'Toen ik vertrok, was Tripoli een spookstad'

De meeste Libiërs onder de vluchtelingen in Tunesië durven niets te zeggen, om hun familie in Libië niet in gevaar te brengen. Degenen die wel praten, vertellen over diefstal en geweld.

BEN GUERDANE/DJERBA - Alles gaat goed in Tripoli. Tenminste, dat is wat Mounir te horen krijgt. Sinds hij twee weken geleden uit Tripoli vluchtte, belt hij elke dag zijn achtergebleven vrienden. 'Maar ze durven niets te zeggen. Alle telefoons worden afgeluisterd. Ze herhalen voortdurend: alles gaat goed, alles gaat goed.'


Dat het in werkelijkheid niet goed gaat, hoort Mounir tussen de regels door. Zijn vrienden gaan niet naar hun werk, ze blijven de hele dag binnen. Eten hebben ze nog genoeg - ze hadden een grote voorraad ingeslagen. Maar sommigen hebben onvoldoende drinkwater, en het water uit de kraan is niet drinkbaar.


'Toen ik vertrok, was Tripoli een spookstad', zegt Mounir. 'Er was niemand op straat. De weinige auto's die er reden, zoefden in hoog tempo voorbij.' Terwijl hij zijn verhaal vertelt, trilt zijn been voortdurend. Hij wil niet op de foto, en wil zijn achternaam liever niet in de krant. Hij heeft weet van enkele Libiërs die met journalisten gepraat hebben, en nu bedreigd worden. 'Als Kadhafi blijft, kunnen ze niet meer terug naar Libië.'


Mounir (42), een Tunesische leraar, geeft al vier jaar les in Tripoli aan de kinderen van Tunesische immigranten. Twee weken geleden werd het onrustig in zijn wijk. Er vonden kleine manifestaties plaats, het politiekantoor en twee auto's werden in brand gestoken. 'Zondagavond hoorde ik schoten in mijn wijk, toen heb ik met een groep collega's besloten weg te gaan.'


Nu verblijft Mounir tijdelijk in Ben Guerdane, de eerste stad aan Tunesische zijde van de grens. Het bruisende stadje - een aaneenschakeling van winkels waar normaal volop handel wordt gedreven met Libiërs - is nu een wespennest van vluchtelingen die net uit Libië komen, en van door Kadhafi verjaagde dissidenten die Libië willen binnenkomen.


Het lijkt de ideale plaats om getuigenissen te horen uit Tripoli en enkele West-Libische steden die nog in handen zijn van kolonel Kadhafi en waar weinig over bekend is. Maar ook hier is de informatie schaars. Bijna niemand durft te praten.


'Wij staan de hele dag bij de grens, we proberen te praten met elke Libiër die binnenkomt', zegt Ali Aban, een Libische dissident uit Duitsland. 'Maar niemand wil iets zeggen. Sommigen zijn smokkelaars, die profiteren van de situatie om extra geld te verdienen. Anderen zijn eerlijke burgers, maar durven niets te zeggen.'


Aban ontvluchtte Libië twintig jaar geleden, toen zijn ondergrondse oppositiegroepering was ontdekt. Omdat hij zijn straf ontliep, kregen zijn twee jongere broers elk zes jaar gevangenisstraf. 'Heel veel families hebben ervaring met zulke collectieve straffen', zegt hij. 'Vandaar dat iedereen zo bang is om iets te zeggen.'


Toen de onrust in Libië losbrak, is Aban meteen naar de Tunesisch-Libische grens gereisd. Hij kan amper wachten om naar Tripoli te reizen, en te helpen met de omverwerping van Kadhafi's regime. Maar voorlopig ziet hij geen mogelijkheid om Libië binnen te komen. Kadhafi's milities en brigades controleren de westelijke grens, en Zawiya, de grootste westelijke stad in handen van de rebellen, ligt voortdurend onder vuur.


Wie wel durven te praten, zijn de vele buitenlandse vluchtelingen die Libië uitstromen en geen familie in Libië hebben. Zij woonden echter meestal op geïsoleerde compounds buiten de steden, en hebben slechts een beperkt beeld van wat er zich buiten hun arbeidersdorpen afspeelde. Maar ook dat beperkte beeld toont dat zich in Libië gruwelijke en gewelddadige taferelen afspelen.


Op de luchthaven van Djerba, waar zaterdag duizenden vluchtelingen staan aan te schuiven voor een vliegtuig naar huis, komen de verhalen naar boven. Enkele Filipijnen, die al vijf dagen op de luchthaven vastzitten en ten vroegste vandaag zullen vertrekken, vertellen dat gewapende milities zijn binnengevallen in hun compounds in de Sahara. Alle laptops, televisies en fotocamera's werden meegenomen.


Buiten en in de vertrekhal schuiven lange rijen Egyptenaren aan. Zij zijn geschokt door de tientallen checkpoints langs de weg tussen Tripoli en de Tunesische grens. 'Ze hebben al mijn spaargeld gestolen', zegt een Egyptenaar achteraan in de rij. Meteen beginnen alle omstanders te roepen. 'Ik ben 400 dollar kwijt.' 'Ze hebben me twee mobieltjes afgenomen.'


Een jonge man met gele capuchontrui stroopt zijn mouw en broekspijpen op, en toont grote bloeduitstortingen op zijn armen en benen. Hassan Salah Mohamed heet hij, een 28-jarige Egyptenaar die al negen jaar als schilder in Libië werkt. Toen zijn woonplaats Zlitan, 120 kilometer ten oosten van Tripoli, ruim een week geleden ingenomen werd door Kadhafigezinde milities, sloeg Hassan op de vlucht. Hij sloot zich aan bij een konvooi met 250 Egyptenaren en Tunesiërs, dat naar de luchthaven van Tripoli zou rijden.


Halverwege de rit werden ze echter tegengehouden door het Libische leger. 'Ze zeiden dat wij de aanstichters waren van de problemen in Libië, omdat Tunesië en Egypte begonnen waren met de revoluties. Ze namen ons gevangen, en brachten ons naar een afgesloten veldje. We kregen heel weinig eten, en we sliepen in de openlucht. Ze namen al ons geld af, en ze sloegen ons opdat we niets zouden zeggen over de diefstal. Pas na drie dagen lieten ze ons gaan.'


Een oudere Egyptenaar, die al drie jaar in Libië werkte als metselaar, toont ook zijn wonden: bruine strepen op zijn polsen en enkels, waar handboeien hebben gezeten, en dikke pleisters rond zijn vingers, waar hij geslagen is met elektriciteitskabels. 'Ik ben 24 uur gevangengezet door milities van Kadhafi', zegt de man, die zijn naam niet wil geven ('Ik heb nog familie in Libië').


'Enkele politieagenten eisten dat ik naar het Groene Plein zou gaan, om daar 'Leve Kadhafi' te zingen', zegt hij. 'Omdat ik niet wilde, hebben ze me vastgezet, gemarteld en daarna op straat gegooid.' Hij is meteen naar de grens gevlucht. 'In Tripoli wordt iedereen geterroriseerd.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden