Toeschouwer telt dit jaar op CaDance

Dit jaar staan de ramen open op het tweejaarlijkse dansfestival en is het niet de choreograaf, maar de toeschouwer die telt. Zo vraagt de aanwezige Spinvis dansers wat er zoal in hun hoofd gebeurt. Dat verdiept het kijken.

Dansers in Three Times Rebel. Beeld Robert Benschop

Het ziet er gastvrij en gemoedelijk uit. Spinvis (Erik de Jong) voert tijdens het praat-dansconcert Howl een paar gesprekjes met dansers die nog staan uit te hijgen na een optreden. Ze zijn omringd door een twintigtal toeschouwers op het podium. Die zitten op kussens, als in een huiskamer. Spinvis vraagt de dansers naar hun beweegredenen: wat zit tijdens hun solo, duet of trio in hun achterhoofd? Bij Milena Twiehaus blijkt dat de herinnering aan een kersenboom uit haar jeugd, waar ze als 4-jarige al klimmend hele fantasieën op los liet.

Goh, nooit aan gedacht. Plots verdiept haar messcherpe, soepele dans: je ziet haar dwalen van tak naar tak en zo een magisch systeem van houvast creëren. Bij Yvan Dubreuil maken de gedachten aan zijn zoon, die in Maastricht het broze beroep van choreograaf ambieert, van hem behalve een fantastisch danser ook een zorgzame vader. Hij vertolkt met Aurélie Cayla een heldere bewerking van het intens verstilde duet uit Click-Pause-Silence (2000), dat ze voor deze avond mogen 'lenen' van de maker: Jirí Kylián. Nu lijken ze samen ook ouders, naast een verstrengeld stel.

Ritmisch gedicht

Ondertussen gaat een interviewtje naadloos over in een ritmisch gedicht van Spinvis zelf, over zijn favoriete sportwagen, de Lotus Europa. Dan neemt cellist Saartje van Camp het stokje over, met lange uithalen op haar elektronisch gemanipuleerde snaarinstrument. Dansers stappen de vloer weer op, langs het publiek, voor een nieuw duet of trio. Enzovoort.

Initiatiefnemer Amos Ben-Tal, choreograaf en muzikant, rijgt zo in Howl (Gehuil) een groepssessie aaneen rond dans. Meer dan om de choreografieën draait de voorstelling om de vraag hoe bewegingsbedoelingen aankomen bij de toeschouwers. Een geslaagd project dat als openingsprogramma van de 18de editie van CaDance treffend het thema illustreert: 'de kunst van het kijken'. Het festival voor choreografietalent (tot en met 12/2) brengt onder dit motto op diverse Haagse locaties een hommage aan het publiek. Dat is redelijk nieuw. Een paar edities geleden verloren jonge choreografen zich nog weleens in privéstudies naar cryptische bewegingsvraagstukken. Nu staan de ramen open en telt de toeschouwer.

In het slotweekend zal choreografenduo Meyer-Chaffaud tijdens SOUL # 1 Audience het publiek zelfs uitnodigen mee te dansen, in de hoop de ziel van de toeschouwer te raken. En choreograaf Stephen Shropshire roept in We Are Nowhere Else But Here op tot een gezonde verhouding tot elkaar.

Vrouwenemancipatie

Daarnaast presenteert CaDance jonge choreografen die zich verdiepen in componisten of kunststromingen, zoals Heather Ware en Jakop Koranyi in Reapproaching Bach en Jasper van Luijk in The Nonsense Society, over de 19de-eeuwse Weense beweging Die Unsinnsgesellschaft. De Spaanse Marina Mascarell, oud-danseres van het Nederlands Dans Theater, werpt zich in Three Times Rebel op als voorvechter van vrouwenemancipatie. Op de openingsavond levert dat een wat eenvormige voorstelling op. Vier vrouwen en één man beginnen sterk in een frame van tentstokken; ze wuiven mee met het kader dat ze zelf herscheppen. Alsof ze zich voegen naar de beperkende hokjes waarin vrouwen vaak worden gestopt. Ze laten zich als slappe lijven via voeten en schouders alle kanten op buitelen: beweging via een doorgeefluik. Muzikant Yamilia Ríos legt ondertussen met laptop, zang en cello een dreigende soundscape onder de kluwen lichamen. Af en toe wordt dat gevoel van onraad mooi beantwoord met een raak beeld, maar de spanningsboog zakt geleidelijk weg in deining. Goed dat Mascarell zich druk maakt om de vermeende normalisering van geweld tegen vrouwen, haar protest in Three Times Rebel mag rebelser.

18de editie wil publieksfestival zijn

Staatssecretaris Jetta Klijnsma zou willen dat iedereen dans ziet, een podiumkunst 'zonder taalbarrières'.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) opende vrijdag de 18de editie van Festival CaDance en liet doorschemeren hoeveel ze als ex- wethouder Cultuur nog houdt van lokale politiek: 'Daarin maak je beleid voor individuen, dat is veel persoonlijker.' Dat is anders bij het landelijk bestuur, 'waarin beleid altijd op afstand over groepen gaat en je afhankelijk blijft van organisaties die het uitvoeren'. Ze voelde zich achter haar rollator verwant met dansers: 'Die worden ook vaak beoordeeld op hun buitenkant.'

De bewindsvrouw had haar lovende openingsspeech over vertrekkend directeur Leo Spreksel gelukkig niet laten schieten voor een uitnodiging van De Wereld Draait Door, vanwege haar tijdelijke wereldroem als spastische baas van het 'Ministry of Silly Walks'.

Ze beloofde zich na de verkiezingen sterk te blijven maken voor de kunst en roemde de dans als een podiumkunst zonder taalbarrières: 'Eigenlijk zou iedereen moderne dans moeten zien.'

Tja, zei Spinvis tijdens het praat-dansconcert Howl: 'Dansers zijn leuke mensen, maar wel typisch. Gelukkig zijn er ook gewone mensen', wijzend op het publiek, waaraan CaDance dit jaar een hommage wil brengen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.