Tom Lanoye

Een meeslepende, amusante en prikkelende roman die ook nog eens complexer is dan je zou vermoeden.

Tom Lanoye: Gelukkige slaven

*****


Prometheus; 304 pagina's; euro 19,95.


'Een goede vijand is minstens zo belangrijk als een goede vriend', zei Tom Lanoye vorig jaar over zijn Boekenweekgeschenk Heldere hemel. Hij voorspelde: 'In twintig jaar werken we samen met de islamitische wereld uit angst voor de Chinezen, daar dwingt de economie ons toe.'


Niet zo vreemd dus, dat Lanoyes nieuwe roman Gelukkige slaven begint met een motto uit Rebellie van Joseph Roth - 'Hij hield van zijn kwellingen als van trouwe vijanden' - en dat de macht bij een Chinese zakengigant ligt, Bo Xiang, wier imperium twee mannen laat draven, botsen en schieten: Tony Hanssen en Tony Hanssen - een al bekende naam uit Lanoyes debuutroman Alles moet weg (1988).


De ene Tony is een voormalig cruise-director op plezierschepen en bevindt zich, dankzij overmoedig gokgedrag, in Buenos Aires, 'hijgend en zwoegend in een kitscherig gerenoveerd herenhuis, una casa de turistas, waar hij op de tweede etage een Chinese matrone aan het bevredigen is, op haar aandringen en tegen zijn goesting'.


De andere Tony is Brussel ontvlucht, omdat hij als computerspecialist medeverantwoordelijk wordt gehouden voor het instorten van een grote zakenbank. Hij staat oog in oog met een neushoornkoe in een Zuid-Afrikaans wildpark, zijn geweer geheven. Beide Belgen klaren een klus voor Bo Xiang in de hoop hun fouten te herstellen en hun vrijheid te heroveren. Toch is het maar de vraag of onderwerping aan vrijheid voorafgaat of er onlosmakelijk mee verbonden is.


Gelukkige slaven begint filmisch. Dramatische elementen: het pistool op de salontafel 'naast het bord met de eendenborst' en 'de charmant antieke airco' die luider rammelt dan het bed. Maar zulke komische perfectie is misleidend, want de ellende nadert. Of zoals Lanoye het aankondigt: 'En toen gebeurde het.'


Beide Tony's hebben het idee dat er ondanks alle tegenslag iets groots, heldhaftigs en nobels in hen schuilt. De illusie een uitverkorene te zijn, leidt tot een gevaarlijk soort zelfoverschatting. In de verte doen deze Hanssens denken aan De man zonder ziekte van Arnon Grunberg, waarin architect Sam verwacht dat zijn neutrale Zwitserse paspoort hem in het barbaarse buitenland zal beschermen.


Die arrogantie, gecombineerd met het sluimerende schuldgevoel dat door een luxepositie wordt veroorzaakt (die van de Europeaan in het Oosten), keert zich tegen hen in een wereld waarin misbruik en hebzucht geglobaliseerde praktijken zijn. Zo merkt Tony op: 'Transitruimtes, folterkamers - overal ter wereld identiek.'


De vallen die Lanoye uitzet, zie je van verre aankomen, de eerste twee delen heten ook simpelweg 'Neergang' en 'Vereniging'. Toch blijf je koortsig doorlezen, want Lanoyes taal - nimmer ingeperkt - is zó kunstig en amusant dat je wordt opgeslokt in deze grootse poppenkast, waarin de hand van de speler zichtbaar is maar waar je toch wilt roepen: 'Pas op, achter je!'


Hoe meeslepend ook, Lanoye vraagt niet om inleving op psychologisch niveau. Tony en Tony zijn geen sympathieke personages. Ze zijn uitwassen van markt en strijd, een wereld waarin poen 'hermetische poëzie' geworden is. 'Zoals ooit l'art pour l'art was ontstaan, zo was nu ook de handel ontstaan omwille van alleen de handel.'


Lanoye prikkelt, laat de ene verrassing de andere volgen. Het verhaal sluit zo nauw dat zelf puzzelen onnodig lijkt en zodoende zet Gelukkige slaven je gevangen in hetzelfde verlichtende gevoel als de Chinese stad Guangzhou bij de onrustige Tony (de computerspecialist) oproept: 'Overvloedig, binnen handbereik, onuitputtelijk en sidderend van levenskracht.'


Bedwelmend, maar complexer dan een eerste blik doet vermoeden. Het slotdeel, 'Hoop', is met vijftien pagina's wrang kort. Dat galmt lang na.


HERKANSING VOOR HANSSEN

Het personage Tony Hanssen, dat in twee versies voorkomt in Gelukkige slaven van Tom Lanoye, dook voor het eerst op in diens debuutroman: Alles moet weg, uit 1988. Destijds in de Volkskrant zuinigjes besproken door Arnold Heumakers. Hanssen is in die roman een gesjeesde student die als verkoper 'van van alles nog wat' door Vlaanderen rijdt. De recensent achtte de humor en de ernst onvoldoende geïntegreerd: 'Het enige wat aan deze Tony interessant is, is zijn originele manier van masturberen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden