Tongzoenen met een diepzeeduiker

De Vlaamse dichteres Els Moors heeft talent voor het ongerijmde, schrijft associatief én recht voor zijn raap – in zinnen die beklijven....

‘De winter dat mijn moeder weg was, heb ik elke dag door het raam naar buiten gekeken. Ik wilde meer dan ooit stoofvlees met gekookte aardappelen en tomatensoep met balletjes eten.’ Met deze weemoedige woorden begint de debuutroman Het verlangen naar een eiland van de Vlaamse schrijfster Els Moors (1976), wier poëziedebuut Er hangt een hoge lucht boven ons (2006) lovend werd ontvangen.

In de proloog legt de ik-figuur Alice de puzzelstukjes van haar jeugd voor ons neer; moeder zoekt zichzelf in Spanje, vader hertrouwt en Alice weet zich geen raad met haar verdriet. Ze is tot alles bereid: ‘ik was bereid om te leren schrijven. Ik zat altijd klaar om mijn hand op te steken. Het was alleen nog wachten tot er een vraag gesteld zou worden. Terwijl ik de vraag beantwoordde, zat ik in mijn hoofd al aan de soep en na de soep zouden we en daarna zouden we en dan kon ik en uiteindelijk zou ik*’

Dat verlangen naar iets anders is ook de rode draad in haar volwassen leven. Of zoals ze zelf zegt: ‘Sommige mensen hebben het geluk een leven te leiden dat overeenstemt met de werkelijkheid. Andere mensen zijn gedoemd om op een handdoek te liggen en te wachten tot er eens iemand aan de rand van die handdoek komt staan.’ Een beeld dat letterlijk opgevat kan worden, want Alice ligt als ze dit zegt op een handdoek, op het strand van een eiland dat het bezit is van Tones, een collega van haar hypochondrische man Louis, en naast haar staat een diepzeeduiker met wie ze net gretig heeft getongzoend.

De toon van Moors is licht en de setting haast surrealistisch, zoals in films van de Finse regisseur Aki Kaurismäki, die zich afspelen in een gestileerde werkelijkheid

De vele dialogen zijn op een zinnige manier absurd, af en toe misschien iets té. Toch weet Moors telkens voldoende te prikkelen en lijkt ze met haar absurdisme vooral een hoger doel na te streven. Ze probeert elementaire kwesties als liefde, eenzaamheid en seks te doorgronden door de zaken op scherp te zetten. Haar man Louis is heel tolerant, hij laat zijn wat nymfomane vrouw behoorlijk vrij, maar er zijn grenzen. Hij zegt: ‘Als jij Tones gaat pijpen, zal ik me van kant moeten maken.’

Het werkwoord ‘pijpen’ gaat in het verhaal steeds meer een eigen leven leiden en Louis hoeft geen zelfmoord te plegen, want hij krijgt een kokosnoot op zijn hoofd en sterft. ‘De man die er zijn beroep van had gemaakt om dode mensen te verbranden’ brengt Alice na de crematie thuis. Na een lang verhaal over de bizarre dood van zijn oma vraagt hij met Brusselmansachtige directheid: ‘Ik zou graag een keer mijn tong in je mond willen steken.’ En Alice antwoordt: ‘Als je dagelijks mensen verbrandt, heb je dat gevoel waarschijnlijk sneller.’ Waarop de man als een soort Hulk begint op te zwellen.

Dit is het begin van een serie mannenportretten, want een afgerond verhaal kun je al deze losse scènes niet noemen – wat niet wil zeggen dat het boek niet knap in elkaar zit.

Moors schrijft associatief en recht voor zijn raap. Ze heeft net als haar land- en generatiegenoten Annelies Verbeke en Saskia de Coster een talent voor het ongerijmde en weet daar woorden voor te vinden die beklijven.

Alice belandt in het gezelschap van ‘de man met het vele wit in de ogen’, een zanger die voortdurend tranen in zijn ogen heeft en ze vertrekken in een auto naar het Zuiden. Onderweg belanden ze in een ‘wegrestaurant slash motel’, waar nog meer veeleisende en egoïstische types de aandacht van Alice vragen. Zoals de ober die alleen maar hoeft te wijzen en de vrouw in kwestie komt klaar en die haar na deze daad meteen zijn liefde verklaart. Terwijl Alice kortstondig iets ziet in de organisator van een concert van de zanger, maar ze wil vooral de zanger zelf, al wil die niets van haar weten.

De slotscène doet denken aan Fawlty Towers van John Cleese, waarin personeel en hotelgasten in één groot misverstand achter elkaar aanrennen. Alleen eindigt Het verlangen naar een eiland een tikje grimmiger.Edith Koenders

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden