Het eeuwig leven Toon Gispen

Toon Gispen (1938-2018): ‘Manuela’-schrijver die Utrecht ging besturen

Zijn creativiteit bloeide op bij de Luchtmacht, waarna hij hits als Manuela schreef, furore maakte bij de televisie en wethouder van Utrecht werd .

Toon Gispen Beeld Leefbaar Utrecht

Zijn taalvaardigheid had hij niet van een vreemde. Zijn moeder was Neerlandica en zijn vader classicus. ‘Al op jonge leeftijd schreef hij briljante verzen’, zegt zijn broer Willem Hendrik Gispen.

Toen hij later als televisieproducent werkte bij de NCRV en TROS in Hilversum, begon hij teksten te schrijven voor Nederlandse artiesten. Vele nummers werden evergreens, waaronder Niemand laat zijn eigen kind alleen (Willy en Willeke Alberti), Ach, Margrietje de rozen zullen bloeien (Louis Neefs) en vooral de monsterhit Manuela van Jacques Herb in 1971.

Begin jaren negentig probeerde hij te voorkomen dat Vleuten-De Meern zou opgaan in de gemeente Utrecht. Dat mislukte, ondanks het feit dat 99 procent van de inwoners in een referendum voor zelfstandigheid stemde. Gispen meldde zich daarop aan bij de, zoals hij zelf zei, ‘enige partij met schone handen’: Leefbaar Utrecht.

Oprichter Henk Westbroek zegt dat Gispen het kant en klare idee van de wijkraden met zich meebracht. ‘Dat Toon tekstschrijver was, daar kwam ik pas na een jaar achter. Later vertelde hij me dat hij schreef om via de weg van de smartlap eigen verdriet hanteerbaarder te maken. Niemand laat zijn eigen kind alleen was ingegeven door de dood van een eigen kind. Toon was een rasbestuurder en tekstschrijven zag hij – net als ik eigenlijk – als een uit de hand gelopen hobby.’

In 2001 zou hij voor Leefbaar Utrecht wethouder worden. Hij stond aan de basis van muziekcentrum TivoliVredenburg en het Nijntjemuseum. ‘Maar eigenlijk nog belangrijker was dat hij de cultuur naar de wijken bracht. Iedereen dacht aanvankelijk aan een soort van braderie. Maar het werd een fenomenaal succes’, aldus zijn broer Willem Hendrik Gispen.

Het wethouderschap

In 2005 besloot hij af te treden, omdat hij de gemeenteraad niet had ingelicht over aankoop van het depot van het Centraal Museum. Toon Gispen – met zijn eerste partner had hij twee kinderen, waarvan er een jong overleed – overleed 20 oktober op 80-jarige leeftijd.

Hij was de oudste in een gezin van vijf kinderen. Zijn vader, conrector op het Utrechts Christelijk Gymnasium, overleed toen hij 9 was. Toon was hoogbegaafd, sloeg een klas over en ging op zijn 17de al naar de VU om rechten en economie te studeren.

Maar nog voor zijn kandidaats gaf hij er de brui aan. Hij trad in dienst van de Koninklijke Luchtmacht als commandant van het zogenoemde spookpeloton – een demonstratiegroep die op taptoes en officiële gebeurtenissen shows gaf die ook op televisie kwamen.

Gispen kwam daardoor bij de NCRV waar hij programma’s bedacht, produceerde en soms ook regisseerde, zoals Zo Vader, Zo Zoon. In 1970 schreef hij zijn eerste hit voor Ciska Peters, Geef me je hand, die een derde plek haalt in de top-40. In totaal zou hij 100 liedjes schrijven, waarvan 50 de hitparade haalden. ‘In taal kun je alles uitdrukken, taal bindt mensen. Ik kan pakkend Nederlands schrijven. Voor mij is bij liedjes de tekst belangrijker dan de melodie.’

In 1973 stapte Gispen over naar de TROS, waarvoor hij Op Losse Groeven en Alles of Niets produceerde. In 1979 stopte hij plotsklaps met alles en ging werken als PR- en reclameconsultant. Willem Hendrik Gispen: ‘Tv maken en liedjes schrijven waren voor hem tijdgebonden.’

Het wethouderschap op zijn oude dag kwam onverwacht. ‘Hij hield van brainstormen, durfde grenzen te verkennen en was niet bang voor een experiment, zoals het idee om in 2013 de Vrede van Utrecht te herdenken’, zei burgemeester Jan van Zanen in een reactie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.