Tochtje op niveau

Vroegmodern en ongeschonden is de 17de-eeuwse grachtengordel van Amsterdam. Machteld van Hulten gaat op ontdekkingstocht en ontdekt oases van groen, leert gevels herkennen en hoort fantastische verhalen.

Wereldberoemd én onbekend. De Amsterdamse grachtengordel is het allebei. De grachtengordel kent geen geheimen. Al vanaf de eerste editie van het Grachtenboek van Amsterdam (1768) met de beroemde, deels op zijn kop afgedrukte tekeningen van Caspar Philips tot aan de digitale fotoversie van dit boek (grachtenboek.hetgrachtenhuis.nl) zijn de 'trotsche huizen' pand voor pand in kaart gebracht. Geen gebouw is onopgemerkt of onbestudeerd gebleven.


En toch: toeristen van over de hele wereld kennen de 'canals' slechts van een uurtje rondvaartboot of van het wachten in de rij voor het Anne Frankhuis. Dagjesmensen komen er om te winkelen in de 9 straatjes, of voor de Gay Pride. En Amsterdammers sjezen er dagelijks wel doorheen om van A naar B te komen, maar eindbestemming - dat is de grachtengordel maar zelden. Zoveel openbare plekken zijn er bovendien niet.


Wie dus het plan opvat eens serieus op ontdekking uit te gaan, wordt rijkelijk beloond met de meest fantastische plekken en verhalen. Zo liggen er om te beginnen een paar heel mooie hofjes verscholen op de gracht. Duw bijvoorbeeld eens tegen de onopvallend groene deur van Prinsengracht 150, en u zult verbaasd staan dat hij meegeeft. Loop de lange donkere gang door en zie daar: een oase van rust, het wildbegroeide Zon's Hofje. Iets minder verstopt, maar niet minder weelderig, is het Van Brienenhofje, op nummer 89.


Over andere verborgen schatten gesproken: ooit in de kelder van het Stadsarchief geweest, in het fraai gerenoveerde gebouw van Karel de Bazel? Een must voor iedereen die van art deco houdt. Vergaapt u zich daar aan de voormalige 19de eeuwse Schatkamer van de Nederlandse Handels Maatschappij. Achter de metersdikke stalen deur: een goudkluis van jewelste.


Voor de rest zullen we ons tot de vier hoofdgrachten beperken: de Singel, de oudste gracht die al bestond in de Middeleeuwen en de in de Gouden Eeuw aangelegde Heren-, Keizers- en Prinsengracht. Lopen kan, maar het beste is de fiets te pakken, of te huren, want de grachten hebben bij elkaar opgeteld een lengte van 10 kilometer. En er is geen vaste route. Alles ligt immers relatief dichtbij elkaar en elk omweggetje leidt alleen maar tot meer nieuwe ontdekkingen. Let overigens wel een beetje op waar u fietst. Maar trekt u zich niets aan van de vele geërgerde zuchten of dwingende fietsbellen die u ten deel zullen vallen. Amsterdammers houden nu eenmaal niet van sloom trappende, om zich heen kijkende toeristen.


Van de ongeveer 2.000 gebouwen die langs de grachten staan, is ruim 1.600 rijksmonument. En het lezen van al de gevels blijkt een leuk tijdverdrijf waar je met een paar handvatten al gauw een eind komt. Leer voor uzelf even het verschil tussen trap-, klok-, hals- en lijstgevel, en onthoudt daarbij dat de trapgevels doorgaans de oudste huizen zijn. (Zoals bijvoorbeeld het Huis Bartolotti door de Amsterdamse stadsbouwmeester Hendrick de Keyser, beroemd van de Westertoren). Dat die in de 18de eeuw vaak vervangen werden door de modieuzere klok- en halsgevels en dat de lijstgevels pas in de 19de eeuw in zwang raakten. Zo ontdek je dat er tussen de huizen veel meer verschillen in ouderdom bestaan dan in eerste instantie lijkt. Verbaas je bijvoorbeeld over de halsgevel van Keizersgracht 270: anno 2002 .


Ook gaat u al gauw de verschillende soorten huizen onderscheiden: voormalige pakhuizen (te herkennen aan de houten luiken), maar ook de zogeheten tweelinggevels (twee losse huizen met gelijkende gevels naast elkaar). U gaat het verschil zien tussen huizen die op één kavel zijn gebouwd (drie ramen breed) en, met name op de Heren- en Keizersgracht, de statiger stadspaleizen op een dubbele kavel (vijf ramen). Het smalste huis is ook altijd leuk. Al verschillen de meningen of dat Singel 7, (een meter breed) is of Singel 166.


Sinds een maand is de grachtengordel na twintig jaar, eindelijk, eindelijk, eindelijk officieel Unesco-Werelderfgoed. Toch zijn het feitelijk niet de gebouwen die de grachtengordel zo bijzonder maken. 'De 17de-eeuwse grachtengordel is het beste voorbeeld van vroegmoderne stedenbouw in Europa', zegt architectuurhistoricus Walther Schoonenberg die als secretaris van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad nauw betrokken geweest bij de nominatie van de binnenstad. 'De stad is niet historisch zo gegroeid, maar planmatig uitgedacht. En wat bijzonder is: die 17de -eeuwse stad is nog helemaal gaaf en niet zoals Londen en Parijs door 19de-eeuwse doorbraken verwoest. Bovendien functioneert het na al die eeuwen nog steeds goed.' Een prestatie die menig vinexwijk maar moet zien te overtreffen.


Het is duidelijk. We moeten de hoogte in. Want waar krijg je een beter inzicht in de structuur van een stad dan vanuit vogelperspectief. De Kalvertoren is een optie, maar leuker is een kopje koffie op de zesde verdieping van Metz & Co, het oude 19de-eeuwse warenhuis op de hoek van de Keizersgracht en de Leidsestraat. Neem de lift naar boven en het originele trappenhuis straks naar beneden. Hoewel het café zelf niet erg gezellig is, maakt het uitzicht (evenals de frambozentaart van hofleverancier Holtkamp!) veel goed.


Vanaf dit punt is mooi te zien dat de Keizersgracht net als de drie andere hoofdgrachten, niet perfect rondloopt, maar bestaat uit rechte stukken die om de zoveel honderd meter een knik maken. Een ingenieuze oplossing van de 17de-eeuwse bouwheren, zo leren de boeken, om de 'voordelen van een radiale, goed te verdedigen stad, zoals de Romeinse bouwmeester Vitruvius voorschreef', te verenigen met die van 'het rechthoekige rastermodel', namelijk een gunstiger rechte verkaveling.


'Het bijzondere aan de grachtengordel is dat het een krachtig concept was van een compacte en complete stad', zegt Schoonenberg. 'Zoals een echt modern stedenbouwkundig plan voorzag het in een scheiding van functies.' De drie concentrische hoofdgrachten hadden voornamelijk een woonfunctie en werden doorsneden door smallere radiaalgrachten, zoals de Brouwersgracht, Reguliersgracht, Leidsegracht, en radiaalstraten met een winkel- en verkeersfunctie. Kijk uit het raam van Metz & Co naar beneden en zie daar de Leidsestraat. Met de winkels. Waar vroeger de koetsen reden, passeren nu onophoudelijk de trams 1, 2 en 5.


In de 17de-eeuw maakten de grachten ook deel uit van een fijnmazig en geavanceerd vervoersnetwerk van snelle (interregionale) trekschuiten. De grachtengordel was niet alleen een hoogstandje van unieke bouwtechniek (een hele stad op palen). Beweegbare bruggen en sluizen die het waterpeil regelden, zorgden voor een goede doorstroom zodat de grachten niet gingen stinken - alles state of the art-waterbouwtechniek. Leuk weetje: de oudste sluis is De Torensluis (met beeld van Multatuli). Die dankt zijn naam aan de gevangenistoren die hier ooit stond en waaraan de kerkers onder de brug nog steeds herinneren!


Een andere belangrijke verkeersader in het grachtenplan was de Kerkstraat, tussen de Keizersgracht en de Prinsengracht. Nu een woonstraat, maar vroeger een centrum van bedrijvigheid en transport. En als je dat eenmaal weet, dan zie je het ook.


'Vanaf deze straat werden de huizen aan de Keizersgracht en de Prinsengracht bevoorraad', zegt Tonko Grever, directeur en conservator van Museum Van Loon (Keizergracht 672). 'Bijna alle grote dubbele deuren die je hier ziet, vaak met aan weerszijden twee kleinere deuren, zijn voormalige koetshuizen en stallen voor de paarden.' Ook zaten hier vroeger tal van rijtuigenfabrieken. Op nummer 30/28 valt het nog op de gevel te lezen 'Rijtuig en zadelmagazijn. Schutter en Van Bakel'. Een begrip in de 19de eeuw. En even verderop zit homokroeg De Spijkerbar. Vernoemd naar de voormalige fabriek van, inderdaad, Spyker.


Het toeval wil dat bij Museum Van Loon, het vroegere woonhuis van koopmansfamilie Van Loon, mede-oprichter van de VOC, op dit moment de laatste hand wordt gelegd aan de restauratie van het koetshuis en de stallen. Vanaf eind september is dat, inclusief de oude voertuigen van de familie, open voor het publiek.


'De eenheid van huis, tuin en koetshuis die u hier ziet, was kenmerkend voor de bebouwing van de meeste kavels. Maar het overgrote deel van de koetshuizen is in de loop der tijd losgezongen en met een schutting halverwege de tuin van het oorspronkelijke huis gescheiden. En omgebouwd tot woning.'


Hoewel je dat aan de kades nauwelijks meekrijgt, is de grachtengordel een oase van groen. De kavels hadden allemaal een standaardformaat, smal maar heel diep. Om te voorkomen dat alles dichtbebouwd werd, werd bij wet vastgelegd dat een deel van de kavel bestemd was voor tuinen, de zogeheten Keurtuinen (keur was 17de-eeuws voor wet). De groene weelde kun je eigenlijk alleen goed zien op luchtfoto's en eens in het jaar tijdens de Open Tuinen Dagen. Al kunt u er her en der wel een glimp van opvangen. Ga bijvoorbeeld het Museumhuis Willet Holthuysen (Herengracht 605) binnen en vergaap u aan de 18de-eeuwse Franse tuin. Trouwens: een mooie hedendaagse tuin, die bovendien een soort geabstraheerde vorm van zo'n typisch grachtenblok is, vindt u in het pasgeopende museum, Grachtenhuis (Herengracht 386).


Het merendeel van de huizen is tegenwoordig niet meer toegankelijk voor het publiek. Wie alsnog iets wil meekrijgen van de interieurs moet dus zijn toevlucht zoeken tot de vele particuliere musea. Welke u niet mag overslaan is het Bijbels Museum (Herengracht 364-370, vier halsgevels op rij!). Vergeet voor even collectie of tentoonstelling maar ga direct naar het ware topstuk: de goedbewaarde 17de-eeuwse keukens. Met prachtig robuuste gootstenen, open haarden en fornuizen. Ook de Grote Salon is de moeite waard met een van de vroegste plafondschilderingen van Jacob de Wit uit 1718. Het Kattenkabinet (Herengracht 497) is om allerlei redenen een bezoek waard. Het herbergt een schat aan verhalen. Het pand is, tussen de advocatenkantoren, banken en verzekeringskantoren, het enige nog bewoonde huis in de Gouden Bocht. Je kunt er voor 300 euro overnachten. Er is een heel bijzondere, betimmerde kamer, waar tussen de poezenparafernalia ineens een originele ets van Rembrandt en Picasso verscholen hangt. Boven het Nespresso-apparaat in de gang hangt een A4'tje: 'George Clooney was here'. 'Ja in dit huis is van alles gebeurd', zegt Henk, de alleraardigste onderhoudsman van het museum. 'Wekenlang zijn ze hier in de Balzaal bezig geweest voor de opnames van Ocean's 12. Uiteindelijk voor 1 seconde film.'


In diezelfde balzaal kwam in 1995 vanachter de 19de-eeuwse panelen ineens een heel grote plafondschildering aan het licht: de Madonna van Amsterdam. Henk: 'We hadden lekkage in de badkamer op de verdieping erboven waardoor die panelen eraf moesten. Wie het gemaakt heeft weten ze niet, ze zeggen De Wit.' De rest van de plafondschilderingen zit nog altijd achter de panelen. 'Die zijn met laserstralen gereconstrueerd.'


------------------------------


Literatuur

Interessante boeken waar ook voor dit verhaal uit is geput:


Amsterdam stads- en wandelgids, Marcel Bergen & Irma Clement, Klapwijk & Keijsers Uitgevers, Amersfoort, 19,50


Amsterdam en de Grachtengordel, Boudewijn Bakker, Uitgeverij THOTH, Bussum 17,50.


Amsterdam, 200 plekken die je gezien moet hebben, Flip van Doorn, Uitgeverij Terra 9,95.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden