Toen waren er nog maar vijf musea

MELLE Daamen, directeur van de Mondriaan stichting, meldt nogal nadrukkelijk geen deel uit te maken van welke kliek in de kunstwereld dan ook (Relflex, 20 januari)....

Daamen neemt al geruime tijd als gast deel aan het mini-convent van de grotere moderne kunstmusea, waarvan ook ondergetekende als directeur van De Pont in Tilburg lid mag zijn. De Pont maakt overigens als enige van de in dit gezelschap vertegenwoordigde instellingen geen gebruik van subsidies, omdat het dankzij een schenking van de stichter kan beschikken over eigen middelen.

Een overleg van het mini-convent vond twee dagen voor de publicatie van Daamen's interview plaats. Er werd ondermeer over het aankoopbeleid en de beperkte aankoopbudgetten gesproken. Hoewel hij nadrukkelijk deelnam aan de discussie heeft Daamen niet gerept over zijn stelling dat in de toekomst slechts vijf van de acht aanwezige museumdirecteuren bij hem zouden mogen aankloppen voor subsidie.

Dat vond ik achteraf al genoeg reden tot verbazing, maar nog verbazingwekkender vond ik het redactioneel commentaar van 23 januari, waarin Daamen's pleidooi voor een selectievere verstrekking van subsidies wordt onderschreven met het argument dat 'de idealistische gedachte van democratisering en cultuurspreiding (...) sleetse plekken is gaan vertonen'.

Dat het niet eenvoudig is om ook buiten de Randstad serieuze belangstelling voor ons cultuurgoed te wekken weet ik uit eigen ondervinding, maar ik ken geen serieuze onderzoeken die deze conclusie van de Volkskrant onderschrijven, in elk geval niet voor zover het de musea betreft.

De uitlatingen van Daamen en de Volkskrant zijn wel het levende bewijs van de stelling die ik als voorzitter van de Nederlandse Museumvereniging poneerde bij de voorlaatste Nieuwjaarsbijeenkomst, namelijk dat er een tweedeling dreigt in de museumwereld. Een tweedeling die louter gebaseerd is op kwantitatieve overwegingen, waarbij volledig voorbij wordt gegaan aan de kwaliteit van de instellingen en hun aanbod.

Groot zijn is blijkbaar per definitie belangrijk als er een gebrek dreigt aan middelen, maar omvang lijkt mij op zichzelf geen enkele garantie voor betekenis. Een klein museum in de provincie biedt velen niet alleen het eerste maar vaak ook het enige contact met - in dit geval moderne - kunst. Het is van grote waarde dat een inspirerende kennismaking met dit kwetsbare, maar wezenlijke aspect van ons bestaan niet alleen kan plaatsvinden bij een van de Grote Vijf, maar in de nabijheid van alle Nederlanders.

Daamen's pleidooi voor nauwere samenwerking tussen de musea is daarbij zeker van betekenis - het gebeurt overigens al jaren en op tal van plaatsen - maar het is geen argument om de steun voor aankopen en bijzondere manifestaties tot enkele grote instellingen te beperken en verder te vertrouwen op de doorstroom van collectie-onderdelen en activiteiten.

Daamen onderschat de eigenheid en de betekenis van de kleinere musea én de betrokkenheid van lokale en provinciale overheden die soms al meer dan honderd jaar zorgdragen voor hun instellingen en evenveel recht hebben op ondersteuning als de overheden die voor de Grote Vijf verantwoordelijk zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden