Tochtje op niveau

Nederland barst van sagen en legenden. Aan de hand van een vuistdikke pil vol volksverhalen zet Olaf Tempelman deze week een route uit, langs sagen en legenden in Zeeuws-vlaanderen, van Vos tot de Vliegende Hollander.De eerste aflevering van zes routes door een fraai stuk Nederland langs plaatsen van cultuurhistorisch belang.

Legenden vinden we overal in Nederland, bijna nergens vinden we er zoveel vlak bij elkaar als in Zeeuws-Vlaanderen. Als de geschiedenis anders was gelopen, dan waren we hier niet in Nederland geweest. Het fraaie Hulst, verscholen in het zuidoosten van het uiterste zuidwesten van Nederland, bereik je het gemakkelijkst via het Belgische buitenland, biotoop van de vos Reinaert.

In Vlaanderen koketteren ze al eeuwen met de vos. Wie Hulst binnenrijdt, die weet dat 't voske hier hoort. Naast de Gentsepoort is een hoog opspuitende fontein. Onder een lindeboom staat een monument van Anton Damen uit 1938. We zien de vos Reinaert de trap beklimmen naar leeuwenkoning Nobel, die al klaar zit om in zijn listen te tuinen.

De 'vostoeristen' die op de Grote Markt op een zonovergoten zaterdagochtend aan de betere hoeveelheden bier zitten, hebben ook uitzicht op een Reinaert. In het beeld Als de vos de passie preekt van Chris Ferket houdt 'het voske van Hulst' zes eenden voor de gek.

Het dierenepos Van den Vos Reynaerde, vroeg hoogtepunt uit de Nederlandse literatuur, stamt uit de 13de eeuw. Op Eerste Pinksterdag beklagen Isengrijn de wolf, Bruun de beer en Tybeert de kater zich aan het hof van leeuwenkoning Nobel over het wangedrag van de vos Reinaert. Die heeft zich vergrepen aan kippen en de vrouw van Isengrijn, en bovendien op diens kinderen geürineerd. Als Reinaert ten leste verschijnt, begint hij aan een schuldbekentenis die hij subtiel laat overlopen in een onthulling over een complot om koning Nobel af te zetten. De leugens gaan er bij de leeuw in als koek. De wolf, de beer en de kater verdwijnen in het gevang - de vos ontkomt.

Reinaert - dat is een geboren politicus. Berlusconi met vossekop, Verhagen met vacht. Hoe komt zo'n vos in Hulst? Door versregel 2.575 uit het epos: 'Int oostenende van Vlaenderen staet/ Een bosch ende dat heet Hulsterloo.' Die woorden staan ook geschilderd op een speciale Reinaertbank. Toen de Hulstse notabele J.J. Gielen versregel 2.575 tachtig jaar geleden las, zag hij meteen het potentieel van Hulst als Reinaertstad. In de jaren dertig van de vorige eeuw nam de Reinaert-cultus een aanvang. Straten werden vernoemd naar Reinaert-personages. Er kwam een Reinaert-ommegang, een Reinaert-festival en Reinaert-horeca.

Vos Reinaert

Nog steeds zijn er mensen die het bruggetje tussen het middeleeuwse meesterwerk en Hulst flinterdun vinden. Die mogen het plezier van een jaarlijkse stroom Reinaerttoeristen niet drukken.

Het mooie van legenden is dat niemand je met harde feiten kan confronteren. Een slimme stad kan zich op dezelfde wijze een legende toeëigenen als Reinaert een kip. Het Nederlandse gebied met misschien wel de hoogste dichtheid aan sagen en legenden is het dunst bevolkte.

In Zeeuws-Vlaanderen zie je de wind waaien door aardappel-, mais- en tarwevelden, die zich kilometers ver uitstrekken. Hier kun je - uitzonderlijk in Nederland - minutenlang rijden door een vrijwel leeg landschap.

Vliegende Hollander

Na de fraaie rit van Hulst naar Terneuzen is het een kleine teleurstelling dat de buitenwijken van Zeeuws-Vlaanderens grootste stad zo gewoon Nederlands ogen. Aangenamer is Terneuzen aan de winderige kade van de Westerschelde. Hiervandaan voer Willem van der Decken, kapitein van De Vliegende Hollander, ooit op Eerste Paasdag uit naar Oost-Indië om nooit meer terug te keren. Althans: volgens de legende. Terneuzen had - historisch onderzoek wijst het uit - in de tijd dat dit gebeurd had moeten zijn een kleine haven waarin geen VOC-schip paste.

De koppeling met het spookschip dankt de stad aan The Phantom Ship van de Engelse schrijver Frederick Marryat (1792-1848). In dit boek is Willem van der Decken een Terneuzenaar. Marryat had dat geenszins als compliment bedoeld. De schrijver had in de jaren dertig van de 19de eeuw in Terneuzen gewoond en een afkeer opgevat van de 'ruwe, geldbeluste' inwoners.

In Marryats tijd was 'de Vliegende Hollander' geen vleiende benaming van buitenlandse voetbalcommentatoren voor sterspelers van Oranje. De vliegende Hollander was het schip van een kerel die op paasmorgen God en zijn echtgenote trotseerde en uitvoer uit hebzucht. Bij Kaap de Goede Hoop volgde Gods straf in de vorm van een storm. Van der Decken koelde zijn woede door zijn stuurman overboord te gooien en te schreeuwen: 'God of de duivel, de Kaap vaar ik om, al moet ik varen tot het Laatste Oordeel.' En zo geschiedde: Van der Decken bevaart nog steeds de wereldzeeën, op een spookschip dat overal waar het verschijnt onheil brengt.

De herinnering aan die gierige goddeloosheid is vervaagd. Tegenwoordig is 'de Vliegende Hollander' een prima merk met internationale bekendheid. Terneuzen is blij met Marryat. Je kunt de stad leren kennen op een Vliegende Hollander-wandeling die het VVV heeft uitgestippeld.

In een wit pand met blauwe raamkozijnen in de Havenstraat zetelt Grieks restaurant Delphi. Naast de menukaart prijkt een gedenkplaat waarop we lezen dat Willem van der Decken hier in de 17de eeuw zou hebben gewoond.

Vergeleken met Terneuzen, met zijn complete winkelpakket van HEMA, Blokker en Etos, is Biervliet - 10 kilometer westwaarts door het lege landschap - van een bijna onwereldse schoonheid. Het lege marktplein wordt overkoepeld door platanen. Twee inzittenden van een geparkeerde auto happen in haringen met uitjes. Dat lijkt op deze plek een gepaste activiteit.

In Biervliet zou Willem Beukelszoon in de late 14de eeuw het haringkaken hebben uitgevonden. Op het marktplein zien we Beukelszoon met dat revolutionaire werk bezig. In een bronzen standbeeld uit 1958 zet hij het mes in een haring. Erachter zijn kleine linden geplant en zien we regels van Vondel: 'O wat een gulden neeringh! / En voedsel brenght ons toe de Coninghlycke Heringh...'

Dat Beukelszoon, die uit geschriften naar voren komt als een vechtjas, zich met haringkaken heeft ingelaten, behoeft weinig twijfel. Of hij het heeft uitgevonden, is minder zeker. Het kaken was waarschijnlijk al vroeger in de 14de eeuw bekend in de Duitse Hanzesteden aan de Oostzee. Het Biervliet dat Beukelszoon heeft gekend, lag bovendien niet op deze plek maar verderop, op een eiland dat werd overstroomd in de Allerheiligenvloed van 1570.

Apocrief of niet - de schoonheid van de gebrandschilderde ramen van Biervliets 17de-eeuwse hervormde kerk staat buiten kijf. Nuances van blauw en rood zijn al buiten zichtbaar. Bij pogingen de ramen van binnenuit te bekijken stuiten we op gesloten deuren en een briefje dat belangstellenden kunnen aanbellen. Daar bewoont een Haags advocaat in ruste een monumentaal pand onder de platanen. Met zijn sleutel gaat de kerk open. Op het derde raam zien we Willem Beukelszoon met een onmiskenbaar Christusgezicht. In zijn linkerhand prijkt een haring, in zijn rechter- een mes. Elders zien we gebrandschilderde exotische vruchten waarmee de Hollanders uit de gouden 17de eeuw ongegeneerd hun welvaart etaleerden.

Hellehond

IJzendijke, weer 10 kilometer naar het westen, is bijna net zo sfeervol als Biervliet. Ooit, vóór de Reformatie, zou hier een franciscanenklooster hebben gestaan. Helaas, in de 16de eeuw werden de monniken naar het zuiden verjaagd, richting Sas van Gent. Zoiets blijft nooit ongestraft. De kersverse dominee werd ziek. Op zijn sterfbed kreeg hij bezoek van een 'groote zwarte hond' die, inderdaad, de hellehond zelve was. De ouderlingen hadden geen andere keus dan de hulp van de verjaagde monniken in te roepen. Met hun roomse kundigheid slaagden die erin het beest te verjagen.

Oostburg ligt weer wat westelijker op de weg langs de aardappelvelden. Hier vandaan vluchtten Belgen tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van 1830. Als het Nederlandse leger in Zeeuws-Vlaanderen destijds niet onder de kundige leiding had gestaan van kolonel J. Ledel, dan hadden we nu in België rondgereden.

Jantje van Sluis

Toen de Belgen naar Oostburg oprukten zou de besnorde kolonel zijn toevlucht hebben genomen tot een list. Grote stenen boterpotten werden naar de stadswallen gesleept. De vijand - let wel, het ging hier om Belgen - zag die boterpotten aan voor kanonnen en zette het op een lopen. Er is ook een versie van het verhaal in omloop waarin de boterpotten biertonnen zijn.

Noch de muren, noch de boterpotten bestaan nog. We leggen de laatste kilometers af naar Sluis, stad met de hoogste concentratie seksshops van Nederland - en het grootste geluk bij een ongeluk. De kerel die daarvoor verantwoordelijk was, hangt als pop in de klokken van Nederlands enige belfort: Jantje van Sluis. Jantje zien we hier ook op wikkels van speciaalbier dat wordt geschonken in alle cafés en restaurants tussen een middenstand met namen als Sex Shop Cinema en Beate Uhse Erotic Shop. Jantje van Sluis-Bier wordt gebrouwen in België, bevat 8 procent alcohol en is erg lekker.

Voor het belfort ligt de markt met lindebomen. Hier is het kermis, net als in de zomer van 1606, in het hart van de Tachtigjarige Oorlog. De Spanjaarden bereidden zich toen voor deze vesting opnieuw in te nemen, en kozen voor de aanval op de oostpoort, waar slecht wacht werd gelopen. Als 's nachts de klokken van het belfort luidden, kon de aanval beginnen. Echter: de klokken luidden niet. Dat kwam door de dienstdoende klokkenluider, Jantje, die op de kermis meer dan gemiddeld aan het bier had gezeten en op één oor lag. Vijand in de war, aanval mislukt - Jantje een held.

Twee gecombineerde blunders kunnen een groot succes opleveren, luidt een Roemeens aforisme dat Jantje zou hebben gewaardeerd.

Een paar minuten rijden van Sluis is het strand. Daar is het prima uitwaaien van een tocht langs plekken waar - wie weet - misschien wel helemaal niets is gebeurd.

Legenden

In het vuistdikke boekVerhalen van stad en streek uit 2010 maken we kennis met een Nederland vol legenden. In bijna 700 pagina's komen alle provincies aan bod.

Veel anthologieën van volksverhalen tot nu toe hadden als nadeel dat ze alleen de sagen en legenden zelf behandelden. De meerwaarde van Verhalen van stad en streek is de aandacht voor de context. Vier auteurs - Jurjen van der Kooi, voormalig volksverhaalonderzoeker van de Rijksuniversiteit Groningen en Willem de Blécourt, Ruben A. Koman en Theo Meder, alle drie verbonden aan het Meertens Instituut in Amsterdam - reisden een paar jaar stad en land af. Het boek dat hen inspireerde, de Britse sagenencyplopedie The Lore of the Land van Jennifer Westwood en Jacqueline Simpson, is dikker: meer dan 900 pagina's. Het Nederlandse werk heeft een grotere 'sagendichtheid', aangezien het een veel kleiner gebied bestrijkt.

N.B.: Een naam uit dit artikel is op verzoek van een geïnterviewde geanonimiseerd in februari 2020.

Theo Meder e.a.: Verhalen van stad en streek. Bert Bakker; 664 p.; € 39,95; ISBN 9789035132023.

Adressen

Wilt u deze route fietsen? Met behulp van de websites www.fietsplatform.nl en maps.google.com kunt u de tocht tot in detail uitstippelen. De tocht gaat langs de volgende adressen:

Hulst

Reinaertmonument van Anton Damen uit 1938: staat aan het begin van de Gentsepoort.

Reinaertbeeld van Chris Ferket uit 1999: staat op de hoek van de Grote Markt voor de kerk, naast de haringkar.

Apotheek Reinaert: Steenstraat 5/7.

Terneuzen

Geboortehuis Willem van der Decken, kapitein van De Vliegende Hollander: Havenstraat 6.

Biervliet

Nederlands Hervormde kerk met gebrandschilderd Beukelszoon-raam: Kerkstraat 6.

Standbeeld Willem Beukelszoon: staat midden op de Markt.

Sluis

Stadhuis Belfort Sluis (met Jantje): Groote Markt 1.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden