Achtergrond Numerus fixus hoger onderwijs

Toegankelijkheid of kwaliteit in hoger onderwijs? Hogescholen en universiteiten vrezen voor kwaliteit opleidingen bij beperking numerus fixus

Hogescholen en universiteiten zijn kritisch over het plan van onderwijsminister Van Engelshoven (D66) om de numerus fixus bij opleidingen terug te dringen. De minister stuurde daarover donderdag een brief naar de Tweede Kamer. ‘Eigenlijk zegt de minister: zet de poort maar open en laat het maar ten koste gaan van de kwaliteit van het onderwijs’, reageert de voorzitter van het verband van de vier Nederlandse technische universiteiten (4TU).

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Ingrid van Engelshoven Beeld ANP

In haar brief schetst de D66-minister haar ideaalbeeld van het Nederlandse studielandschap. De student mag in haar optiek niets in de weg staan om zijn of haar droom te verwezenlijken. Daartoe wil Van Engelshoven onder meer de studentenstops bij populaire opleidingen aan banden leggen, ook om personeelstekorten te kunnen indammen.

De vier technische universiteiten, die de laatste jaren hard zijn gegroeid, reageren stekelig op de plannen van Van Engelshoven. ‘De minister maakt een soort afweging tussen doelmatigheid, kwaliteit en toegankelijkheid’, zegt Victor Van der Chijs, voorzitter van het verband van de Nederlandse technische universiteiten (4TU). ‘Daarbij lijkt ze te suggereren dat toegankelijkheid boven kwaliteit moet gaan. Wij vinden die drie even belangrijk.’

Het totaal aantal opleidingen met een numerus fixus is de afgelopen jaren vrijwel gelijk gebleven. Maar waar sommige opleidingen de numerus fixus hebben afgeschaft, grijpen steeds meer populaire bèta- en technische opleidingen naar deze maatregel. Dat is niet uit liefde, zegt Van der Chijs, ook bestuursvoorzitter van de Universiteit Twente: ‘Bedrijven rammelen hier aan de poort om meer hoogopgeleid personeel, dat ze vaak uit het buitenland moeten halen. Wij willen best meer studenten toelaten, maar de rek is eruit. De werkdruk onder het personeel is nu al hoog.’

Colleges in de stadskerk

Bij de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) gaven ze dit collegejaar onbedoeld gestalte aan het ideaalbeeld van de onderwijsminister. Omdat er vorig collegejaar plekken over waren voor de twee opleidingen psychologie (Nederlands- en Engelstalig), besloot de RUG de numerus fixus dit collegejaar los te laten. Het gevolg was dat niet 500 maar 1.000 eerstejaars zich aanmeldden, mede doordat andere opleidingen alsnog vasthielden aan de studentenstop. Vanwege de overvolle collegezalen worden enkele colleges statistiek noodgedwongen gegeven in de Groningse Stadskerk.

Volgend collegejaar gaat in Groningen weer de rem op het aantal studenten psychologie, samen met vijf andere opleidingen. Daartoe behoren ook geneeskunde en tandheelkunde, opleidingen waarvoor Van Engelshoven vanwege de hoge kosten en de ‘noodzaak van goede zorg’ de numerus fixus hoe dan ook in stand wil houden.

De minister streeft naar ‘maximale toegankelijkheid’ voor de student, zeker bij opleidingen in sectoren die kampen met een personeelstekort. Een woordvoerder van de Hogeschool van Amsterdam: ‘Natuurlijk is het pijnlijk om nee te verkopen aan studenten als je weet dat de markt om personeel schreeuwt. Maar het kan niet anders als je de kwaliteit van je opleiding wilt waarborgen. Bij de opleiding verpleegkunde moet je stage hebben gelopen om te kunnen afstuderen, maar dan moeten die stageplekken er wel zijn.’

Voor hbo-verpleegkunde liet de HvA dit collegejaar aanvankelijk 425 eerstejaars toe. Uiteindelijk werden dat er 164 meer, omdat er meer stageplekken beschikbaar waren in de regio. Volgend jaar laten om die reden bijna alle hogescholen de numerus fixus voor verpleegkunde los. Alleen de Hanzehogeschool in Groningen maakt een uitzondering vanwege de ligging in een dunbevolkte regio met weinig zorginstellingen.

De hogescholen en universiteiten willen graag meedenken met minister Van Engelshoven over het terugdringen van de numerus fixus. Maar de Vereniging Hogescholen is er huiverig voor dat een ‘bureaucratische molen’ vanuit Den Haag bepaalt waar studentenstops wel en niet mogen blijven bestaan.

Bindend studieadvies

In haar brief laat Van Engelshoven in het midden wat er met het bindend studieadvies moet gebeuren. Ze wil er met de onderwijsinstellingen nog een gesprek over voeren. Vorige maand liet Van Engelshoven bij de start van het academisch jaar nog weten dat het bindend studieadvies voor eerstejaarsstudenten veel soepeler zou moeten worden. Vanaf 2020 zouden hogescholen en universiteiten nog maar 40 van de 60 studiepunten mogen eisen van nieuwe studenten. In de brief van de minister keert dit getal niet meer terug, tot ongenoegen van de Landelijke Studentenvakbond. Die hoopt op meer flexibiliteit, nu blijkt dat studenten een toenemende prestatiedruk ervaren.

De onderwijsinstellingen willen juist vasthouden aan strengere normen: geen opleiding is volgens hen gebaat bij studenten die maar wat aan lummelen. De Vereniging van Samenwerkende Universiteiten: ‘Het is goed dat de minister kijkt naar dingen als prestatiedruk bij studenten. Maar rond 2011 zijn er juist prestatieafspraken gemaakt met universiteit en hogescholen, om studenten aan te sporen hun studie zo snel mogelijk af te ronden. We moeten ervoor waken dat we teruggaan naar de tijd van de eeuwige student.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.