Tony Blair hielp eigen ideaal om zeep

Niemand geloofde oprechter in humanitaire interventie dan de afgetreden Britse premier, maar juist door diens ingrijpen in Irak is dat ideaal voorlopig in diskrediet geraakt, meent David Rieff....

Dat Tony Blair nu eindelijk het Britse premierschap heeft opgegeven, na te hebben getalmd tot in het absurde, komt als een algehele opluchting – niet alleen voor de Britse bevolking, maar ook voor zijn eigen partij. Na drie termijnen aan het bewind kan dat ook haast niet anders. Ook al is het een cliché, macht corrumpeert echt, en de najaren van het tijdperk-Blair, waren, net als die van het tijdperk Thatcher, een treurig schouwspel.

Paradoxaal genoeg voor een man die zo lang aan de macht is geweest, is het onduidelijk welke binnenlandse erfenis hij achterlaat, als er al iets is. Blairisme was een houding, een stijl, maar op de keper beschouwd was er geen sprake van een radicale breuk met het beleid van Thatcher, dat Nieuw Labour zo gewiekst in een nieuw papiertje had verpakt, maar, dat moet eerlijk worden gezegd, humaner uitvoerde dan de Iron Lady ooit deed.

De buitenlandpolitiek is een heel ander verhaal. Wat je ook van hem mag vinden, het staat buiten kijf dat Blair een leider was die ertoe deed. Eigenlijk kan hij met goede reden worden omschreven als de man die het begrip ‘humanitaire interventie’ formuleerde en met succes propageerde. Dat idee sprak tot de verbeelding van de elite in de ontwikkelde wereld gedurende de jaren ’90, en verschafte de morele onderbouwing voor de belangrijkste westerse militaire interventies na het einde van de Koude Oorlog, van Bosnië tot Irak.

In het licht van de catastrofale gevolgen van de invasie van Irak, is het lastig zich te herinneren dat een interventie op morele gronden – of het nu was om een dictator ten val te brengen zoals in de Balkanoorlogen, of om een eind te maken aan wrede chaos, zoals in het geval van het Britse ingrijpen in Sierra Leone – een grote vooruitgang in de internationale betrekkingen leek te zijn. Niet langer zouden de machtigen der aarde dadenloos toekijken hoe slagers als Slobodan Milosevic of Foday Sankoh hun eigen mensen over de kling joegen.

Tegenwoordig is humanitaire interventie een besmette term geworden voor veelal dezelfde lieden die er ooit in geloofden. Alleen de Amerikaanse neoconservatieven vinden het jammer dat Blair opstapt. Begrijpelijk, want ze zijn hem dankbaar voor zijn pleidooi voor de Irak-oorlog en zijn vermogen die zaak samenhangend en overtuigend naar voren te brengen (in tegenstelling tot president Bush, die dat geen van beide kan). Maar we dreigen te vergeten hoeveel mensen erin hebben geloofd.

Blair doet dat nog steeds. In een recent interview antwoordde hij op de vraag wat de kern van zijn buitenlandbeleid was geweest met twee woorden: ‘liberaal interventionisme’. De wereld mag zijn voortgegaan, in het pijnlijke besef dat de interventieplegers, zelfs als zij ingrepen in naam van de mensenrechten, in de praktijk net zo barbaars kunnen blijken als de armzaligste dictators. Maar Blair, zo lijkt het, wijkt geen millimeter. De beroemde woorden over Thatcher – ‘the lady’s not for turning’ – kunnen ook over hem worden gesproken.

Eerlijk is eerlijk: bij Blair gaat het niet over pure koppigheid, zoals het lijkt bij Bush en zijn huidige en vroegere maatjes, Donald Rumsfeld, Paul Wolfowitz en natuurlijk vice-president Dick Cheney. In Blairs ogen bestaat er een morele gelijkheid tussen de interventies in Kosovo en Irak: hij presenteert die als voorbeelden van het ideaal dat machtige staten moeten optreden om overal ter wereld lijdende bevolkingen te verdedigen, zo nodig met militaire middelen.

Het verwijt dat dit idee neerkomt op ouderwets liberaal imperialisme, in een nieuw jasje gestoken voor de wereld na de Koude Oorlog, heeft Blair altijd gepareerd met het argument dat waartoe hij opriep in Kosovo, Sierra Leone en Irak oorlogen ‘voor waarden, niet belangen’ waren. Op zijn kregeliger momenten vroeg hij zich af waarom zo velen die geen kwaad zagen in de NAVO-acties tegen Milosevic, zo mordicus tegen het ten val brengen van Saddam Hussein waren.

Het antwoord daarop is eigenlijk nogal eenvoudig. Blairs opvatting van ‘oorlogen voor waarden’ in plaats van belangen wordt steeds meer gezien als een vlag op een modderschuit – in wezen te vergelijken met het misbruik van mensenrechten door regeringen van rijke landen ter vergoelijking van de heerschappij van instellingen als de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. Het feit dat de NAVO inmiddels vindt dat haar operatiegebied zich uitstrekt tot in Hindu Kush heeft mensen aan het denken gezet die tot voor kort net zo gepassioneerd voor humanitaire interventie waren als Blair nog altijd is.

Natuurlijk ziet Blair zichzelf niet als een nieuwe imperialist. Integendeel, hij vindt zijn tegenstanders immoreel, omdat zij liberale interventies niet steunen. Maar de kolonialisten van de 19de eeuw vonden zichzelf ook niet immoreel. De belangrijkste van alle Britse koloniale veroveraars in Afrika, Cecil Rhodes, omschreef imperialisme ooit als ‘filantropie plus 5 procent’. Denk daar nog eens aan, Dick Cheney en Halliburton.

Zonder twijfel zullen we meer te weten komen over Blairs verklaring voor wat hij heeft gedaan, en verfijning van zijn interventionistische geloof, als hij straks het lezingencircuit betreedt en over een tijdje zijn memoires publiceert. De tragiek van zijn situatie is echter dat inmiddels niemand meer naar hem luistert.

Blair is de laatste interventionist. Zijn opvolger, Gordon Brown, noch de opvolger van Bush, wie dat ook mag worden, zal nog in staat zijn tot interventies als in Kosovo, laat staan als in Irak.

Voorstanders van interventie in Darfur zullen dat waarschijnlijk heel erg vinden. Maar bij hun woede over het falen van het Westen om in te grijpen, moeten ze beseffen waarom zoiets onmogelijk is. Door het liberale interventionisme tot kern van zijn buitenlandbeleid te maken, heeft Tony Blair dat ideaal radioactief gemaakt – iets dat nog een generatie lang politiek onhaalbaar zal zijn.

© Project Syndicate

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden