Tomas

Als het gaat om de ondragelijke lichtheid van jouw bestaan, vraag ik mij onmiddellijk af: 'Ondragelijk voor wie dan wel?' Jij als Praags chirurg had veel last van de Russische bezetting....

Ik heb moeite te begrijpen hoe jij chirurg bent geworden. Dat moet je altijd al geweest zijn. Of had je die vaardigheid soms geërfd van je ouders, als een adellijke titel? Dat jij iets van een ander zou kunnen leren, dat lijkt me uitgesloten.

Of het moest zijn door die te bestuderen. Als een insect. Als een uit zijn nest gevallen vogeltje. Door er dus als autoriteit grootmoedig boven te hangen, en er op neer te kijken. Was jij soms zelf in de kern een marxist? Of erger nog: een partijbons?

Leidde je daarom dat leventje waar je vriendinnen soms zo nerveus van werden? Dacht je: 'Ik ben in een existentieel gevecht gewikkeld, en dan is het natuurlijk en eerlijk dat de mensen om me heen daar het slachtoffer van worden?'

Dat snijden aan je patiënten? Welnee, daarover hoorden we je weinig. De meeste tijd was je toch gewoon bezig met het versieren van vrouwen? Zo'n exemplaartje centrifugeren tot ze van duizeligheid geheel vloeibaar is geworden? In de pureermachine van je charmes? Druppeltjes onderaan de buik waren het teken. Dan liet je de vrouwelijke biomassa chemisch uitharden en ging op zoek naar haar kostbare kristalletjes, 'het miljoenste verschil dat de ene vrouw onderscheidt van de andere vrouw', zoals ergens vermeld staat.

Daar deed je het allemaal voor! Gemiddeld bij vijfentwintig vrouwen per jaar. Maar in je glazenwassersperiode bij nog een stuk meer; misschien wel bij vierhonderd. -- Mijn god, zoveel sinaasappels eet een simpel mens in een jaar niet eens!

En die bezetting door de Russen (na de Praagse Lente dus), die kwam je toch wel prima uit hè? Dan kon je de zaklantaren van je hogere ethiek weer eens over de wereld laten schijnen! En zelfs beschouwde je toen eventjes je landgenoten als lotgenoten, 'wij die hier met elkander moeten lijden.'

Maar bij nader inzien, Tomas, waren ze toch eigenlijk niet veel soeps hè, die mensen om je heen? Dat wil zeggen: naar jouw maten gemeten. Die van 'de beste chirurg van het ziekenhuis.'

Want zo staat het werkelijk geschreven. En waren we toen opeens in een Ziekenhuisserie verzeild geraakt? De hoofdpersoon-arts als de held. Oermenselijk vecht hij tegen zijn zwakte. Is namelijk heimelijk aan de morfine. -- Nee, dat laatste was jij niet. Of misschien toch? Want op je medemens liet je het niet aankomen. Als je een behandeling nodig had, gaf je de injectie liever zelf. Morfine tegen de maagpijn? Gestolen uit de een of andere medicijnkast van een collega? Was jij soms gewoon een junkie, Tomas, jij met die ondragelijke lichtheid van je bestaan?

Maar laat ik je niet oneerlijker behandelen dan strikt nodig is. Eenmaal (of tweemaal) werd je toch werkelijk even een mens. Hoe jij, met het karakter van jou, dat voor elkaar kreeg is me nog steeds een raadsel. Er werd je gevraagd een papier te tekenen waarin je het regime veroordeelde. En jawel, toen wist je het niet meer! Je boog het hoofd en erkende (zo maar eventjes, ondanks de lichtheid van het bestaan!) dat er dingen waren waarin zelfs jij een dilettant was! Jij, die normaalgesproken alleen in de war raakte wanneer dat charmant stond! Gewichtig! -- Of, nee wacht eventjes!, stond je ook toen alleen te schutteren vanwege de schattigheid daarvan? Om duidelijk te maken hoe menselijk je wel was? Om te verhelderen hoe moeilijk het communisme het jou wel maakte -- dat jou je baan afnam; je in de glazenwasserij stortte? Wel, dan hoor ik liever Solsenitszyn vloeken op datzelfde communisme. Of zie die andere arts, dokter Zjivago, er reddeloos in verloren lopen. Jij bleef me te veel de glazenwasser die zijn eigen ruiten schoonhield. En het daarbij liet.

Maar laten we doorschuiven naar het einde van je leven. Je was met je vriendin Tereza (en haar hondje!) naar het platteland verhuisd. Penetrant bewees je zo, dat ook jij iemand was die met eenvoudige dingen genoegen kon nemen.

Daarginds ben je toen, samen met die vriendin, door een vrachtwagen op onvriendelijke wijze vermorzeld.

'Tereza en Tomas stierven in het teken van zwaarte,' vertrouwde jouw alwetende verteller ons nog toe.

Inderdaad Tomas -- Magere Hein, nee, die hield zelfs jij niet voor de gek!

Frithjof Foelkel

Dit is de derde in een reeks brieven aan romanpersonages. Zweefvlieginstructeur en theoretisch fysicus Frithjof Foelkel debuteerde vorig jaar met de roman Onder de pannen, onlangs gevolgd door de verhalenbundel De pythons en de nachtportier (Meulenhoff). Zijn brief is gericht aan Tomas, hoofdpersoon uit De Ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Milan Kundera (Ambo). De brieven worden ook voorgelezen in De Avonden van de VPRO op Radio 5, dagelijks om 22.00 uur. Zaterdag op deze plaats Don Duyns, die zich richt tot Knorretje uit Winnie de Poeh van A.A. Milne.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden