Toen Tante Hermien overleed werden haar koekoeksklokken en Mariabeelden verloot onder de familie

Foto Robin de Puy

Omdat van het ooit zestienkoppige Brabantse gezin waartoe de vader van de Man had behoord nu ook het één na laatste lid, Tante Hermien, door Onze Lieve Heer naar huis was geroepen, reden wij op een zondagochtend naar de met jute behangen rijtjeswoning in Middelbeers, alwaar de inboedel, een wonderlijke verzameling spreuktegels, koekoeksklokken, handdoeken, Mariabeelden, koekblikken, potloden en wel driehonderd elpees met Gregoriaanse liederen, verloot zou worden onder de dertig neven en nichten van wie de meesten de deur van Tante Hermien bij leven niet plat hadden gelopen. Wij al evenmin, op een theevisite tijdens een fietstocht van Oirschot naar Middelbeers in de zomer van 2015 na, waarbij het volgen van de conversatie door de combinatie van Brabantse tongval met eerder genoemde koekoeksklokken vrijwel onmogelijk was geweest.

'Kijk', zei de Man bij de afslag Best-West. 'Kijk nou.' Ik zei dat ik op de weg moest letten. Hij: maisvelden, worstenbrood, vérkens, de Meijerij, roots. In Middelbeers haalde hij zijn gelijk toen de eerste de beste voorbijganger die we de weg vroegen, zijn kop in de wagen stak en zei: 'Zeg, bende gij er niet een van Van Roosmalen? Ik zie het aan oe snuit.'

In de woning was het druk en warm. Dertig neven en nichten stonden koffie te drinken en krentenbollen te eten, en verdomd, het wáren dertig dezelfde snuiten, of ze nou bij een man of een vrouw hoorden. Aan de hand van een zwart-witfoto uit een andere eeuw werd de gezinssituatie uitgelegd. Iemand wees op een knaapje in een wollen onderbroek dat aan de rok van zijn moeder hing. 'En da's ons Huubke, die is gestorven aan de kolder.'

Het begon.

Neef Herman: 'Nummertje 39. Wie o wie?'

Neef Wim: 'Ik geleuf dat ik die heb.'

Neef Henk: 'Geleuven doe-de maar in de kerk.'

Even later een druk heen-en-weergeloop door de woning, waarbij iedereen door elkaar praatte, niemand luisterde en om de haverklap ergens hard om werd gelachen. Ik herkende die dynamiek van mijn moeder, kind uit een gezin van dertien, katholiek natuurlijk, en herinnerde me hoe je het gebulder van alle broers en zussen op verjaardagen tot diep in de nacht door het plafond hoorde komen, een warm gevoel. Hier werden de verjaardagen niet meer gezamenlijk gevierd, vertelde een nicht met dezelfde ogen als de Man, waarom wist ze eigenlijk niet. 'Alleen met begrafenissen zien we elkaar nog.'

Hup, daar ging weer een schilderij naar buiten, gekantelde lijven op het pad van de voordeur naar de auto. Brabantse humor: 'Pas maar op da ge straks niet met de verkeerde vrouw thuiskomt.' Nog meer koffie, Van het concert des levens krijgt niemand een program, gesprekjes over familietrekjes. Nicht Claudia: 'De Van Roosmalens houden van reizen, zijn goed in wiskunde en zijn allemaal licht autistisch.'

Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe de Man een koekoeksklok naar buiten droeg.

Even later, iemand van de kouwe kant: 'Wat moeten jullie met een tekening van het gemeentehuis van Eindhoven?' Ik had er zo een-twee-drie geen antwoord op.

Das Kantatenwerk van Bach, Vogeltaal van Rien Poortvliet, onder uit de staande klok kwam een halve fles graanjenever.

Aan het eind van de middag was het beest aan flarden gescheurd, de rest ging naar de kringloop. Met de buit in de achterbak dronken we bier in het café, waar de jeugd in boerenkiel op het biljart hing. 'Dit is een boerenovertrek', zei de bardame terwijl ze op de tap leunde. 'Zo doen we dat hier als iemand gaat trouwen of samenwonen. Dan gaan ze eerst alle kroegen af.'

'Ik weet nog wel een huis', zei de Man.

Reageren? eva.hoeke@volkskrant.nl