Toevalstreffer

Michel van Egmond ( 46 ) schrijft voor Voetbal International en is eindredacteur bij het tv-programma VI Oranje. Zijn boek Kieft staat bovenaan de bestsellerlijst.

CV Michel van Egmond


1968 Geboren in Voorburg


1986-1993 Medewerker en sportredacteur Zoetermeersche Courant, Westlandsche Courant, Haagsche Courant


1993-2002 Freelance sportjournalist


2002-2006 Hoofdredacteur Feyenoord Media (krant, tv, internet)


2007-2008 Redacteur Holland Sport (VPRO)


2008 Adjunct-hoofdredacteur Voetbal International, eindredacteur tv-programma's VI Oranje en Voetbal International


2012 Gijp, dat een jaar later de NS Publieksprijs won


2014 Kieft, over de jarenlange cokeverslaving van Wim Kieft

Gijp of Kieft?

'Ze staan nu allebei in de bestseller top-60. Kieft op nummer één. Gijp opeens weer terug op veertig, uit het niets. Verder kan ik die boeken moeilijk met elkaar vergelijken. Ik heb René van der Gijp op een gegeven moment opgebeld en gezegd: 'Ik wil je een tijdje volgen en een boek over je schrijven.' Maar er viel niets te volgen. Hij lag de hele dag op de bank. Gaandeweg dacht ik: waar ben ik aan begonnen? Toen had ik het geluk bij een ongeluk dat hij een mentale inzinking kreeg. Ik kreeg zo een spanningsboog in de schoot geworpen. Ik beschreef hoe hij populair werd, hoe hij aan die populariteit ten onder ging en hoe hij er weer bovenop kwam. Een klassieke wederopstanding.


'Kieft was een ander verhaal. Hij ging een geheim onthullen: een cokeverslaving die hij al negentien jaar bij zich droeg. Maar dat was vooraf niet mijn insteek. Hij zei een keer tegen mij dat hij in alle hotels van Amsterdam had geslapen, omdat hij na zijn scheiding moeite had alleen in zijn huis te zijn. Wat een vreemde kerel, dacht ik, er zit een boek in die Wim Kieft. 'Sodemieter op', zei hij in eerste instantie. Later gingen we een keer koffie drinken en zei hij: 'Je weet toch wel wat er met mij aan de hand is?' Ik had weleens wat gehoord, maar wist niet hoe erg het was. Toen heeft hij alles verteld.


'Ik heb zat boeken geschreven waarvan nog nooit iemand heeft gehoord en ik heb er nu twee geschreven die bestsellers zijn geworden. Ik ben erachter dat die tweede variant mij veel beter bevalt.'

4-3-3 of 5-3-2?

'Ik ga toch voor 4-3-3. Ik ga liever in schoonheid ten onder. Nederland wordt toch geen wereldkampioen, ondanks die waanzinnige euforie van de 1-5. Dat geschuif van Louis van Gaal vind ik wel weer cult. Zijn hele leven heeft hij 4-3-3 als een religie uitgedragen en nu doet hij het tegenovergestelde. Hoe snel de publieke opinie omslaat na een goede wedstrijd is ook komisch. Dat zegt veel over hoe opportunistisch de voetbalwereld is. Het maakt geen bal uit wie er bondscoach is. Johan Cruijff bepaalde hoe er werd gevoetbald, niet Rinus Michels. Ik hang de visie van Jan Mulder aan, die zei dat de beste trainer zorgt dat de kaarten klaarliggen om te klaverjassen en dat er genoeg balletjes in de tomatensoep zitten.'

P.C. Hooftstraat of Koopgoot?

'Ik woon sinds een jaar in Rotterdam, om de hoek van de Koopgoot. Ik heb niets met de P.C. Hooftstraat in Amsterdam. Ik kom daar nooit. Er wordt vaak gedacht dat ik Rotterdams ben, maar ik kom uit Den Haag. Ik begrijp dat gedoe van 020 tegen 010 niet. Ik moet wel lachen om Amsterdammers. Ze denken dat de wereld buiten de stadsgrenzen van Amsterdam ophoudt. Ik werkte jarenlang bij de Feyenoord Krant en Gerard Cox had daar een column. Zijn columns hadden tien jaar lang hetzelfde onderwerp: alles wat uit Amsterdam komt, wordt in de media opgehemeld, alles uit Rotterdam wordt genegeerd of neergesabeld. Er was eens een zeldzaam aapje geboren in Diergaarde Blijdorp in Rotterdam. Dat was op het achtuurjournaal. Direct daarna ging mijn telefoon. Cox: 'Heb je godverdomme het journaal gezien? Dat aapje? Zag je wie er geïnterviewd werd? De directeur van Artis! Weet je hoe dat komt? Ze weten niet waar Rotterdam ligt!' Ik maak me er niet druk om, maar hij heeft gelijk.'

Het spel of de randzaken?

'De randzaken, daar leef ik van. Het is een sport voor mij geworden om zo veel mogelijk verhalen uit de marge op te duiken. Ik ben op een gegeven moment afgeknapt op het voetbal. Bij de Feyenoord Krant kwam ik erachter dat het romantische beeld dat het publiek van voetbal heeft, niet strookt met de werkelijkheid. Je ziet een speler een embleem kussen, en achter het doel schieten daar honderden mensen van vol. Maar ze zouden eigenlijk hun bankrekening moeten kussen, want daar gaat het ze om. Dat begon te wringen. Toen besefte ik dat je het moet beschouwen als een absurd toneelstuk dat voor jouw plezier wordt opgevoerd. Sindsdien lach ik me suf. Bij VI kregen we de mogelijkheid om via Nike Cristiano Ronaldo te interviewen. Dan mag je één vraag stellen. Ronaldo zit dan onderuitgezakt op een stoel te sms'en. Ik zit naast een gozer die met een cameraploeg helemaal uit China is komen vliegen. Hij kan geen Engels. Hij heeft zijn vraag in het Chinees opgeschreven en geeft die aan een vrouw van Nike China. Zij zegt: 'Mister Ronaldo, what do you think of China?' En hij zegt: 'I've never been to China.' Dáár is hij voor uit China gekomen.'

Ajax of Feyenoord?

'Ik eet er geen hap minder om als Feyenoord verliest. Zo ben ik niet. Ik schrijf ook heel afstandelijk. Toen Feyenoord in 2002 de UEFA Cup won, zaten alle journalisten om me heen te juichen, maar het deed mij weinig. Ook bij Oranje niet. Mijn plezier in het WK wordt er niet minder om als Nederland wordt uitgeschakeld. Ik kijk soms met verbijstering naar mensen die elkaar in de armen vallen na een doelpunt. Ik heb nooit die behoefte gehad ergens bij te horen.


'Ik ben wel onder de indruk van de impact die de club Feyenoord op mensen heeft. Dat gaat dieper dan bij alle andere clubs. Na die gewonnen UEFA Cup kregen wij geboortekaartjes van mensen die hun kind naar dat hele elftal hadden vernoemd: dat kind heette dan Jerzy Christian Bonaventure Jon Dahl Ebi van Dijk.


'Ander voorbeeld: er was een jongen die in een fabriek werkte en Feyenoord overal volgde, maakte niet uit waar naartoe. Omdat hij dure vluchten niet kon betalen, was hij vaak dagen onderweg. Dan kwam hij uitgeput thuis en viel in slaap achter de lopende band. Zijn baas trok dat niet en zei: 'Als het nog één keer gebeurt, ben je ontslagen.' Toen kwam ik hem in Moskou tegen. 'Ik heb slecht nieuws voor je', zei ik. 'De wedstrijd is 24 uur uitgesteld vanwege de sneeuw.' Hij belde zijn baas op en zei dat hij niet op zijn werk kon komen. 'Dan ga ik iemand anders zoeken', zei die man. 'Oké, prima, hoi', zei hij. Zonder blikken of blozen. 'Wat doe je nou?', vroeg ik. 'Hoezo?', antwoordde hij. 'Ik heb nog nooit een wedstrijd van Feyenoord gemist.'

Twee journalisten op één kussen: werkt dat goed of slecht?

'We werken heel verschillend. Antoinnette (Scheulderman, red.) is interviewster en bereidt zich grondig voor. Ik maak reportages en ga vaak zonder plan op pad, zodat het toeval alle ruimte krijgt. Ik beoefen the fine art of hanging around, zoals mijn idool Gay Talese (journalist voor The New York Times en Esquire, red.) dat noemt. Maar we zijn op dezelfde manier geobsedeerd door ons vak. Zij kan ook gek worden als een komma net op de verkeerde plek staat. Dat valt verder niemand op, maar dan is wel je dag verpest. Laatst was het lastig omdat Volkskrant Magazine vroeg of zij Kieft wilde interviewen. 'Laten we dat nou niet doen', had zij gezegd, 'dan lijkt het net alsof ik het boekje van mijn vriend probeer te verkopen.' Maar de redactie stond erop dat zij het zou doen. Tussen Antoinnette en mij was dat ook lastig. Kieft heeft mij veel dingen in vertrouwen verteld. Zij wilde die weten. Toen moest ik de meesterinterviewer van me af houden.'

Cruijff of Van Gaal?

'Om te volgen als journalist ga ik voor Van Gaal. Ik heb al jaren de gewoonte overal heen te gaan waar Cruijff of Van Gaal opduikt. Liefst als ze iets heel lulligs gaan doen: een winkel openen, iets in ontvangst nemen, de ballenjongens instrueren - het levert altijd een goed stukje op. Cruijff stelt nooit teleur, hij is verschrikkelijk vriendelijk en staat je altijd te woord.


'Van Gaal is een dankbaarder object, omdat hij extremer is. Mijn leukste ervaring met hem was toen hij in Eindhoven het startschot gaf voor een actie van Spieren voor Spieren. Ik gaf hem een hand en zei: 'Ik kom een stukje schrijven voor VI.' 'Nou, gefeliciteerd', zei hij. Hij moest op een huurfiets door een donker bos naar een zwembad. Dus ik huurde ook snel een fiets en ging naast hem fietsen. Hij vertelde van alles over Cruijff en Ajax. We kwamen bij dat zwembad aan en Van Gaal ging op het startblok staan. Een vrouw deed de rugslag en keek al de hele tijd naar het plafond. Opeens verscheen dat rode hoofd van Van Gaal in beeld. 'Ga door!', riep hij heel hard. Die vrouw verzoop zo wat. Top, dacht ik, ik ben niet voor niets naar Eindhoven gegaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden