Ton de Kok

Prikkelende, goed geschreven geschiedenis van het godsidee.

Zoals wij weten, werd mét het zelfbewustzijn de mensheid opgescheept met onbeantwoordbaar gebleken vragen. Wie ben ik? Waar ben ik? Wat doe ik hier? Het zijn afgeleiden van de prangende kwestie: waarom is er iets en niet niets?, die onvermijdelijk leidt tot die ene 'godsvraag': wie is er verantwoordelijk voor deze absurditeit? Vruchteloos getob, aldus Prediker, en 'onuitsprekelijk vermoeiend' bovendien.


Niet voor godsdienstfilosoof Ton de Kok. Deze docent levensbeschouwing aan een Amsterdams lyceum was het een gruwel straks te moeten sterven zonder een adequaat antwoord op die godsvraag. Genoegen nemen met wat hij betitelt als 'de godsnakende idioterie' die de georganiseerde godsdienst daarover proclameert, was geen optie. Daarom inventariseerde hij de antwoorden die ruim 2.500 jaar diep nadenken heeft opgeleverd.


Hij bestudeerde het werk van 31 filosofen, van de Oudheid tot heden, en een handvol 19de- en 20ste-eeuwse 'denkende schrijvers'. Enige vrijdenkende theologen, zoals Friedrich Schleiermacher, wegbereider van de moderne theologie, hadden in dit rijtje niet misstaan. Kennelijk verkeert De Kok in de waan dat alle godgeleerdheid als uiting van kerkelijke gelovigheid moet worden beschouwd en dus verdacht is.


De titel is een indicatie dat de auteur als katholiek opgevoede kerkverlater het mensvormige godsidee achter zich heeft gelaten. Niet Wie, maar Wat is God? De mens schiep God naar zijn beeld, niet andersom, en drukte die naam als stempel op alles wat hij niet verklaren kon.


Wat God ook mag zijn, schrijft De Kok, in geen geval een man met een baard. Treffend is dat denkers in de Oudheid dat ook al deden, zij het niet zonder gevaar voor eigen leven. Gifbeker, galg of brandstapel waren immers nooit ver weg.


Voor Thales van Milete (circa 624-545 v. Chr.) was God alles wat begin noch einde heeft, gesymboliseerd door een cirkel, inclusief het heelal, dat uit eeuwige materie bestond. Xenophanes maakte er een eeuw later een bol van, een waarvan het middelpunt overal is en de omtrek nergens. Een pantheïst dus, die als vroege voorloper van Spinoza kan worden beschouwd. Democritus (460-370 v. Chr.) was zijn tijd ver vooruit met de gedachte dat de kosmos wordt aangestuurd door onwrikbare natuurwetten. Een materialist van het zuiverste water: alles was materie, zelfs de ziel. Toeval sloot hij uit. God kwam in zijn kraam niet te pas.


Lucretius (98-55 v. Chr.) - net als Spinoza ooit tot 'hogepriester der godloochenaars' uitgeroepen - was voor Calvijn 'een varken', omdat hij het hiernamaals verwierp en als een vroege Richard Dawkins de invloed van het geloof op de mens als 'misdadig' hekelde. Godsdienst, zei hij, is 'gebrek aan inzicht in de schepping'.


Lucretius is met Spinoza, die de natuur als God beschouwde en omgekeerd en die uit de Joodse geloofsgemeenschap werd verbannen, een van De Koks helden. De derde is de als 'musculair filosoof' getypeerde schrijver Ernest Hemingway.


De Koks zoektocht loopt dood. Hij heeft, net als Prediker, gezocht maar niets gevonden. Toch staat hij niet met lege handen. Zo vond hij, al zoekende, de wijsheid van de rede, de kracht van de standvastige atheïst en schoonheid in de diepzinnigheid der mystiek. 'En in die wijsheid, kracht en schoonheid... troost en verzachting van pijn.' Daarbij heeft het een prikkelende, goed geschreven geschiedenis opgeleverd van wat onze voorouders ten einde raad ooit 'God' zijn gaan noemen.


Ton de Kok: Wat is God - Filosofen & schrijvers op zoek

****


Thoth; 312 pagina's; euro 19,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden