Tonicum tegen de verveling

k heb iets te zeggen, maar ik weet niet goed wat', kalkte een 'Istudent in die rommelige meidagen van het jaar 1968 op een Parijse muur....

1968, schrijft Mark Kurlansky, auteur van de bestsellers Salt: ¬ World History en Cod: ¬ Biography of the Fish that Changed the World, was 'the year that rocked the world' in zijn deze week verschenen 1968 Het jaar waarin alles anders werd. In dat jaar werden Martin Luther King en Robert Kennedy vermoord, en werd een moordaanslag gepleegd op de Duitse studentenleider Rudi Dutschke; het was het jaar van het Vietnamese Tet-offensief en van de slachting in My Lai, waarbij honderden ongewapende burgers door Amerikaanse soldaten werden afgeslacht; van de Democratische Conventie in Chicago, van het beruchte Culturele Congres in Havana, van de Praagse Lente, van het bloedbad op het Mexicaanse Plaza de Tres Culturas, van het 'langharig werkschuw tuig' de know-nothing bohemians, noemde Norman Podhoretz werkonwilligen in de Partisan Review; van The Yellow Submarine en van de grote hongersnood in Biafra.

La France s'ennuie, 'Frankrijk verveelt zich', luidde het beroemde commentaar van Pierre Viansson-Pontn Le Monde (Kurlansky verwijst naar de krant van 15 maart 1968 en Le MondejournalistRobert Belleret in Sixties Cinman naar 14 februari). Het land sliep. Ook de studenten verveelden zich. Het is in die woelige dagen van 1968 allemaal begonnen met seks. De duizenden studenten van Nanterre, de betonnen campus aan de rand van Parijs, eisten de invoering van gemengde studentenhuizen. Ze waren veroordeeld tot hun kamer in de studentenflat.

Meisjes mochten alleen in de kamers van mannelijke studenten komen als ze schriftelijke toestemming van hun ouders hadden of meerderjarig waren; mannen mochten nooit in de meisjeskamers komen. Merkwaardig genoeg gingen in november 1967 ook de Praagse studenten al op straat, niet tegen de oorlog in Vietnam, maar omwille van de slechte verwarming en verlichting in hun studentenslaapzalen.

Toen Frans Missoffe, minister van Jeugdzaken, de campus bezocht, vroeg de kleine, roodharige student Daniel Cohn-Bendit hem een vuurtje. Nadat hij de rook had uitgeblazen, zei hij: 'Monsieur le Ministre, ik las uw witboek over de jeugd. In die driehonderd bladzijden is geen woord te vinden over de seksuele problemen van de jeugd.' De minister, die gekomen was om in Nanterre de sportfaciliteiten te promoten, antwoordde: 'Met een gezicht als dat van u is het geen wonder dat u problemen hebt. Ik raad u aan een duik in het zwembad te nemen.' Cohn-Bendit liet zich niet afpoeieren. 'Dat antwoord', zei hij, 'is Hitlers minister van Jeugdzaken waardig.' Sindsdien kende vrijwel elke student in Frankrijk en ook ver daarbuiten Dany le Rouge, 'rode Dany'. Toen De Gaulle hoorde dat de studentenaan Nanterre gemengde huisvesting wilden, vroeg hij: 'Waarom ontmoeten ze elkaar niet gewoon in het caf

Er vond in 1968 geen revolutie plaats in Frankrijk. 'Het was eenvoudig een explosie in een benauwende en stagnerende samenleving', schrijft Kurlansky. Mei '68 was een tonicum voor een bevolking die zich was gaan vervelen. En toch was het het jaar 'waarin alles anders werd'. Er is nog nooit zo'n jaar geweest als 1968, vindt hij, en waarschijnlijk komt er ook nooit meer zo'n jaar. Overal kwamen mensen in opstand. Leefden ze onder het communisme, dan rebelleerden ze tegen het communisme; woonden ze in een kapitalistisch land dan keerden ze zich tegen het kapitalisme.

Maar Frankrijk zou nooit een '1968' hebben meegemaakt, als de regering, de overijverige politie en de 'met knuppels zwaaiende' en 'chargerende' oproerpolitie CRS de enrag die studenten met een achtergrond van politiek activisme hadden genegeerd. Het vuur zou al snel zijn gedoofd. Aanvankelijk dacht De Gaulle dat het een wereldwijde samenzwering tegen Frankrijk was, dat de onlusten door vreemde mogendheden 'georkestreerd' waren. Toen de storm was gaan liggen, verzuchtte hij in het Elys 'De speeltijd is voorbij.'

Er werd vooral gelachen in 1968. Abbie Hoffman, de goeroe van de Yippies, was een ongrijpbare jaren-zestigclown. Hij was een militant actievoerder, richtte de Flower Brigade op, die bestond uit antioorlogsactivisten die zich uitdosten in het hippie-uniform: lang haar, kleding met bloemen erop, spijkerbroeken met wijde pijpen, hoofdbanden, kralenkettingen 'het was een uniform dat de aandacht van de camera's trok', schrijft Kurlansky. Het werd 'de stijl van 1968'. Hoffman was de clown van Nieuw Links, 'niet omdat hij zo clownesk was, maar omdat hij op een bijzonder berekende manier begreep dat Nieuw Links een clown nodig had, dat een clown hun belangen naar voren kon brengen, dat een clown niet werd genegeerd'.

Zeker op televisie niet. Ook Cohn-Bendit realiseerde zich dat zijn generatie de eerste tv-generatie was. 'Ik ben het product van de media.' Onder cabaretiers, diskjockeys en radiopresentatoren was er in 1968 een duidelijke toename van politiek engagement; maar vooral de televisie verspeidde het 1968-sentiment. 'Het eerste wat elke revolutionaire partij moet doen is beslag leggen op alle communicatiemiddelen', zei Beat-dichter William Burroughs in dat jaar van revoltes. 'Wie de communicatiemiddelen in handen heeft, heeft het land in handen. Meer dan ooit het geval is geweest.' Voor geweld heb je weinig fantasie nodig, schrijft Kurlansky nu, 'maar voor pacifistisch verzet moet je creatief zijn'. Een moderne revolutionaire groep, vond ook Hoffman, 'zocht zijn weg naar de televisiestations en niet naar de fabriek'. Dwas 68!

De 'televisieheld' Walter Cronkite, jarenlang het gezicht van CBS News, begreep 1968. Hij adviseerde Kurlansky bij het schrijven van zijn boek. In dat jaar trok Cronkite de voor hem verontrustende conclusie dat televisie niet alleen een belangrijke rol bij de verslaggeving van gebeurtenissen speelde, maar ook bij de beeldvorming ervan. Je zVietnam, je wals het ware in Praag, je beleefde de Democratische Conventie. De generatie van 1968 was door de ontwikkeling van satellietcommunicatie en televisie de eerste kosmopolitische generatie. 'Maar de daaropvolgende generaties', zegt Kurlansky, 'waren veel minder kosmopolitisch.' Daarom vind hij 1968 zo bijzonder.

Dat jaar 1968 was 'een van de zeldzame periodes in de Amerikaanse geschiedenis waarin poe een rol van betekenis speelde', zegt Kurlansky. De telefoonmaatschappij in New York bood een speciale service aan: dial-apoem. Je had natuurlijk Allen Ginsberg en LeRoi Jones. In Rusland was 1968 een belangrijk jaar voor Jevgeni Jevtoesjenko. Het leek in dat jaar alsof iedereen dichter wilde worden. In een uitbarsting van vrije meningsuiting ontstonden in het Parijs van de woelige meidagen van '68 nieuwe spreuken die in de hele stad op muren en poorten werden geplakt of gekalkt. Dromen zijn de werkelijkheid. De tranen van de filistijnen vormen de nectar van de goden. De verbeelding aan de macht. Hoe meer ik de liefde bedrijf, hoe meer revolutie ik wil bedrijven. Seks is goed, heeft Mao gezegd, maar niet te vaak. Ik ben een marxist, richting Groucho.

Kurlansky heeft een merkwaardige epoque beschreven, die eigenlijk maar jaar besloeg, het jaar 1968. Dat jaartal heeft een mythische klank het was het jaar van een breuk, van een keerpunt. Voor Kurlansky begon na 1968 de postmoderne tijd, het tijdperk waarin we nu leven, een tijd van consumeren, van onverschilligheid, van televisie.

Eind 1968 werd Richard Nixon tot president verkozen. Het jaar eindigde precies zoals het begonnen was, zegt Kurlanski, 'met de Verenigde Staten die de Vietcong ervan beschuldigden het eigen kerstbestand te schenden'. 14.589 Amerikaanse soldaten zijn in de loop van 1968 in Vietnam gesneuveld; toen de Verenigde Staten zich vijf jaar later eindelijk uit Vietnam terugtrokken, 'was 1968 nog altijd het jaar met het hoogste aantal slachtoffers uit de gehele oorlog'. Misschien is het onmogelijk om exact aan te geven op welk moment er fundamentele verschuivingen in de geschiedenschrijving optraden, want wat er in 1967 en in 1969 gebeurde, en in alle voorafgaande jaren, 'maakte 1968 tot wat het was' concludeert Kurlansky. Maar dat jaar 1968 vormde hepicentrum van een verschuiving.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden