Tok

Nooit eerder bezocht ik een hockeywedstrijd, maar nu was het dan zo ver. Nederland tegen Australië...

Dames.

Het was er een perfecte middag voor. Dat om te beginnen. De zon scheen uitbundig, de lucht was blauw. Er stond een zachte bries, de bomen rond het Wagenerstadion in Amstelveen ruisten. Uit de speakers schalde een volkszanger die 's nachts had liggen dromen. 'Van je stem, van je mond, van je lijf, van je kont.' Ik geloof dat niemand het echt hoorde.

Het stadion zat vol.

Gezinnen, studenten, oudere echtparen. Heel wat mensen droegen een oranje pet, sommigen een oranje hockeystick die als een pijl door hun hoofd stak, kinderen hadden een klein driekleurtje op hun wang geschminkt. Maar alles was zeer in het nette, net als de rokjes waarin het dameshockey zich afspeelt.

De wedstrijd begon.

Hockey is een raar spelletje om naar te kijken. Het gedoe met die stokken, bijvoorbeeld - het ziet er ontzettend vermoeiend uit, en zo onhandig ook. Maar na een tijdje heb je het door. De bal moet in de goal.

De Australische dames maakten snel korte metten met de Nederlandse illusies. Dat was eigenlijk wel jammer. Maar de meiden van de tegenstander waren gewoon veel sterker. Ze zagen er dan ook uit alsof ze veel aan krachttraining de den; brede torso's, dikke armen die glinsterden van het zweet. Alles wat ze deden, zag er harder uit. De Nederlandse paardenstaartjes staken er wat schlemielig bij af.

Voor de rust was het al 0-2.

Na de pauze ging het beter met Nederland. Ik moest van de meneer die naast mij zat vooral letten op Mijntje Donners, Martje Scheepstra en Fatima die van achteren Moreira de Melo heet en van voren een hockeybabe schijnt te zijn.

Ik deed mijn best, maar erg gloreren deden de meiden niet, al gaf Fatima een paar mooie voorzetten vanaf de achterlijn en stofzuigerde Martje als een soort Willy van de Kerkhof op het middenveld. Mijntje raakte in de cirkel voortdurend de bal kwijt. Met een harde mep sloegen de Australiërs hem dan naar voren, waar de weergaloze Melanie Twitt voor nog meer frustratie zorgde.

Enfin.

Uiteindelijk maakte Mijntje Donners toch een doelpunt, alsof ze ineens genoeg had van al het gehannes om haar heen, al die sticks die maar naar haar bal sloegen, al die ploeggenoten die de bal wilden, al die tegenstanders die hem wilden afpakken. Ze kreeg de bal, draaide om wat tegenstanders heen en zwiepte hem de goal in. Het was zo'n moment dat je mist als je even net om je heen zit te kijken.

Tok.

Zo rommelig en onoverzichtelijk hockey eruit kan zien, zo duidelijk zijn de doelpunten, als het tenminste doelpunten zijn die over de grond gaan en tegen het houten schot achter de keeper knallen. Wat een prachtig geluid is dat toch, ik bedoel: als iets een doelpunt is, is dat het wel.

Tok, punt gezet.

Mijntje (blond paardenstaartje, slungelig postuur, jaar of 23) raapte de bal, teruggesprongen in het veld, zelf op en holde ermee naar de middenstip. De wedstrijd telde nog zeven minuten, en Mijntje had haast, Nederland had haast, het Wagenerstadion had haast. Maar de bal tokte niet nog een keer tegen het hout.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden