Toekomst- mijmering * * *

Foam, het Amsterdamse fotografiemuseum bestaat tien jaar. Wat zijn de vooruitzichten?

Wie iets te weten wil komen, stelt een vraag. Het liefst aan zo veel mogelijk mensen, opdat uit al die antwoorden het juiste kan worden gededuceerd. De vraag die Foam, Fotografiemuseum Amsterdam, al bijna een jaar lang stelt is: 'What's Next?' Wat gaat er de komende tijd gebeuren op het gebied van de fotografie? Foam bestaat tien jaar en in plaats van terugkijken, wil de instelling de toekomst verkennen, een tocht waarvoor communicatiebureau Vandejong (vanaf het prille begin betrokken bij Foam) een groot groen vraagteken ontwierp.


Dat vraagteken dook het afgelopen jaar overal op: op flyers, in persberichten, presentaties, en tijdens een specialistendag begin dit jaar, waar het als magnetische button aan de kleding van de genodigden kon worden vastgemaakt. Wie aanwezig was op de opening van de nieuwste tentoonstelling, afgelopen vrijdag, kon het leesteken zien verschijnen in een spectaculaire projectie op de voorgevel van het museum aan de Keizersgracht (voor wie er niet was: kijk op YouTube). En in het gebouw, op die nieuwe tentoonstelling, verschijnt het vraagteken ook nog een paar keer.


Als je niet beter wist, zou je denken dat Foam na tien jaar het spoor bijster is. Dat het museum zich afvraagt wat het in de komende periode moet doen en daarom zijn toevlucht zoekt bij dat wat anderen denken dat het moet doen. Maar dit zou een te makkelijke conclusie zijn. Wie de ontwikkelingen op het gebied van de fotografie van de afgelopen tien jaar heeft gevolgd, weet hoe het medium met de explosieve groei van digitale technieken en internet zowel uiterlijk als inhoudelijk is veranderd en dat die veranderingen voorlopig nog wel even zullen doorgaan. Om als fotografiemuseum hardop te mijmeren over de toekomst is dus niet zo gek. Het is zelfs noodzakelijk.


De laatste vraag die Foam zich stelt, betreft het fotografiemuseum zelf: hoe zal dit zich gaan ontwikkelen? Blijft het museum een plek voor fotografie of zullen er ook andere kunst- en mediavormen worden getoond? Voldoen de witte museummuren nog of moet worden gezocht naar alternatieve en online presentatieplekken? Welke nieuwe tentoonstellingsmodellen zijn te bedenken?


Foam nodigde vier fotografie-experts uit om een deel van het museum in te richten met die vragen in het achterhoofd. Ze deden dat elk vanuit hun eigen achtergrond. Alison Nordström, conservator bij het George Eastman House International Museum of Photography and Film in Rochester, bedacht een mooie museale presentatie rond de gedachte dat een foto naast een immer reproduceerbaar of zelfs ontastbaar product ook een tactiel en uniek object kan zijn, dat de sporen draagt van jarenlang gebruik. Heel anders is de spannende bijdrage van Jefferson Hack, oprichter van het Britse tijdschrift Dazed & Confused, waar foto's 'slechts' niet-tastbaar als beelden op schermen verschijnen door middel van technologie die we misschien niet helemaal begrijpen, maar waar we toch dagelijks gebruik van maken wanneer we achter onze computers zitten.


Reclame- en fotoboekenmaker Erik Kessels ging voor het museum-als-belevenisconcept. Om te tonen met hoeveel beelden wij onszelf dagelijks omringen, liet hij een computer alle geüploade amateurfoto's van één dag selecteren, uitprinten en uitstrooien over de ruimte in Foam. Zo werd het digitale internetlandschap een werkelijk berggebied van duizenden foto's. De vraag wat een fotografiemuseum met die dagelijks op internet uitdijende beeldenbrij aan moet, zweeft er onbeantwoord boven.


Lauren Cornell, tentoonstellingsmaker bij The New Museum of Contemporary Art in New York en directeur van Rhizome, een online platform voor kunst en technologie, is eigenlijk de enige die het fotografiemuseum een alternatief biedt voor het tentoonstellen van alleen fotografie, of het nu de geprinte variant betreft of de digitale. Cornell keek naar het effect dat de aanwezigheid van fotografie heeft op kunst in het algemeen. In haar presentatie vind je dus niet alleen foto's en video's, maar ook sculpturen waarvan de makers zich duidelijk hebben laten beïnvloeden door de mogelijkheid van het eindeloos reproduceren en hergebruiken van (foto)materiaal.


Het aardige van deze presentaties is dat ze elkaar zowel aanvullen als tegenspreken. Gezamenlijk geven ze een mooi gemiddeld ideaalbeeld van wat en hoe een fotografiemuseum zou moeten zijn - in ieder geval genoeg stof tot nadenken. Het was nog niet genoeg. Naast een ruimte die werd ingericht door Foam Lab, 'het experimentele broertje van Foam', waar op geestige wijze de draak wordt gestoken met de museummok en het museum als merk, houdt het museum openbaar kantoor in een van de zalen. Daar kan het bezoek ervaren hoe het is: werken in een fotografiemuseum. En meepraten. En zijn mening geven op een sticker aan de muur.


Hier bekruipt je ineens het gevoel dat je kijkt naar de bijdrage van een bedrijfsadviseur die garant wilde staan voor 'een stukje transparantie en publieksparticipatie'. Het is vast nobel bedoeld, maar die quasi openbaarheid roept vooral vraagtekens op. Misschien dat sommige bezoekers een goed antwoord verzinnen op de vraag What's Next?, maar je krijgt de neiging om te schrijven: 'Zeggen jullie het maar!' Is het zo langzamerhand niet tijd om een punt te zetten achter het vraagteken?


What's Next? The Future of the Photography Museum. T/m 7 december in Foam, Amsterdam. Bij de tentoonstelling verscheen een speciale editie van Foam Magazine.

---------------------------------------------------------------------------------------


De museummok

In FOAM staan ter gelegenheid van What's next? 400 mokken in een kast langs de muur. Maar ze zijn niet te koop. De foto's die het duo Blommers & Schumm ervan maakte, zijn dat wel. FOAM steekt op deze manier de draak met de merchandising in musea. In het museum is ook een Mokumentary te zien, een korte documentaire over de museummok.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.