Tochtje op niveau

Glooiende heuvels en torens uit een andere tijd: Olaf Tempelman bezoekt kloosterdorpen in Zuid-Limburg. Deel acht van een reeks routes door een fraai stuk Nederland, langs plaatsen van cultuurhistorisch belang.

La Trappe Isid'or is een lichtzoetig amberbier met een fruitige afdronk. Ook om tien uur in de ochtend smaakt dat al prima. Met dit bier eerden de trappisten van Abdij Onze Lieve Vrouwe Koningshoeve een paar jaar terug hun allereerste brouwer, de bebaarde broeder Isidorus. La Trappe Isid'or begon als grap bij de viering van het 125-jarige bestaan van de trappistenbrouwerij. Omdat de vraag naar Isid'or al snel nauwelijks te stillen was, besloot abt Bernardus in zijn wijsheid dit jubileumbier op te nemen in het trappistenassortiment.


De nazomer in de Meierij is voor een dag stralend. De herfst hangt in de lucht, het landschap is nog groen in gradaties. De bierconnaisseurs die deze dag hebben uitgekozen om in de open lucht te proeven wat de trappisten allemaal brouwen, gaan na de Isid'or over op de Witte La Trappe, om daarna 'de smaak te verifiëren' van de dubbele La Trappe, de Trippel en de Quadrupel. Ik bekijk dat met afgunst. Ik heb deze route in de verkeerde volgorde gepland. Abdij Koningshoeve is de eerste en noordelijkste op een tocht die vanavond diep in Zuid-Limburg moet eindigen, bij voorkeur nuchter.


Terwijl de proevers een steeds langere rij vormen voor het toilet, begeef ik mij naar de kloosterwinkel. De meneer daar is een vrijwilliger uit het nabijgelegen Oisterwijk en vertelt dat de Abdij tegenwoordig bijna meer biersoorten produceert dan zij monniken herbergt. Een paar decennia terug woonden er in het zware laat-19de-eeuwse bouwwerk achter ons nog meer dan honderdvijftig. Zestien zijn het er nu, de oudste is 81, de jongste is 24. Hun contemplatief leven is niet te bezichtigen, maar vanuit de kloosterwinkel vang ik een glimp op van een trappist die een mobiel telefoongesprek voert onder een machtige kastanje waarvan de takken het zonlicht breken.


Een gouden tip van de kloosterwinkel: trappistenbrood met bierbostel, een residu dat overblijft bij het brouwen en dat rijk is aan vezels en vitaminen. Een stuk bierbrood schenkt onmiddellijk energie, en dat is nodig. Mijn volgende klooster ligt een stuk naar het zuidoosten en ik moet ervoor langs Venlo.


Roze zusters

Venlo: dat is een stad die tegenwoordig een associatie oproept met een bekende Nederlander. Het kan niet anders of de campagne 'Venlo verwelkomt' heeft daarmee te maken. Op spandoeken langs de weg worden de twee woorden van de slogan aan elkaar geschreven. Uit de cursivering leren we dat de laatste lettergreep van Venlo het begin is van liefde: Venloverwelkomt.


De Venlose buitenwijken zijn niet fraai. Maar op een steenworp hiervandaan rijd je een andere wereld binnen, het kloosterdorp Steyl. De Maas is strakblauw als de lucht. Meteen aan de rivier doemen torens op uit een andere tijd en een ander cultuurgebied.


In het Duitsland van de late 19de eeuw had Bismarck de strijd aangebonden met de clerus. De Duitse priester Arnold Janssen moest uitwijken naar het veilige Venlo voor het verwezenlijken van zijn droom, 'een missiehuis met een wereldwijde Missie'. Vanuit Steyl trokken duizenden Duitse missionarissen de wereld in. Nog altijd is dit een Duitse kerkgemeenschap op Nederlands grondgebied. De nonnen die je langs het water tegenkomt, zeggen grüss Gott. Zij behoren tot de Congregatie van de Missiezusters. Verderop aan de Maas wonen de Aanbiddingszusters die vanwege hun kleding ook wel de 'roze zusters' heten. Zij ondersteunen het Missiehuis met gebed en mijden de buitenwereld.


De hoofdkerk van het klooster, de Sint Michaël, staat direct aan de rivier. Vanaf de ommuring heb je een prachtig uitzicht over de Maas en het pontje dat dagjesmensen overzet. Aan het water ligt een terras waar Duitse bezoekers zich tegoed doen aan stevige lunches. De botanische tuin kun je hier ruiken. In de grote kloostertuin vormen de groengele hagen een kruis.


Vanuit deze plek vertrokken vroeger Europeanen naar Afrika en Azië. Nu zie je hier Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse geestelijken. 'De wereld in een dorp', wordt Steyl genoemd. Tienduizend Steyler missionarissen en missiezusters zijn nog actief in zestig landen. Het Missiemuseum bezit indianentooien uit Bolivia, waaiers uit de Filipijnen, opgezette vlinders en een indrukwekkende hoeveelheid schelpen. Toen de missionarissen van Steyl in de late 19de eeuw in China begonnen, kregen ze een Drakenstaf cadeau. In het museum staat die achter glas met het bijschrift: 'Door den opvolger van Confucius aan Z.H. Excell. Mgr. Von Anzer bij zijn eerste bezoek geschonken.' Dat Confucius een opvolger had wist ik niet, wel heb ik gelezen dat in China tegenwoordig op zondagochtend meer mensen naar de kerk gaan dan in Europa, Polen inbegrepen.


In Steyl ben je bijna in Duitsland, in Thorn bijna in België. Dit stadje van tweeënhalf duizend inwoners bezit straten geplaveid met kinderkopjes en een architectuur die wit kleurt naarmate je het centrum nadert. Koningin Beatrix was er op 30 april jongstleden. Van de plaatselijke horeca horen we dat de kinderkopjes nog na glanzen van het hoge bezoek.


Rond het jaar 1000 koos gravin Hilsondis van Strijen de heuvels hier uit voor het contemplatieve leven dat zij wilden gaan leiden. Jammerlijk genoeg stierf de gravin voor de Abdij van Thorn was voltooid. Haar dochter Benedicta werd de eerste abdis. In de crypte diep in de abdijkerk staat een kist met botten die volgens de overlevering van Hilsondis zijn. Boven het altaar domineren barokke krullen uit de achttiende eeuw.


Gravin Hilsondis groeide uit tot een soort rolmodel voor gegoede adellijke dames die, duizend jaar later is dat weer modern, verlangden naar een spiritueel bestaan zonder de eeuwige geloften van de nonnen te hoeven afleggen. In de 12de eeuw werd de Abdij van Thorn een kanunnikessenstift. Hier mochten dames van adel zich kleden conform hun stand en tegelijk deelnemen aan kerkdiensten en gebed, als een soort Joke J. Hermsens (Stil de tijd) avant la lettre.


De architectonische restanten zijn prachtig. Het mooiste overblijfsel van het middeleeuwse christendom in Limburg is wellicht de romaanse kerk van Abdij Rolduc nabij Kerkkrade. Deze Abdijkerk ging door een gotische fase, maar werd later succesvol in zijn romaanse oorsprong hersteld. Dat betekent ook: mooi donker. De voorgevel staat naar het westen, in de namiddag is de lichtval door een enkel hoog raam schitterend. In de crypte is een sarcofaag met gebeente dat wordt toegeschreven aan de stichter, Ailbertus, die in de vroege 12de eeuw een ander klooster de rug had toegekeerd om hij de tucht daar 'te slap' vond.


In de gangen van zijn Ailbertus' abdij kom je heren tegen in krijtstreeppakken en dames in mantelpakken op hakken wier voetstappen hier nagalmen. Wereldse bezoekers hebben, hoorbaar, al wat gedronken op de terrassen in de tuinen waar ooit de monniken contempleerden. Een deel van Rolduc is in gebruik als hotel en conferentie-oord. Je kunt hier ook 'feesten in stijl' geven. Het grootseminarie van het bisdom Roermond dat in de abdij zetelt is vanuit het conferentiecentrum niet toegankelijk, want zaak is te voorkomen dat feestgangers op avontuur gaan en de rust verstoren van de priesterstudenten. Thans zijn dat er om en nabij de twintig.


De orde der Redemptoristen

Onder Kerkrade begint het landschap imposant te glooien en waan je je, het cliché moet worden gebruikt, niet meer in het dubbeltjesplatte Nederland. 'Lichaam en geest kunnen nieuwe energie opdoen bij een wandeling door het glooiend landschap', schrijven de broeders Redemptoristen in de folder waarin zij een retraite in hun klooster in Wittem van harte aanbevelen. De orde der Redemptoristen stampt uit het 18de- eeuwse Italië en stond de evangelisatie voor van de meest verlaten zielen. In de 19de eeuw kwamen de broeders naar Wittem. Hun imposante klooster groeide uit tot bedevaartsoord van de Heilige Gerardus Majella, de patroonheilige van kleermakers, portiers én zwangere vrouwen.


De broeders van Wittem genieten sinds jaar en dag ook bekendheid vanwege hun succesvolle scheurkalender die toepasselijk de Gerarduskalender heet. Elke dag geven zij de gebruikers een wijsheid mee: 'de tijd is de larve van de eeuwigheid', 'wie zelf niet gelukkig is, kan anderen geen geluk brengen', 'er zijn mensen die graag lang leven maar niet weten hoe ze een regenmiddag moeten vullen' en nog 362 andere. De Gerarduskalender van 2012 is al klaar en voor een paar euro te koop in de kloosterboekwinkel. Hier vind je ook werk over de Dalai Lama, Nelson Mandela en Barack Obama, en de beste Volkskrant-stukken van Kees Fens in De hemel is naar beneden gekomen.


Tegen de tweehonderd broeders woonden er vroeger in Wittem. Twaalf zijn het er in 2011, het jaar dat de Redemptoristen 175 jaar in Nederland zijn. De lange kloostergangen zijn her en der herbevolkt met leken die zich voor korte of langere tijd uit de maatschappij terugtrekken. Zij zijn er ook in de tegen de heuvels aanliggende kloostertuin, waar stilte een gebod is. In de kerk branden al 175 jaar kaarsen voor Onze Lieve Vrouw van de Altijddurende Bijstand.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden