Toen wij, nu zij

Op Sicilië trekken neven, nichten, ooms en tantes van Gabriella Adèr zich het lot van de bootvluchtelingen aan. De meesten althans.

Een Italiaans migrantengezin begin vorige eeuw aan boord van een veerboot op weg naar Ellis Island, New York. Beeld Getty Images

Een zwart-witfoto van Sicilianen die rond de eeuwwisseling met de boot naar New York vertrekken. Hieraan vastgeplakt zit een kleurenfoto van een groep Afrikaanse migranten op een gammel bootje dat door de Italiaanse kustwacht wordt gered. 'Toen waren wij de clandestini, nu zij', luidt het onderschrift.

Mijn Siciliaanse familie en kennissen delen dit soort foto's de laatste tijd veelvuldig op Facebook. Ook mijn moeder onlangs. Eind jaren zestig emigreerde zij met haar ouders, broers en zussen vanuit een klein Siciliaans bergdorp naar Rotterdam. Mijn opa en oma konden in een fabriek in de haven aan de slag en maakten deel uit van een golf mediterrane migranten. Emigratie, maar ook immigratie, zijn onderdeel van de Siciliaanse cultuur; Sicilië is al eeuwen de brug tussen Europa en Afrika en de komst van Afrikanen op het eiland is geen nieuwe ontwikkeling.

Een boot met migranten op Sicilië. Beeld Gabriella Ader

Het grote aantal bootvluchtelingen wel. De laatste jaren eindigen deze viaggi della speranza geregeld in schipbreuken, zoals die op 18 april in het Kanaal van Sicilië, waarbij ruim 800 bootvluchtelingen verdronken. De Sicilianen trekken zich het lot aan van de migranten die de gevaarlijke oversteek wagen. 'Deze mensen hebben niets, slechts armoede en oorlog. Blijven betekent zeker sterven, migreren betekent dat er kans is op leven', zegt mijn neef op Sicilië.

Opvangcentra
Een deel van mijn familie woont in het stadje Ragusa, in het zuiden van het eiland. Met mijn neefje Vincenzo (19) rijd ik door de stad als hij wijst naar een straat verderop. Hij legt uit dat in die buurt een paar opvangcentra zijn met migranti di colore, die daarom 'Negropoli' genoemd worden. 'Maar dat moet je niet zeggen hoor, dat is racistisch.' Ook op school waren een paar migranten.

Aan tafel vertelt zijn moeder Graziella, overtuigd katholiek, dat ze er soms moeite mee heeft dat er veel islamitische migranten het eiland opkomen. 'Met al die verhalen over IS en geweld tussen christenen en islamieten.' Precies de angst waarop politicus Matteo Salvini van de populistische partij Lega Nord de Sicilianen de dag ervoor nog heeft gewezen.

Haar man Salvatore zegt tegen mij: 'Jouw opa en oma emigreerden naar Nederland omdat ze werk zochten. Maar deze mensen vluchten van veel ergere dingen: oorlogen, geweld. Het is onze taak om ze te helpen.' Graziella vindt ook dat deze vluchtelingen 'esseri umani' zijn die hun kinderen een betere toekomst willen bieden. 'Zij hebben pech dat ze aan de verkeerde kant van de wereld zijn geboren, en wij aan de goede', zegt Salvatore. 'Wie zijn wij dan om hen tegen te houden deze kant op te komen?'

De volgende ochtend word ik na de kerkdienst voorgesteld aan vrienden van Graziella en Salvatore. 'Ik heb een zoon bij de Italiaanse kustwacht, die haalt de bootvluchtelingen op', zegt iemand. Een ander werkt bij de douane. Weer iemand anders heeft een nichtje dat in het opvangcentrum werkt. Een stel is door de overheid gevraagd om hun zomerhuis in Donnalucata, vlak bij Pozzallo, beschikbaar te stellen voor een groep Syrische vluchtelingen. Ze zouden er 40 euro per dag compensatie voor krijgen. 'Maar wat moeten ze in zo'n klein huisje?'

Migranten staan in de rij om door het Rode Kruis te worden gecontroleerd op besmettelijke ziekten. Beeld Gabriella Ader

Badjassen

Abdel Fateh (32), die vier jaar geleden vanuit Eritrea via Libië in zijn eentje aanmeerde in Catania, neemt me mee naar een klein centrum nabij het station van Catania, waar pas aangekomen bootmigranten kunnen douchen. Centro Astalli is door de jezuïeten vijftien jaar geleden opgericht voor (boot)vluchtelingen; de laatste paar jaar is het aantal bezoekers verdubbeld. Er zitten Afrikaanse migranten. Enkelen uit Nigeria, Gambia, Soedan. Een aantal van hen komt net uit de douche. Magere benen en gezichten steken onder en boven absurd grote, witte badjassen uit. Rode, geïrriteerde ogen. Een van hen heeft wondjes op zijn gezicht, schurft. De jongens trekken schone kleren aan die zijn gedoneerd door Sicilianen uit de buurt. Ook krijgen ze nieuwe schoenen. Later in de stad zie ik alle jongens lopen op identieke gympen.

