Tolerante ouders en ruime huizen houden jongeren thuis

Jongeren, blijven steeds langer thuis wonen, dat geldt ook voor studenten. De basisbeurs voor uitwonenden dekt nog niet eens de kamerhuur en de ov-studentenkaart brengt de thuiswonende student waarheen hij maar wil....

Voor sommige mensen is het een droom om eindelijk 'op kamers' te gaan wonen. Zo laat thuiskomen als je wilt en met wie je wilt. Felle discussies over de zin van het leven voeren tot aan het ochtendgloren. Nooit meer aardappelen eten om half zes 's middags.

Maar ook nooit meer iemand die voor je kookt als je tot je nek in de tentamens zit. Altijd geldproblemen. Op het allerlaatste moment voor het tentamen blokken omdat je die week moest werken, moest zuipen of de badkamer schoon moest maken. En heel vaak alleen.

'Het bevalt mij thuis prima. Als ik het druk heb, staat het eten hier op tafel. Binnen een half uur kan ik weer naar boven.' Voor Martijn Molema, tweedejaars student medicijnen, staat vast dat hij thuis het beste af is. 'Ik heb hier meer ruimte en privacy dan ik ooit op kamers zal krijgen.'

In de jaren zestig en zeventig wisten jonge mensen niet hoe snel ze het huis uit moesten komen. Tegenwoordig blijven jongeren steeds langer thuis wonen. Ze hebben immers al een eigen kamer, hun ouders zijn vrij tolerant en het verschil tussen de studiebeurs voor thuiswonenden en uitwonenden is lang niet groot genoeg om de kamerhuur te betalen. Bovendien brengt de ov-jaarkaart ze elke dag met de trein naar de universiteit of hogeschool.

Ruim de helft van alle studenten kiest ervoor om tijdens de studie thuis te blijven wonen. Universiteitsstudenten zijn nog het meest uithuizig maar dat is vooral noodgedwongen. Niet iedereen woont in de buurt van een universiteitsstad. De kans om dicht bij een hogeschool of mbo-school te wonen is veel groter.

Martijn is van plan de rest van zijn studietijd bij zijn ouders door te brengen. 'Ik heb een slaapkamer met eigen douche en toilet. We hebben net de kelder verbouwd tot tweede woonkamer. Als ik meer mensen over de vloer heb, kunnen we daar tv kijken of wat eten. Ik kan daar ook zitten als mijn ouders bezoek hebben. Het blijft toch hun huis.'

Het thuiswonen bespaart Martijn veel geld. Hij hoeft geen kostgeld te betalen. Zijn ouders betalen zijn collegegeld en zijn boeken. Hij krijgt 125 gulden beurs per maand en nog eens 125 gulden van zijn ouders. Van dat geld koopt hij kleren en drinkt hij af en toe een biertje. 'Ik speel golf, dat is ook vrij duur.' Om wat extra geld te verdienen gaat hij regelmatig babysitten en werkt hij bij zijn oma in de tuin.

Het is niet alleen handig voor Martijn om thuis te wonen. 'Het is erg gezellig, er is altijd iemand om een praatje mee te maken. Mijn ouders zijn niet streng. Ik mag eigenlijk doen wat ik wil, al ben ik best rustig. Als ik een vriendinnetje mee zou willen nemen, zou dat ook mogen.'

Martijn is niet de enige die het ouderlijk huis prefereert boven zelfstandig wonen. Slechts 10 procent van alle jongeren gaat rond het achttiende jaar het huis uit, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De helft van alle meisjes is rond het 21e jaar vertrokken. De jongens zijn wat langzamer, pas op 23-jarige leeftijd woont de helft zelfstandig. Rond het dertigste levensjaar is praktisch iedereen weg bij de ouders. De enkeling die dan nog thuiswoont, gaat waarschijnlijk nooit meer weg.

'De gezinnen zijn klein en de huizen groot. Ouders kunnen het zich veroorloven om hun kind wat langer te koesteren', zegt Jan Latten, demograaf van het CBS. 'De kinderen hebben thuis een andere rol. Ze worden sociaal als volwassen gezien. Ze mogen hun eigen dag indelen, ze mogen zien wie ze willen zien. Kinderen mogen meebeslissen over de gezinsaankopen. De ouders denken minder traditioneel dan vroeger. Vader of moeder is meer een vriend dan een vormingsleider.'

Kinderen mogen dan thuis als volwassen worden gezien, in de maatschappij worden ze juist later volwassen. 'Vroeger ging een kind het huis uit om te trouwen. Zo'n jongere was in één klap een volwassene met een eigen huishouden. Tegenwoordig blijven jongeren lang in een wat onbestemde fase rondhangen. Ze gaan eerst studeren met alle vrijheid die daar bij hoort. Maar ze hebben nog niet de status van een volwassene', aldus Latten.

Zijn de kinderen eindelijk het huis uit, dan blijkt dat dat niet voor eeuwig is. Een deel van de studenten keert terug op het ouderlijk nest na het afstuderen. Ook een mislukte studie is reden om een tijdje thuis te bivakkeren totdat het leven weer op de rails staat.

Trudy van Iwaarden volgde een tolk-vertaleropleiding in Maastricht. Na een half jaar kwam ze tot de conclusie dat de studie haar te saai was. De stad zelf was ook een probleem. 'Maastricht was wel erg leuk, ik kwam niet aan studeren toe.' Trudy stopte met de studie en ging weer bij haar ouders in het Zeeuwse Kloetinge wonen.

Ze werkte de rest van het jaar bij een bakkerij in het dorp. Vorig jaar september ging ze opnieuw studeren. Ze koos voor de opleiding Toerisme en Verkeer in Breda. Op de een of andere manier vergat ze een kamer te zoeken dus dat werd heen en weer reizen met de trein. 'Dat reizen bleek erg mee te vallen. Alleen het eerste uur is minder, dan moet ik om zes uur opstaan. Dan sla ik mijn make-up maar over.'

Na een tijdje werd haar moeder ernstig ziek. Trudy kon thuis niet meer gemist worden. Na school zorgde ze voor het huishouden en de vijf paarden. Haar moeder is inmiddels weer thuis en Trudy zoekt momenteel naar een kamer in Breda. 'Het is toch wel lekker om alles voor mezelf te hebben. Ik zou mijn vrienden veel vaker kunnen zien. Ik nodig ze hier weleens uit maar dat is toch anders. In Breda krijg ik weer een lekker lui leventje. Veel televisie kijken, veel lezen en lang uitslapen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden