Nieuws

Toen de oorlog in Syrië uitbrak was Rami bijna cardioloog: ‘Ik dacht: die witte jas heb ik zo weer aan’

Statushouders kunnen een rol spelen in het oplossen van het personeelstekort in de zorg als er niet zoveel hindernissen zouden zijn. Waarom moet de erkenning van buitenlandse diploma’s vier jaar duren? In Duitsland is het in vier maanden gepiept.

Rami Alfaouri  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Rami AlfaouriBeeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Toen de eerste coronagolf de ziekenhuizen overspoelde, stonden bijna tweehonderd artsen, verpleegkundigen, apothekers, radiologen en laboranten klaar om te helpen. Allemaal vakkundig opgeleid en gemotiveerd. Er was één ‘maar’: ze kwamen uit het buitenland. Dus toen de Vereniging voor buitenlandse Artsen (VBGA) hen aanmeldde voor het platform ‘extra handen voor de zorg’ werd slechts een van hen opgeroepen.

Het is exemplarisch voor hoe ingewikkeld het is voor zorgverleners met een migratieachtergrond om in Nederland aan de slag te gaan. Terwijl de sector tienduizenden handen aan het bed tekort komt, komt het merendeel van de asielmigranten (ook die met een zorgachtergrond) niet aan het werk. Slechts een half procent van de verpleegkundigen en 2,2 procent van de artsen zijn in het buitenland opgeleid. Veel minder dan in bijvoorbeeld Duitsland (respectievelijk 7,9 en 11,9 procent).

In opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid onderzocht de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken de belemmeringen om migranten in te zetten in de zorg. Uit de dinsdag gepubliceerde bevindingen blijkt hoezeer zij verstrikt raken in een web van bureaucratie. Zo is er een standaard wachttijd van een halfjaar voordat asielzoekers überhaupt mogen werken en een gemeente kan hen dwingen ongeschoold werk te accepteren.

In de zorg is nauwgezet vastgelegd wie een spuit mag zetten of biopt mag nemen. ‘Je moet voor elke handeling een bijbehorend papiertje of een BIG-registratie overleggen’, zegt voorzitter Monique Kremer van de adviescommissie. En die hebben asielmigranten niet meteen. Als ze in Nederland aan het werk willen, moeten ze eerst hun buitenlandse diploma’s laten erkennen. Dat kost, naast duizenden euro’s, gemiddeld vier jaar. Veel langer dan in Duitsland, waar het vier maanden duurt.

De erkenning van buitenlandse diploma's moet sneller, vindt Kremer. Daarnaast pleit ze voor meer oog voor competenties in plaats van diploma’s. Dat zou ook de weg vrijmaken voor asielmigranten die misschien nog geen opleiding hebben afgerond maar wel de kwaliteiten hebben om in de zorg te werken. Zij zouden alvast ondersteunende werkzaamheden kunnen uitvoeren of tolken.

Een ander struikelblok voor nieuwkomers is het vereiste taalniveau. ‘In Nederland zijn we heel kritisch als iemand de woordvolgorde net niet goed uitspreekt’, zegt Kremer. ‘Investeren in taal is belangrijk, maar dat kun je ook leren op de werkvloer. En heb je voor bijvoorbeeld vaccineren echt de volledige Nederlandse woordenschat nodig?’ Het kan volgens haar juist een voordeel zijn als een zorgverlener tweetalig is, want ook de patiëntenpopulatie verandert.

Volgens onderzoek van het demografisch instituut Nidi telt Nederland in 2050 minimaal anderhalf miljoen 80-plussers, bijna twee keer zoveel als nu. Onder hen ook eerdere generaties asielmigranten die de taal niet machtig zijn. Daarnaast zullen migranten in datzelfde jaar 40 procent van de bevolking uitmaken. Nidi-onderzoeker Joop de Beer, niet betrokken bij het advies, vindt het dan ook goed dat wordt onderzocht hoe asielzoekers kunnen worden ingezet in de zorg.

‘De winst zit bij die groep, omdat zij anders dan arbeidsmigranten niet primair hierheen zijn gekomen om te werken en hun arbeidsparticipatie laag is.’ Hij denkt niet dat daarmee de tekorten in de zorg zomaar opgelost zullen worden. Daarvoor moeten ook ouderen en vrouwen meer uren gaan werken.

Minister Tamara van Ark kondigde naar aanleiding van het corona-initiatief van de Vereniging van Buitenlandse Artsen aan te verkennen of er mogelijkheden zijn om buitenlandse artsen sneller aan het werk te krijgen.

Rami Alfaouri (34) uit Syrie, arts-assistent cardiologie

‘Toen de oorlog uitbrak in Syrië, werkte ik als cardioloog in opleiding. Ik moest halsoverkop het land verlaten en ben in 2014 met de boot vanuit Libië in Nederland terechtgekomen. Ik dacht: die witte jas heb ik zo weer aan. Maar dat ging toch anders.

‘De procedure om mijn diploma’s te laten erkennen, duurde tot 2019. We moesten die tijd leven van een bijstandsuitkering. Schamen is een groot woord, maar ik was niet de Rami die ik kende. Toch heb ik nooit gedacht: ik ga in de horeca werken. Al zou ik 99 jaar over die procedure doen, dan had ik het alsnog gedaan. Ik kan niet anders dan dokteren, het zit zo geprogrammeerd in het moederbord in mijn hoofd.

‘Nu werk ik als arts-assistent in het Radboud. Ik ben terug op het punt waar ik in Syrië ben gebleven. Het is anders gegaan dan ik ooit droomde, maar ik ben een positief mens, het glas is altijd halfvol. Als ik nu in de supermarkt bij de kassa sta ben ik trots. Dit is wat ik heb verdiend, dit is geld van mijn avonddiensten, van mijn nachtdiensten. Ik heb de regie weer terug.’

Zainab Osman: ‘Als ik die krantenkoppen zie van ‘75 procent van de Somaliërs is bijstandsafhankelijk’ denk ik wel: hoe zou dat toch komen?’ Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Zainab Osman: ‘Als ik die krantenkoppen zie van ‘75 procent van de Somaliërs is bijstandsafhankelijk’ denk ik wel: hoe zou dat toch komen?’Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Zainab Osman (47) uit Somalië werkt als wijkverpleegkundige

‘Toen ik van mijn Nederlandse schoonmoeder hoorde dat ze in het verzorgingshuis waar zij werkte iemand zochten om koffie te schenken, heb ik gesolliciteerd. Ik kreeg een briefje terug: geachte heer Osman, helaas hebben we geen passende vacature voor u.

‘Ik ben op mijn 20ste als vluchteling naar Nederland gekomen. Tijdens de burgeroorlog in Somalië werkte ik als tolk in het ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen. Hier wilde ik ook iets in de zorg doen. Om iets terug te doen voor het land dat me vrijheid, veiligheid en stemrecht bracht. Maar de wetgever heeft een systeem bedacht met maar één doel: ontmoedigen. De regels zijn niet dienend maar zijn leidend.

‘Ik dacht: ik ga net zo lang op de deur kloppen tot iemand hem op een kier zet. Dankzij mijn schoonmoeder mocht ik toch op gesprek komen bij het verpleeghuis en binnen vijf minuten was ik aangenomen. Inmiddels doe ik een opleiding tot verzorgende en verpleegkundige. Ik ben blij dat ik heb doorgezet, maar als ik die krantenkoppen zie van ‘75 procent van de Somaliërs is bijstandsafhankelijk’ denk ik wel: hoe zou dat toch komen?’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden