Analyse Nederlandse inlichtingendienst

Toezicht houden op inlichtingendiensten is als koorddansen in het duister

De Nederlandse inlichtingendiensten vervullen vaak ongezien een nuttige rol. Maar de onthulling over de succesvolle Nederlandse deelname aan een operatie tegen Irans nucleaire programma roept ook vragen op. Want hoe houdt de politiek toezicht op zo’n cyberaanval?

Het pand van de AIVD in Zoetermeer. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Als Nederland twee militairen naar een ver land wil sturen om een waterput te slaan in een niet geheel veilige omgeving, sturen twee ministers daarover een vuistdik boekwerk naar de Tweede Kamer. Daar wordt de missie uitputtend besproken, wat kan leiden tot een andere kleur waterput om het politieke draagvlak te vergroten.

Wie de politieke besluitvorming over militaire operaties afzet tegen de democratische controle op operaties van de geheime diensten, kan niet anders concluderen dan dat het verschil groot is. Deels komt dit door de aard van het inlichtingenwerk dat vaak strikte geheimhouding vereist – voor het welslagen van de operatie en de bescherming van individuen. Ook bij de cyberaanval op het Iraanse nucleaire programma in 2007, waarover de Volkskrant dinsdag onthulde dat de Nederlandse inlichtingendienst AIVD erbij betrokken was, was de behoefte aan geheimhouding evident.

Toch roept het vragen op over besluitvorming en democratische controle. De digitale en technologische revolutie openen voor geheime diensten een wereld aan dreigingen en mogelijkheden. ‘Om je daartegen te kunnen verdedigen, moet je ook offensieve wapens ontwikkelen’, zegt een betrokkene. Vanwege de aard van het onderwerp wil hij, net als andere geïnterviewden, alleen anoniem zijn verhaal doen. 

Maar als cyberoorlog een instrument van buitenlands beleid is geworden, wie toetst dat dan? Wist de minister van Buitenlandse Zaken van de Iraanse operatie af, of de Tweede Kamer?

Onderministerraad

Het antwoord op beide vragen zou weleens nee kunnen zijn, zeggen verschillende betrokkenen met directe ervaring bij de informatie-uitwisseling over geheime operaties. Er is een onderministerraad waarin betrokken ministeries, ook Buitenlandse Zaken, reguliere rapportages van ‘de diensten’ krijgen. Daar passeren analyses, geen operationele plannen.

Er is ook de ‘commissie Stiekem’ van de Tweede Kamer, waarin de fractievoorzitters van zes grotere partijen ingelicht worden over het werk van de diensten, maar ook hier gelden beperkingen. ‘En bovendien’, zegt een bron, ‘dan moeten de politici wél aanwezig zijn en de rapporten wel echt lezen. De democratische controle kan heel goed zijn, of flinterdun.’ Over wat ze daar horen, mogen de fractievoorzitters niet in het openbaar praten.

Wie wel alles mogen zien en overal meekijken, zijn de medewerkers van de Commissie van Toezicht op de Inlichten- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). Zij hebben grote toegang, bevestigen alle betrokkenen, rapporteren ‘streng en kritisch’, en ze kunnen de Tweede Kamer desnoods ook vertrouwelijk informeren.

Hoe vuil?

In het inlichtingenwerk worden moeilijke afwegingen gemaakt over wat wel en wat niet gemeld moet worden, en of je voor bepaalde informatie vuile handen mag maken of niet. En zo ja: hoe vuil? De directeuren van de diensten bespreken hun bevindingen met de secretaris-generaal (sg) van het departement waaronder ze vallen – Binnenlandse Zaken voor de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, Defensie voor de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst. Met daarachter de minister. ‘Zo’n sg neemt daar formeel kennis van, maar hij kan ook zeggen: dat gaan we niet doen.’

Grote zaken als de cyberaanval op Iran, of de onderschepping van Russische spionnen bij de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag vorig jaar komen zelden voor. Maar Nederland is wel, ook voor veel bondgenoten, ‘het luisterend oor’. Nederland vangt veel op en is daarom een ‘dankbare schakel’ in de uitruil van informatie tussen inlichtingendiensten. Met de informatie die Nederland terugkrijgt, kan soms preventief worden opgetreden tegen terroristische dreigingen hier. Soms wordt ook samengewerkt met diensten van niet-bondgenoten, en dat heeft ‘bijvoorbeeld in Afghanistan vele Nederlandse levens gespaard’.

Dat de diensten kritisch gevolgd moeten worden, juist omdat ze in ‘een schaduwwereld’ opereren, is evident, zegt een bron. ‘Maar zodra die wereld aan het licht komt, werkt die niet meer. Als je dit wilt controleren, kun je wel ophouden.’ En dan krijg je ook niks meer van andere diensten. Dat wil niemand, maar het zal de roep om meer toezicht niet smoren. Het blijft koorddansen in de duisternis, net als het inlichtingenwerk zelf. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden