Tokkelen in een oude kippenschuur

Er was in Doetinchem geen barst te doen, dus gingen jongeren maar muziek maken. Grote bands of hits heeft het niet opgeleverd, wel mooie verhalen....

Dat Jan Dokter van de Keppelseweg in Doetinchem geen wereldberoemde ster werd met grote hits in 44 landen, een huis in Florida en een grandioos verbouwde boerderij op het Achterhoeks platteland, is de schuld van schooldirecteur C.D. Hiddink.

Niet dan Jan?

Jan Dokter, een 64-jarige gepensioneerde gymnastiekleraar met wenkbrauwen in de vorm van muzieknoten, staat op van zijn stoel. 'Ach joh', zegt ie, en doet alsof hij weer een gitaar in zijn handen heeft. 'Het had gekund. Het zat erin. Maar in Doetinchem geloofden ze geen snars van mijn verhalen en directeur Hiddink al helemaal niet.'

Daarom wil hij het zo graag nog eens vertellen, en is het jongensverhaal voor het eerst vastgelegd in het onlangs verschenen boek Popmuziek in Doetinchem. Want het is echt gebeurd - zo echt als hij hier sprankelend in zijn woonkamer staat.

Even was hij, zoon van een dorpsonderwijzer, samen met zijn kornuit Ben Schreurs 'een sensatie in Engeland' en ontdekten zij het bestaan van de koelkast en het metalen omhulsel van een bustehouder.

Dat zat zo, zegt Jan. Op de radio luisterde hij in de jaren vijftig naar AFN Frankfurt, de zender voor in Duitsland gelegerde Amerikaanse soldaten. Uit het gekraak en geknor haalde hij beetje bij beetje de muziek van The Everly Brothers. Soms sprokkelde hij twee coupletten van een liedje bij elkaar en moest hij weken wachten voor de resterende delen te horen waren.

Samen met Schreurs vormde hij The Two Rascals. Ze traden tijdens feesten en partijen op en werden wildebrassen genoemd. Dat ze alles hadden gejat van the Everly Brothers wisten ze in Doetinchem niet. Ook Ru van Wezel, een platenbaas uit Hengelo die The Two Rascals op de kermis ontdekte, dacht dat het allemaal authentiek was. Hij liet Jan en Ben, als eerste Doetinchemmers, in 1957 een plaatje maken.

De single, waarop de twee zich op huppeltoon begeleiden op gitaar, kwam in handen van de jonge Everton-voetballer Brian Gibson. Hij maakte deel uit van het Engelse militaire elftal dat voetbalde tegen WVC uit Winterswijk. Tijdens het afsluitende feest in de kantine van WVC speelde The Two Rascals en Gibson wist niet wat hij hoorde.

Hij schoof het plaatje door naar een dj van AFN Frankfurt en bedacht een tournee van acht weken door Engeland, te beginnen in Liverpool. Ze konden bij zijn ouders slapen. Dokter nam uitgebreid afscheid van zijn familie, in de vaste overtuiging dat hij nooit meer zou terugkeren.

The Two Rascals traden drie keer per dag op in Liverpool en kwamen onder de hoede van een echte manager. Ze werden meegenomen naar privé-feestjes en beklommen het podium van clubs die later vermaard werden. Ze speelden tijdens de Miss Engeland-verkiezing en betraden met rode oortjes de kleedkamer, waar ze tijdens het bevoelen van de bustehouders van de kandidates geschokt ontdekten dat het geheel met metaal omhoog werd geduwd.

Hoogtepunt was het optreden in de rust van de voetbalwedstrijd Everton-Arsenal, in een met 40 duizend mensen gevuld Goodison Park-stadion. Dokter ziet zichzelf weer staan aan de rand van het veld. Hij voelt nu nog die hand op zijn schouder van een man die hem toefluisterde: 'Come on boy!' Het was een lang stuk lopen naar de middenstip, hij hoorde al die juichende supporters.

Zo stonden daar twee boerenjongens uit Doetinchem in 1958 in een kolkend stadion in Liverpool. Dokter springt op van zijn stoel om het nog een keer voor te doen. Want behalve Everly Brothers-nummers en Buona Sera, speelden ze ook een Nederlands liedje: Onder Moeders Paraplu.

Hoor! Zo ging het. Pappapapappa. Beetje swing erin en tokkelen maar op de luchtgitaar, zijn onderkaak iets naar voren. On-der Moe-ders Pa-ra-plu. Tatatatata. Een afsluitende schaterlach.

Na afloop van dit optreden, op weg naar het huis van Gibsons ouders waar een echte koelkast stond, kwamen ze erachter dat die manager veel geld aan de toernee had verdiend. Diezelfde manager die beweerde dat ze op de nominatie stonden in een tv-programmma samen met de befaamde Engelse rocker Tommy Steele op te treden, had de jongens besodemieterd.

Ze namen zo snel mogelijk de boot terug naar Vlissingen. Tijdens de reis werden hun namen omgeroepen. Ze hoorden dat ze onmiddellijk moesten terugkeren voor hun grote doorbraak in een toonaangevende muziekshow op de commerciële zender Granada Television.

Dus toch.

Ze belden met thuis en met de directeur van de rijkskweekschool, Hiddink, of ze nog wat langer weg mochten blijven. In vliegende vaart volgde op 28 augustus 1958 een telegram via Hollandradio PTT, waarin de schooldirecteur zijn antwoord had geformuleerd: '1 september melden: anders uitgeschreven. C.D. Hiddink.'

Dat was het einde van The Two Rascals, zegt Dokter. Terug in Doetinchem speelden ze nog één keer, in de pauze van een concert van een mannenkoor. 'Dat was zo klote, zo niks, met al die ouwe lui. In Engeland waren we toegejuicht door jonge, mooie meiden. Alleen was er niemand in Doetinchem die dat geloofde. 'Het zal allemaal wel', zeiden ze.

Als iets de popmuziek in Doetinchem typeert, is het die houding, zeggen Johan Godschalk en Peter Groeskamp van de werkgroep Poparchief Achterhoek Liemers die het boek Popmuziek in Doetinchem en de bijpassende driedubbele cd hebben samengesteld.

'Het is allemaal leuk en aardig, maar blijf met de kop laag tussen de schouders, want zo veel stelt het allemaal niet voor', zegt Groeskamp. 'De grote bek, die moeten we hier niet. We staan niet voorop.'

Dat merkte ook een andere Doetinchemse muzikale grootheid, Bert Heerink, die als zanger van hardrockband Vandenberg met Ozzy Osbourne en Kiss door de Verenigde Staten toerde. Vijf jaar was hij een wereldster die miljoenen platen verkocht, voor tienduizenden mensen optrad en aan elke vinger vier vrouwen kon krijgen.

Maar toen hij in 1986 in Doetinchem terugkeerde, omdat Vandenberg uit elkaar was gevallen, vroeg niemand hoe het in glitterland was geweest. 'Hé Bert, moet je wat drinken?', was het enige dat Heerink hoorde. Alleen toen de zanger weer aan de lopende band in de fabriek ging werken, wilden ze weten hoe dat nou precies zat: 'Zeg Bert, je gaat toch niet onze fabriek opkopen hè.' Heerink: 'In Doetinchem kun je niet de eeuwige ster uithangen.'

Doetinchem kent een rijke popbandjescultuur. Godschalk en Groeskamp struinden zolderkamers en boerenschuren af en wisten 78 bandjes vanaf 1950 te traceren. Veel muziekgroepen kwamen voort uit verveling, zeggen ze. Er was in Doetinchem geen barst te doen. Nou, dan maar gitaar spelen in een ouwe kippenschuur, een ouwe zeepdoos als bas en platgeslagen wieldoppen als bekken. En als het wat voor begon te stellen, konden ze in de beatclubs Shabby en Sjoek terecht.

Grote bands of hits komen niet uit Doetinchem, daarbij moet worden aangetekend dat Normaal niet wordt meegerekend. Godschalk: 'Die komen uit Hummelo. Dat is hier wel víjf kilometer vandaan.' Alleen Jan Rietman, die als pianist van Long Tall Ernie and The Shakers standaard zijn piano sloopte en als presentator van het NCRV-programma Los Vast drie keer De Kuip vulde, wordt gezien als een Doetinchemmer die het buiten de Achterhoek heeft gemaakt.

Hits zijn in Doetinchem niet belangrijk, zeggen Godschalk en Groeskamp. 'Ze hebben hier niet zoveel op met die platenmaatschappijen en radiostations in Hilversum. Ze regelen het liever zelf en brengen het in eigen beheer uit.'

Zo is daar de band Boh Foi Toch (Achterhoeks voor 'tjongejonge, het is me wat') die zijn cd's verspreidde via 52 regionale SRV-melkboeren en zo'n 50 duizend exemplaren samen met de flessen volle melk en blanke vla verkochten. Of Jovink, die in eigen beheer honderdduizend cd's wist te slijten.

En er was punk in Doetinchem, of beter: één punker, een parttime punker, want hij speelde ook in de bluesband Flavium. Nico Groen was drummer van de Speedtwins, een punkband die het tot het voorprogramma van de Sex Pistols schopte.

Ooit sloeg hij met zijn broers op de trom bij schutterij St. Martinus in Wehl, maar in de Speedtwins gaf Groen in 1977 het tempo aan, terwijl zijn zusje Vera in een leren kruippakje een SM-act opvoerde. De Engelse zanger heette Jodie en was een junkie. De vrouwelijke bassist Jackie had een boosaardige uitstraling, speelde maar op twee snaren en zou zich later Jack noemen.

Ze zongen dat ze Mick Jagger wilden vermoorden en met Abba hadden ze ook het slechtste voor. Van die drie dagen toeren met de Sex Pistols weet Nico nog dat het een asociale bedoening was. Er werd met stront gegooid, gespuugd en erop los geslagen. Johnny Rotten en Sid Vicious deden er alles aan om niet gezellig over te komen.

Er hing tijdens elk punkconcert 'knokkerij' in de lucht. In Paradiso draaiden Hell's Angels dienst als ordebewakers en tijdens een optreden in De Boerderij in Zoetermeer schermde een van de roadies de band af door met een microfoonstandaard een overenthousiaste fan omver te rammen.

Na een bij Philips uitgebrachte lp was het afgelopen met de Speedtwins. De 'maatschappij-kritische' zanger Jodie erfde een enorm kapitaal en verhuisde subiet naar het belastingparadijs Andorra. Een paar jaar later reed hij met zijn Harley Davidson tegen een vrachtwagen. Hij overleefde het niet.

Nico Groen is nog steeds muzikant, speelt in meerdere bands en doet studiowerk, zoals vroeger voor de zingende zusjes Maywood. Zijn punktijd, waarin hij vanwege de gaten in zijn broek vreemd werd aangekeken, ligt ver achter hem. 'Ik vond het opeens wel genoeg met die punk. De piek was eraf en ik wilde niet naar de bijstand om mijn hand op te houden. Ja, zo gaat dat hier in Doetinchem. Je kunt dan wel punk zijn, maar op een gegeven moment moet er gewoon brood op de plank komen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.