De toeristen blijven weg door de migranten, klaagt een barista in het kustdorpje Pozzallo, waar vluchtelingenstromen aankomen met de boot. 'Terwijl ze hier nauwelijks wat merken, want de bootvluchtelingen gaan direct weer weg.' Burgemeester Luigi Ammatuna zegt dat er sinds januari 4.500 migranten zijn gearriveerd in de haven. Nu Frontex de zee op gaat om migranten op te pikken, ligt het zwaartepunt in zijn dorp en niet meer op Lampedusa.

Op deze kaart is Pozzallo zichtbaar, aan de kust van Sicilië. Hier komen veel vluchtelingen aan.

De dag ervoor heeft Ammatuna een delegatie van inspecteurs van het ministerie in zijn opvangcentrum onthaald, omdat hij 200.000 euro nodig heeft voor onderhoud van de haven en het kleine opvangcentrum. Geld uit Rome en indirect dus de EU. Ook eist hij compensatie voor het verlies van de inkomsten uit toerisme voor het dorp, waar 45 procent jeugdwerkloosheid is. 'We hebben amper geld om onze eigen problemen op te lossen.' Mijn argument dat de opvang van migranten ook werk genereert, vindt hij onzin. 'Dat gaat om misschien 24 mensen uit het dorp.'

Die nacht is het mis. Op het nieuws hoor ik de volgende ochtend dat zo'n 3.000 migranten in het Kanaal van Sicilië zijn gered door de Italiaanse kustwacht en Frontex; een deel zal naar Pozzallo worden gebracht. Ik haast me naar de haven, waar burgemeester Ammatuna met zijn Ray Ban-zonnebril op en daaronder een wit gezichtsmasker ('tegen eventuele besmettingen') klaar staat. Bij elke operatie is hij aanwezig om te controleren of alles goed gaat. Hekken en tenten zijn opgezet door het Italiaanse Rode Kruis, aan de zijkanten staan politiewagens en carabinieri. Ook heeft een aantal vrijwilligers uit het dorp zich in de haven verzameld om de hulporganisaties te ondersteunen.

Beeld Jason Florio / AFP

Een paar honderd mijl uit de haven is de grote Nave Madre te zien, het moederschip van reddingsmissie Triton, waar bijna 1.000 bootvluchtelingen wachten tot ze in groepen van zo'n 200 de haven binnengevaren worden op een kleinere boot. Als deze eenmaal is aangemeerd, worden de hekken naar achteren getrokken, tot aan een grote bus die klaar staat om de migranten te vervoeren naar een van de vele opvangcentra op Sicilië.

De vluchtelingen worden eerst door een tent van het Rode Kruis geloodst. 'Een zone van quarantaine wordt nu gemaakt, want we weten niet of deze vluchtelingen besmettelijke ziekten met zich meedragen', legt iemand van het Rode Kruis uit. Op de boot zitten een paar honderd jonge mannen en een enkele vrouw, bijna allemaal van Eritrese afkomst. Na ruim een uur wachten, de zon is flink gezakt en het begint fris te worden, mogen ze van de boot. Ze vormen een rij naar de tent, waarachter ze de bus in stappen. Sommigen trekken dekens van aluminiumfolie over hun schouders tegen de kou.

Bakjes pasta

Twee dagen later kom ik enkelen van hen tegen in Catania. Ze hebben zich weten los te maken van de groep en slapen nu op straat bij Piazza della Repubblica. Via een mensensmokkelaar hopen de meesten naar het noorden van Europa te kunnen reizen. In de avonden zit ik bij de jonge jongens, terwijl ze het eten met me delen dat Italianen hun geven. Bakjes pasta, flessen icetea en zelfs een panettone (een luxe brood, red). De politie rijdt langs, maar doet niks. Abdel Fetah: 'De politie weet dat er geen ruimte is in de opvangcentra en laat de bootvluchtelingen gaan. Politieagenten zetten de bus van de haven naar opvangcentra stil, zodat de migranten even buiten kunnen 'luchten'. De helft keert natuurlijk niet terug.'

In de hoofdstad Palermo spreek ik af met mijn neef Francesco (30) en wat oude vrienden. Ze komen uit hetzelfde dorp als mijn moeder en zijn begonnen aan weer een nieuwe studie of ze zijn werkloos, op enkele klusjes na. Francesco: 'Er is hier voor mij al geen werk en geld, laat staan voor hen. Ik ben geen racist, maar het is geen goede tijd om hier te komen.'

Het weinige werk van migranten bestaat overigens uit schoonmaken en prullaria verkopen. Ook hoor ik steeds meer verhalen over uitbuiting van migranten op het platteland in heel Zuid-Italië. Voor een paar euro per dag plukken ze, afhankelijk van het seizoen, sinaasappels of tomaten.

'Bijvoorbeeld in Vittoria, vlak bij Ragusa, is dit algemeen bekend. Italianen willen het niet doen, maar de migranten wel en voor een lager salaris', zegt mijn nicht Graziella. 'Verborgen slavernij', vindt advocate Paola Ottaviano, gespecialiseerd in migratierecht en oprichter van de blog Siciliamigranti. 'In kampen worden ze bij elkaar gehouden, waar bijna geen toegang mogelijk is voor jou of mij.'

Vluchtelingendrama

Lees hier alle artikelen van de Volkskrant over het vluchtelingendrama in de Middenlandse Zee.

Wrakken van migrantenboten in Pozzallo. Beeld Gabriella Ader

Schandaal

Dat rond de opvang van migranten een economie is ontstaan, blijkt uit een groot schandaal, waar alle journaals op de Italiaanse tv vorige week mee openden. Ook het opvangcentrum CARA di Mineo wordt genoemd. Hier zitten in hoogtijdagen zo'n 4.000 migranten in afwachting van een verblijfsvergunning. Uit het zogenoemde Mafia Capitale-onderzoek, omtrent grootschalige corruptie, blijkt dat burgemeesters, directeuren van opvangcentra door heel Italië, maar ook een staatssecretaris steekpenningen hebben aangenomen om migranten geplaatst te krijgen in hun centrum. Er zijn 44 arrestaties geweest, maar er worden nog meer namen genoemd. Dat blijkt uit telefoontjes die zijn afgetapt door de politie. In een uitgelekt gesprek wordt gezegd: 'Migranten zijn impopulair, maar wel een goede business. Eerst wilden we het centrum niet [...] maar het biedt werk aan 350 mensen.'

In de wijk Ballarò in het oude centrum van Palermo komen jongeren en studenten samen. Met literflessen bier van 1,50 euro zitten we buiten aan gammele tafels, kratten doen dienst als stoel. Het valt me op hoeveel migranten hier wonen. In Catania zijn ze niet zo zichtbaar.

Een vriend van mijn neef wijst naar een met graffiti bespoten gebouwtje en een houten plank die voor deur doorgaat. 'Hier woont een migrantengezin.' In het oude centrum wonen volgens hem alle bootvluchtelingen bij elkaar. 'Bij aankomst kennen ze vaak al iemand in Palermo. Uiteindelijk wonen ze met zijn twintigen in de kleine, vervallen huisjes. Ze kraken of betalen een lage huur.' Interactie met Palermitanen is er nauwelijks. 'Palermitanen komen hier liever niet.'

Maar het oude centrum raakt wel in trek bij yuppen, die de goedkope huizen willen opkopen en renoveren. 'De migranten worden er langzaam uitgegooid. Geen idee waar ze dan heen moeten.'

Intussen verblijven in het slaperige dorpje in de bergen waar mijn moeder vandaan komt, Petralia Sottana, zo'n vijftien bootvluchtelingen in afwachting van een verblijfsvergunning. Met een nicht loop ik door het dorp; ze wijst naar het enige hostel in de hoofdstraat. 'In 2013 werden 300 migranten over de dorpen in de Madonie verdeeld. Ze zouden een paar maanden blijven.'

Cijfers

54.000 bootvluchtelingen zijn dit jaar al naar Italië gekomen volgens de International Organisation of Migration. Het overgrote deel komt aan op Sicilië.

42,6 op de 1.000 migranten heeft de afgelopen maanden de overtocht niet overleefd. Dat berekende de Britse krant The Guardian.

3 miljard Euro per maand kost naar schatting de Europese reddingsmissie Triton, die sinds november 2014 de Italiaanse Mare Nostrum vervangt.

Tussenstop

Vol ongeloof kijk ik naar een paar jongens die niets anders doen dan met de overgebleven oude mannetjes in het dorp de dag uitzitten. Kom je als bootvluchteling uitgerekend hier terecht. Mijn nicht stelt me voor aan een vriendin van haar, Manuela. Ze is sociaal werkster en houdt zich bezig met de opvang van de migranten. 'Iedereen in het dorp brengt kleding, eten. Ze krijgen vaak dingen gratis als ze in het dorp iets halen. Nu verblijven de jongens in het sportgebouw boven (aan de berg, red.) tot ze een verblijfsvergunning krijgen. Daarna trekken ze door naar het noorden.'

Mijn laatste avond in Catania neem ik bij Piazza della Repubblica afscheid van de jongens die ik de afgelopen week heb leren kennen. Ze zijn opgetogen, want zojuist is een rijkere Eritrese vrouw, woonachtig op Sicilië, langsgelopen en heeft voor alle jongeren een buskaartje naar Rome gekocht. Morgen verlaten ze het eiland. Op naar het Noorden. Fateh: 'Sicilianen zijn gastvrij, omdat ze weten dat Sicilië slechts een tussenstop is voor de bootvluchtelingen.'

Neef Salvatore heeft medelijden met de migranten die na zoveel ellende en een zware reis op dit eiland aankomen. 'Ze dachten Amerika te vinden, maar hier vinden ze uiteindelijk helemaal niks.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden