Toen ik Rushdie uitgaf

De woede die een film als Innocence of Muslims oproept bij groepjes fundamentalisten lijkt op die van bijna 25 jaar geleden, toen er een prijs op het hoofd van Salman Rushdie werd gezet. De schrijver blikt terug in een deze week verschenen autobiografie, zijn Nederlandse uitgever Bert de Groot beschrijft hier die bizarre periode.

Rushdie dus. In mijn werkkamer hangt een foto van de eerste moslimdemonstratie in Nederland tegen De Duivelsverzen van Salman Rushdie. Op de foto is een rijtje van vier agenten te zien, frontaal, een enkele besnorde demonstrant is half zichtbaar achter de agenten, maar voorop lopen twee jongetjes, ik schat tien à elf jaar, De jongste heeft de vuist geheven, en houdt met zijn andere hand zijn broertje vast.


Het is 1989. De agenten zijn nog 'Oom agent' met pet en stropdas, twee dragen een bril, een heeft een baard. De twee demonstrantjes zijn vertederend, het optreden van de agenten lijkt laconiek, 'Wat een flauwekul', denken ze.


De foto hangt, als ironisch commentaar, naast een billboard van de Londense Evening Standard met een schreeuwende kop uit de krant van die dag: 'Rushdie: Death Squads on Way'. Het billboard is meegebracht als souvenir door een redacteur van uitgeverij Contact, toevallig in Londen toen de fatwa binnenkwam, de oproep van Khomeini, de grootayatollah van Iran, aan alle moslims om Rushdie te vermoorden om zijn heiligschennige aanval op de islam, de Koran en de profeet Mohammed.


Bingo!, dacht ik

Geen seconde heb ik nagedacht of Veen Uitgevers het boek al dan niet zou uitgeven. Bingo!, dacht ik aanvankelijk. Noem het uitgeversgeilheid, maar boeken verkopen is al moeilijk genoeg, Rushdies boeken hadden tot dusver een onopvallend bestaan geleid in Nederland en een beetje hulp van de voorzienigheid was van harte welkom; boeken verbieden, verontwaardiging omdat het vrije woord wordt bedreigd, aandacht, publiciteit, daar kan je wel wat exemplaren mee wegzetten. Natuurlijk dient de uitgever pal te staan als het Vrije Woord wordt bedreigd, een houding die in Nederland een stuk gemakkelijker is dan in sommige andere landen. Het zou hier wel loslopen, qua ellende.


Bij mij viel het kwartje de dag na een tv-interview. Met je kop op tv (wij schrijven 1989), en dat als betrokkene bij de verdediging van het Vrije Woord, wie wil dat niet, in de uitgeverij? Het interview zou in de vooravond bij mij thuis worden opgenomen en nog diezelfde dag worden uitgezonden. Ik had maar een paar uur voorbereidingstijd, dus ik zat met een rooie kop kruiselings The Satanic Verses te lezen - had ik nog niet gedaan - toen Gerard Reve belde. Toen ik vertelde dat ik straks geïnterviewd zou worden, drukte hij me op het hart een exemplaar van zijn laatste boek op een zichtbare plaats neer te leggen om daarna, hij had het boek ook nog niet gelezen, uit te leggen dat een en ander te wijten was aan een stijl- en structuurfout. Het deel van het boek waar het meeste om te doen was, de droomscène in de Stad van Zand, zou niet in de structuur passen en dat gekoppeld aan het feit dat hier sluizen van het purple prose waarlijk wijd-open waren gezet. (Zo kun je Khomeini ook zien als literair criticus, maar wel een strenge.) Ik heb die theorie later vaker horen verkondigen, ook door mijzelf.


Ik had het er in het interview redelijk van afgebracht, dacht ik, de verstandige uitgever met weliswaar begrip voor het recht op protest, maar dat verstandige moslims ook zouden inzien dat het Vrije Woord een groot goed is, dat alles wervend samengevat in een beschrijving van het boek in pakweg tien minuten. De redactie had echter de uitzending voor het dramatisch effect doorsneden met zeer gewelddadige protestbeelden die alle geruststellende woorden teniet deden. De volgende dag vroegen de buren of wij niet een tijdje elders moesten gaan logeren.


Mediacircus

Voor Nederland was het in de eerste week van februari 1989 begonnen. Het mediacircus brak los toen Khomeini zijn fatwa uitsprak. De beer was nu echt goed los. In India waren bij rellen vijf mensen om het leven gekomen. In Bradford, midden-Engeland, dat een grote concentratie moslims (toen spraken we nog van mohammedanen) kende, werd al weken geprotesteerd door het demonstratief verbranden van het boek en een pop met het bordje Rushdie rond de nek.


De fatwa kwam binnen toen Rushdie net in een tv-programma zat, waarna paniek uitbrak en Rushdie onderdook. In snel tempo volgden de ontwikkelingen elkaar op. Het boek werd in alle islamitische landen verboden, uitgevers en boekhandelaren in het Westen werden bedreigd. Rushdie kreeg te horen dat als hij excuses maakte, de fatwa zou worden opgeheven. Rushdie maakte excuses. De fatwa werd niet opgeheven, integendeel, er werd nog een schepje bovenop gedaan.


Ook in Nederland werd bij de eerste demonstratie een boek verbrand, niet een exemplaar van Satanic Verses, maar een product van huisvlijt. Een boek was overgeplakt met een wit omslag en daarop in blauwe letters, geknipt uit zelfklevend materiaal, de titel van het boek.


Nu werden we werkelijk geconfronteerd met de diepte van de kloof die gaapt tussen de westerse opvattingen en die van de islam. Het leidde tot overleg op het ministerie van Binnenlandse Zaken alwaar we werden ontvangen in een vergaderkamer; ingericht met het laatgotische gebeeldhouwde meubilair waarover Gerrit Komrij ooit opmerkte, bij een televisiereportage van bewoners die have en goed uit een brandend huis trachtten te redden, dat het beter ware geweest indien men dat meubilair het brandend huis ín had gedragen. Er hing wel een mooi schilderij uit de Haagse School.


Nadat de begeleidende voorlichter zich luid mompelend had afgevraagd of de hoge ambtenaar straks in de stoel van de minister zou gaan zitten, en ja hoor, begon het overleg waarvan ik me vooral herinner dat de hoge ambtenaar, een wat oudere corpsbal, wist te vertellen dat al dat gedreig met moord en doodslag als een stijlfiguur niet ongebruikelijk is in het Midden-Oosten. (De literaire critici zijn overal.) Maar ja, je wist maar nooit.


Wel werden ons nuttige aanwijzingen gegeven om onze veiligheid te borgen. Behalve het dichthouden van de buitendeur dienden wij ons te wapenen tegen bombrieven. Een bombriefdetectieapparaat was helaas in Nederland niet voorhanden, niet bij een van de ministeries, niet bij de BVD, niet bij 'Tante Post'. Wel wist men een adres in het buitenland waar zulks te bekomen was, ad toen nog 22 duizend gulden, een modaal jaarinkomen.


Als het apparaat iets signaleerde, diende ik me ervan te overtuigen of een brief of pakket voor nader onderzoek naar de betreffende instanties moest. Nu reageerde het apparaat al op nietjes die door een drukproef waren geslagen, zodat ik toch maar het verdachte pakje of brief opende, staande achter de deur van de postkamer, hetgeen me na de zoveelste keer allengs cynisch commentaar opleverde: 'Kijk ma, zonder handen', 'Dat wordt straks spraakles, De Groot.' De Nederlandse vertaalster, Marijke Emeis, en ik stonden onder verscherpt toezicht van de politie, maar ik heb daarvan nooit iets gemerkt, behalve dat ik een klein jaar later werd gebeld door iemand van slachtofferhulp of ik 'erover wilde praten'.


Verschillende aanslagen

Tegen de herfst waren er verschillende aanslagen gepleegd, op de Italiaanse vertaler, de Japanse vertaler moest het met de dood bekopen, later dat jaar volgde een aanslag op de Noorse uitgever en nog een jaar later kwam de Turkse uitgever om bij een 'aangestoken' brand. Het ministerie van Cultuur vervulde tijdens de hele aanloop naar de verschijning van het boek een sterke, zwijgende rol, slechts doorbroken op de dag van publicatie, het was inmiddels verkiezingstijd, met een verklaring voor de radio dat men hoopte 'dat er geen ellende van kwam'. In Nederland was het betrekkelijk rustig gebleven


We hebben De Duivelsverzen op 1 september laten verschijnen, een maand voor de aangekondigde datum en bovendien in verkiezingstijd, zodat de aandacht, was onze inschatting, kort zou zijn. Een misrekening, het waren de saaiste verkiezingen van de laatste honderd jaar. De Maastrichtse advocaat Moszkowicz (de vader van), ingehuurd door een koepel van moslimorganisaties, noemde het vervroegd verschijnen van De Duivelsverzen 'achterbaks'. Drie leuke scholieren belden een grootwarenhuis, geintje, waardoor deze publiekelijk weigerde het boek te verkopen.


Zo niet een boekhandelaar die me toevertrouwde dat hij het juist in de etalage had gezet, maar niet in het deel met de dure, gebogen ruit. Velen bleven huiverig en verkochten het boek onder de toonbank, sommige uitleenbibliotheken namen het boek niet in de openbare collectie op. Gelachen hebben we ook, toen we een grote boekhandelsketen er bijna van overtuigd hadden op zijn bestsellerlijst de eerste plaats (de eerste druk bedroeg 70 duizend exemplaren) leeg te laten.


Geblindeerde auto's

Ik heb Rushdie een keer of zeven ontmoet, bijna altijd onder bijzondere omstandigheden, onder bewaking, op van tevoren niet bekend gemaakte plekken waarheen je soms in geblindeerde auto's werd vervoerd. Altijd waren er hoogwaardigheidsbekleders, burgermeesters, ministers, politici en soms Nederlandse auteurs. Veel gelegenheid om elkaar te spreken is er niet, je wilt net wat zeggen, maar plots staat er weer een hooggeplaatst persoon tussen jou en de schrijver (ik beschouw me als Nederlands meest door autoriteiten terzijde gedrongen persoon, vooral Jo Ritzen, met zijn scherpe ellebogen.)


De laatste keer was bij de opening van de Boekenweek in 2001, toen Rushdie eregast was. Alles en iedereen was opgetrommeld, een uniek moment in de geschiedenis, de eerste buitenlandse auteur van het Boekenweekgeschenk en dan nog wel Salman Rushdie, de ondergedoken schrijver, slachtoffer van de fundamentalisten. Dapper van de CPNB die de Boekenweek organiseert.


De gehele wereldpers was aanwezig en het zou toch óók een beetje mijn moment zijn; we waren zeer terughoudend geweest in onze uitlatingen in de media; op de barricaden hebt u mij niet getroffen. (Ik heb weleens de vraag gekregen of de uitgeverij ook ondergedoken was.) We hebben het boek op de markt gebracht, daar gaat het om. Maar daar op het Boekenbal zouden de Bedreigde Auteur en zijn ravissante vriendin Panda Lakhmi, geflankeerd door zijn loyale Nederlandse uitgever en diens echtgenote de batterij fotografen tegemoet treden (inderdaad, wethouder Hekkink) om voor de eeuwigheid te worden vastgelegd. Er ontstond enige onrust die ik maar niet begreep totdat mijn echtgenote mij toesiste dat men bedoelde dat wij ons voor het plaatje uit het beeld moesten verwijderen. Trouw heeft juist dat moment in de krant afgebeeld, op de voorpagina.


We zijn bijna vijfentwintig jaar verder, Rushdie beweegt zich thans redelijk vrij door New York. Alsof de duvel ermee speelt, nu deze week zijn biografie is verschenen, lijken de gebeurtenissen van 25 jaar geleden zich te herhalen.


Na de Deense spotprent zijn er nu de filmfragmenten op YouTube. Het patroon is vrijwel identiek: de protesten van kleine groepjes fundamentalisten in het Nabije- en Verre-Oosten domineren het nieuws. Na de Arabische Lente lijken de stemmen van de fundamentalistische en antiwesterse stromingen steeds luider geworden. Moord en doodslag is het gevolg.


In mijn werkkamer hangt nog steeds het billboard van de Evening Standard en de foto van de eerste demonstratie in Nederland. Ik heb de neiging om de volgorde te wijzigen, eerst het billboard en dan de foto van de twee demonstrantjes, tot op heden weten te weerstaan.


BOEK


Rushdie over zijn leven na de fatwa

Al snel na Valentijnsdag in 1989 wist Salman Rushdie dat hij ooit een boek zou schrijven over wat er in de jaren daarna met hem gebeurde. In Joseph Anton beschrijft hij het jachtige bestaan van een schrijver die zijn leven niet zeker is nade oproep van de Iraanse ayatollah Khomeini hem te vermoorden. 'Joseph Anton', is de schuilnaam die Rushdie koos als verwijzing naar zijn favoriete schrijvers Joseph Conrad en Anton Tsjechov.


DE AUTEUR


uitgever van 'de duivelsverzen'

Bert de Groot werkte bijna vijftig jaar in de uitgeverswereld. Ten tijde van de Rushdie-affaire was hij directeur van Veen Uitgevers waar Rushdies boeken verschenen. Hij werkt aan een boek over zijn ervaringen in de uitgeverij. Dit stuk is gebaseerd op een excerpt daarvan.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden