraal opstellen en de plooien tussen andere culturen gladstrijken, helemaal als we er zelf beter van worden. 'Dat is onze VOC-mentaliteit', zegt Visser. 'Het zit al eeuwen in ons dat we goed kunnen accommoderen.'

Als Brit bij een Nederlands bedrijf - 'jullie zijn tamelijk direct, ja'- kan Peter Jenkins van ASML dat beamen. Voor hem is het geen vraag meer of de diverse nationaliteiten in de top belangrijk zijn voor de chipmachinefabrikant. 'Het is zelfs essentieel voor een bedrijf zoals ASML, met 60 tot 70 procent van de omzet in Azië, nog eens 20 tot 30 procent in Amerika en 5 procent in Europa. Dat succes was niet mogelijk geweest zonder de verschillende culturen van de klanten en het management te begrijpen.'


Het onderzoek naar de nationaliteit van het hoger management van grote Nederlandse bedrijven werd uitgevoerd door Marlies de Brouwer. Van de 34 benaderde bedrijven registreerden twaalf de nationaliteit van hun hoger management niet. Zes bedrijven konden alleen onvolledige informatie leveren, vier wilden niet meewerken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden