Tony Blair regeert het liefst zonder zijn ministers

In de afgelopen vier jaar heeft premier Blair slechts drie keer een debat in het Lagerhuis geleid. Dat is een absoluut laagterecord in de Britse geschiedenis....

Van onze correspondent Peter de Waard

Niet alleen laat Blair het parlement links liggen, ook zijn eigen partij en zelfs zijn collega-ministers heeft hij monddood gemaakt. De wekelijkse kabinetsvergadering duurt nooit langer dan één uur. Onder Edward Heath vergaderde het kabinet minimaal twee keer per week drie uur. Blairs voorganger John Major had zelfs nog drie keer zoveel tijd nodig om zijn plannen in het voltallige kabinet te bespreken.

'Nu zijn alle kabinetsbeslissingen voorgekookt. Niet binnen de ministersploeg zelf maar binnen het team van adviseurs dat Tony Blair om zich heen heeft verzameld', zegt Daniel Kruger van het Centre for Political Studies in Londen. Prof. Dennis Kavanagh, auteur van het vorig jaar verschenen boek The Powers behind the Prime Minister, stelt dat Blair liever zaken regelt met individuele ministers. 'Als hij een voorstel heeft op het gebied van Volksgezondheid, bespreekt hij dat met de betreffende minister. De rest van het kabinet gaat het niets aan', aldus Kavanagh.

Blair heeft alle macht in zijn eigen ambtswoning gecentraliseerd. Downing Street 10 lijkt van buiten niet groot, van binnen is het een kantoorkolos die niet alleen als woning van de premier dient, maar ook als werkruimte van zijn talrijke adviseurs.

De staf van Tony Blair op Downing Street is volgens Kavanagh inmiddels opgelopen tot ruim tweehonderd mannen en vrouwen: 'Toen Edward Heath in 1970 premier werd werkten er op Downing Street niet meer dan 68 mensen.' Blair verplaatste na zijn verkiezingsoverwinning in 1997 zijn complete staf van het Labour-hoofdkwartier aan Millbank naar Downing Street. Zelfs toiletten en bezemkasten moesten tot kantoren worden verbouwd om iedereen te kunnen bergen.

De staf van de premier bestaat ook niet alleen uit administratieve krachten en simpele ambtenaren, maar vooral uit politieke bondgenoten, die vaak veel meer invloed hebben op de premier dan zijn ministers. Kavanagh: 'Deze functionarissen hangen de hele dag rond de premier. Zij houden voortdurend de vinger aan de pols.'

Tot de belangrijkste politieke adviseurs behoren het hoofd van Blairs staf Jonathan Powell, Blairs gatekeeper Anji Hunter en zijn perswoordvoerder Alastair Campbell. Zij zijn persoonlijke vrienden van Tony Blair en beschikken elk over een grote afdeling van topmedewerkers.

Kruger: 'Vlak na zijn aantreden nam Blair het historische besluit dat zijn adviseurs in staat stelde orders te geven aan ambtenaren. De meeste adviseurs geven nu niet alleen orders aan ambtenaren, maar ook aan andere ministers. Vorige week lekte nog een briefje uit waarbij Campbell een van de ministers bestraffend toesprak: 'I told you to sort it out.'

Blair ontsloeg zijn minister Peter Mandelson begin dit jaar ook niet na het raadplegen van andere kabinetsleden, maar bezegelde Mandelsons lot in een 'volksgericht' met Campbell en Jonathan Powell. Sommige Labourparlementariërs hebben al gezegd dat Groot-Brittannië wordt bestuurd door een 'keukenkabinet van benoemde kroonprinsen'. Ken Livingstone, de huidige burgemeester van Londen, noemde Blairs adviseurs ooit de luizen op de rug van de egel.

Andrew MacKinlay, een parlementslid uit Blairs eigen Labour, uitte eerder fikse kritiek op de presidentiële invulling van Blairs premierschap. Volgens MacKinlay negeert de premier zowel zijn eigen partij als het parlement in Westminster. 'Hij luistert eigenlijk alleen naar zijn eigen vriendjes op Downing Street', hekelde MacKinlay Blairs aanpak. Volgens hem zouden de parlementsleden de antenne van de regering naar de samenleving moeten zijn, maar de premier legt liever zijn oor te luisteren bij zijn adviseurs.

Dennis Kavanagh concludeerde in zijn samen met de historicus Anthony Selden geschreven boek The Powers behind the Prime Minister dat de vierde Labourpremier uit de Britse geschiedenis een 'napoleontische figuur is die het land centraal bestuurt'. 'We hebben dat niet zelf verzonnen. Het is een uitspraak van Blairs naaste medewerker Jonathan Powell', onthult hij nu.

Blair is volgens Kavanagh een democratische autocraat. 'Hij is een premier die dingen gedaan wil krijgen. Als je dat wilt moet je de bureaucratische rompslomp omzeilen. Dat doe je door tijdens het besluitsvormingsproces zo min mogelijk openheid te betrachten en niet te veel mensen met verantwoordelijkheid op te zadelen.'

Volgens Kavanagh beseft Blair dat de tijd van politieke partijen voorbij is. De premier opereert zonder politieke achterban. 'We leven in het mediatijdperk. Daarbij gaat het niet om partijen maar om persoonlijkheden. Blair spiegelt zich aan Reagan en Clinton: hij wil een warme leider zijn die goed bij het publiek overkomt.'

Richard Rose, auteur van het boek The Prime Minister in a Shrinking World, beaamt dat het politieke strijdperk in de afgelopen decennia is verplaatst. De arena is niet langer het parlement, maar de media. In dat opzicht is het niet vreemd dat Blairs media-adviseur Alastair Campbell zo vaak de op een na machtigste man van het land wordt genoemd.

'Blair borduurt daarbij verder op de erfenis van Margaret Thatcher. Ook Thatcher regelde graag veel op eigen houtje, maar zij vond het nog niet zo belangrijk om daarbij ook aardig te worden gevonden. Bij Blair draait alles om het imago', stelt Rose. Zijn partij is daarbij een lastig obstakel. 'Er is een oude politieke wijsheid in Groot-Brittannië: in de oppositie zitten je opponenten, maar in je eigen partij zitten je vijanden.'

Dat de premier in eigen land meer macht naar zich toetrekt heeft er ook mee te maken dat de Britse premier in internationaal opzicht aan macht heeft ingeboet. Rose: 'In Westminster torent hij boven iedereen uit, in Brussel is hij maar een van de vijftien leiders. Blair mag dan een handige slagman zijn op zijn eigen politieke cricketveld, in de wereld is hij geen partij voor een Amerikaanse president die een hardball werpt.'

Kavanagh verwacht dat de rol van Blairs eigen adviseurs na de verkiezingen waarschijnlijk nog groter zal worden. Blair zal in zijn tweede termijn meer haast hebben om dingen gedaan te krijgen. 'Sommige adviseurs hebben al geklaagd dat Downing Street eigenlijk te klein en te inefficiënt is geworden voor hun werk. Het doolhof van zaaltjes, gangen, trappen en kelders bemoeilijkt de communicatie en de besluitvorming', aldus Kavanagh.

Er is al gesuggereerd Downing Street 10 te veranderen in een 'Museum van Britse premiers'. De eigenlijke ambtswoning zou dan in een nieuw modern gebouw worden ondergebracht dat zou kunnen wedijveren met het Elysée in Parijs of het Witte Huis in Washington.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden