Tochtje op niveau

Tweeduizend jaar geleden marcheerden Romeinse soldaten richting Noviomagus, de oudste stad van Nederland. Van daaruit wilden ze het Germania boven de Rijn veroveren. Caspar Janssen gaat op zoek naar het romeinse rijk van weleer. Deel zes van een reeks routes door een fraai stuk Nederland langs plaatsen van cultuurhistorisch belang.

Het is in ieder geval een mooi begin, de oversteek met het veerpontje Spes Mea (Mijn hoop) van Cuijk naar Middelaar. De Maas stroomt hier vriendelijk voort en aan de overkant fietsen op deze zonnige dag dagjesmensen tussen de bomenrijen mee over een weggetje langs de rivier. De beelden uit de Romeinse tijd moet ik er zelf bij denken, op basis van wat bekend is uit de overlevering. Op deze plek werden in de achttiende eeuw de resten gevonden van een brug uit de vierde eeuw, de laat-Romeinse tijd. De brug was onderdeel van de Romeinse 'snelweg' langs de Maas, tussen Maastricht en Nijmegen. Cuijk heette Ceuclum, was eerst een belangrijke handelsnederzetting en werd later omgebouwd tot een fort, een castellum.


Daar is nu niets meer van te zien in Cuijk. Net zo min als van de brug. Wel is er in het Museum Ceuclum, vlak bij de opgang van het veer, een indruk op te doen van het Romeinse verleden.


Op het pontje visualiseer ik de brug en probeer ik me voor te stellen hoe de weg vervolgens doorliep, richting Nijmegen, hoe de soldaten, de handelaars met karren, de koeriers Noviomagus naderden. Noviomagus, de oudste stad van Nederland, door de Romeinen net voor het begin van de jaartelling uitgekozen als legioenplaats, met het oog op de gewenste verovering van het Germania boven de Rijn.


Aan de overkant kies ik ervoor om linksaf de Cuijksesteeg te volgen richting Mook, waar, ter hoogte van Katwijk, een eerdere overgang van de Maas lag. Een beter optie is misschien om juist rechtsaf te slaan bij het verlaten van het pontje, om via de Mookerplas, waar veel Romeinse resten zijn gevonden, naar Plasmolen te rijden, de volgende etappeplaats.


Daar, achter het restaurant De Plasmolense Hof, loop ik de St Jansberg (rechts aanhoudend) op en stuit ik direct op een constructie van de contouren van een enorme Romeinse villa die hier onder de grond ligt, de grootste Romeinse woning die in Nederland is aangetroffen. De woning was voorzien van vloerverwarming, een badgebouw, muurschilderingen, een terrasvormige tuin en een zuilengalerij, zo stelden archeologen vast. Denk de bomen die er nu staan weg en de bewoner moet uitzicht hebben gehad op de wijde omgeving, op de Romeinse weg en op de Maas.


Mooi, hier is een poging gedaan om het verleden voelbaar te maken. Nog mooier zou het zijn als er toch iets van het oorspronkelijke bouwwerk zichtbaar zou zijn.


Patrouilleschip te water

Ik kan nu kiezen: of richting Heumen, waar in het bos een Romeinse wachttoren stond langs de Romeinse snelweg, maar waar weinig te zien is, of naar Wijchen, waar in het museumkasteel Wijchen resten liggen van het leven in de Romeinse villa's die daar lagen. Ik kies voor een derde optie, een andere omtrekkende beweging naar Nijmegen, via Millingen aan de Rijn. Over Groesbeek en het Duitse Wyler rij ik niet veel later de Rijndijk bij Millingen op, net voor het punt waar de Rijn overgaat in de Waal. Op het terrein van scheepswerf Bodewes ligt het scheepswerfje Liburna, waar sinds een paar jaar een Romeins patrouilleschip wordt nagebouwd. Het schip, de Liburna, dat in grote lijnen klaar is, zal vermoedelijk volgend voorjaar daadwerkelijk te water worden gelaten. Het is wel de vraag waar de boot vervolgens gaat varen, meldt Alieke van Bockel van het Liburnaproject. Het mooiste zou zijn: hier, op de Rijn en de Waal, op de plek waar de Romeinen zelf patrouilleerden, maar het is de vraag of de boot daar tegen bestand is, want de stroming is hier veel sterker dan destijds. 'Toen kon je de Waal nog doorwaden, met paard en wagen', aldus Van Bockel.


Het idee voor het nabouwen van de patrouilleboot, naar een model dat in het Duitse Mainz is gevonden, ontstond omdat de armlastige gemeente Millingen het Romeinse verleden van het dorp onder de aandacht wilde brengen. Het schip, dat volledig van eikenhout is gemaakt, 18 meter lang is en plaats moet bieden aan veertien roeiers, staat naast een klein bezoekersinformatiecentrum en is te bezichtigen.


Bijkomend voordeel: het uitzicht op de Rijn en de Waal. Even verderop is het vanaf het terras van koffie- en eethuis De Gelderse Poort prachtig uitkijken op de rivier. Met een beetje fantasie transformeer je de binnenschepen die nu langsvaren tot Romeinse vracht- of patrouilleschepen, hier aan de noordgrens van het Romeinse Rijk, de Limes.


Ondergrondse bakovens

Dan rij ik richting de Nijmeegse stuwwal, behoorlijk imposant voor Nederlandse begrippen, gezien vanuit de verte. De eerste Romeinen vestigden zich hier rond 18 voor Christus. Op de heuvelrug bouwden ze een groot legerkamp voor het tiende legioen, dat bestond uit ongeveer vijfduizend soldaten. De reis gaat eerst naar Berg en Dal, waar ik vanaf de Oude Kleefsebaan landgoed de Holthurnse Hof op rij. Hier liggen de resten van wat je de eerste fabriek van Nederland zou kunnen noemen, de potten- en pannenbakkerij van Holdeurn. En oh teleurstelling, er valt niets van terug te zien. Zelfs de beloofde informatievitrines in het onlangs verbouwde hotel op het terrein, bestaan nog niet. De receptioniste haalt wel een map met knipsels en foto's tevoorschijn die ze deels zelf heeft verzameld in de negentien jaren die ze op het landgoed heeft gewerkt. Daar blijkt bijvoorbeeld uit dat hier resten van enorme bakovens onder de grond liggen. Ze zijn ooit opgegraven, daarna is de boel weer dichtgegooid en overwoekerd.


Wel zichtbaar zijn de kastanjebomen op de Duivelsberg. Het zijn nakomelingen van de kastanjebomen die de Romeinen hier plantten, de kastanjes dienden als voedsel voor de soldaten.


Even later sta ik aan de rand van het Kerstendal, een deel van het grootste archeologische monument van Nederland: de Romeinse waterleiding. Het is moeilijk voor te stellen, maar de diepe geul in het bos is niet op natuurlijke wijze ontstaan, maar is gegraven door de Romeinen. De geul vormt een onderdeel van een 5 kilometer lang waterleidingsysteem dat het legerkamp op de Hunerberg van water moest voorzien. Het complex bestond uit drie geulen (Kerstendal, Louisedal en Mariënbosch) en drie dammen (Cortendijk, Swartendijk en Broerdijk). Drie miljoen kruiwagens grond zijn verplaatst voor dit enorme project, zo is berekend.


Via de Berg en Dalseweg arriveer ik in Nijmegen, dan sla ik rechtsaf naar de Ubbergseveldweg en kom uit bij het Kops Plateau, waar ik de commandopost visualiseer die de Romeinen hier rond het begin van de jaartelling bouwden om de strijd te leiden waarin Germania tot aan de Elbe veroverd zou moeten worden. Een missie die mislukte. Keizer Claudius riep in 47 na Christus de Rijn definitief uit tot de noordgrens van het Romeinse rijk.


Op het Kops plateau staat niet meer dan een informatiepaneel, maar het is aan te raden om een klein stukje het bos in te lopen, richting de rand van de heuvelrug. Na 5 minuten lopen volgt een fantastisch uitzicht op de Ooijpolder. Niet moeilijk voor te stellen dat de Romeinen dit strategische punt kozen voor hun commandocentrum.


Als ik verder afdaal richting centrum ben ik voor ik het weet door het voormalige legerkamp gereden. De Hunerberg werd rond 16 voor Christus voor het eerst in gebruik genomen door de Romeinen. Later waren er ongeveer vijfduizend soldaten gelegerd van het tiende legioen. De soldaten van dat legioen kwamen vanuit Spanje naar Noviomagus gemarcheerd, nadat de Romeinen kort daarvoor in 70 na Christus de Bataafse opstand hadden neergeslagen. Door de vestiging van een legioen in de regio wilden de Romeinen een nieuwe opstand voorkomen. Het legerkamp was groot en had, evenals het commandocentrum, een wijds uitzicht op het rivierengebied. Nu rij je er bijna achteloos doorheen, behalve het onvermijdelijke informatiepaneel doet alleen de naam van een appartementencomplex, Villa Romana, denken aan het Romeinse verleden. Nou ja, in de achtertuin van het complex is een Romeinse waterput op de oorspronkelijke plaats herbouwd met de oorspronkelijke tufsteenblokken. Ook de markering van de oude toegangspoort van het kamp is deels zichtbaar gemaakt in de bestrating voor het complex.


Even later steek ik het Trajanusplein over, met een standbeeld van de keizer die Nijmegen rond het jaar 100 stadsrechten gaf, waarmee de stad Ulpia Noviomagus ging heten. Dan sta ik op het Kelfkensbos, waar de Romeinen rond 10 voor Christus een bestuurlijk centrum bouwden voor de Bataven, de van de Germanen afstammende bevolking van de regio. Het Oppidium Batavorum werd in het jaar 70 door de Bataven zelf in brand gestoken, nadat ze inzagen dat ze hun opstand tegen de Romeinen gingen verliezen.


Op het Kelfkensbos staat nu het Valkhofmuseum, waar ik eindelijk het broodnodige echte Romeinse materiaal aantref, een aardige collectie bodemvondsten uit Nijmegen en omgeving. Ik bewonder de kalkstenen godenpijler uit het begin van de jaartelling (gevonden op het Valkhof zelf), de gezichtshelmen uit de eerste eeuw, de bronzen kop van Trajanus en de vele verzamelde gebruiksvoorwerpen.


Romeinse schat

Dan een wandelingetje over het Valkhof, die strategische heuvel die hoog uitsteekt boven de Waal en die zowat de complete geschiedenis van Europa met zich draagt. Van het Romeinse verleden is niet meer te zien dan twee pilaren die in de later gebouwde Barbarossaruïne zijn verwerkt. Het uitzicht vanaf het Valkhof over de Waal maakt veel goed. Het is kenmerkend voor deze trip: zij is de moeite waard omdat ze door zo ongeveer de mooiste regio van het land voert, de zoektocht naar Romeinse sporen is vooral een mooi excuus.


Ik daal nog even af naar de Waalkade, naar het casino. Op deze plaats kwamen bij opgravingen de restanten bloot te liggen van een tientallen meters lange muur uit de Romeinse tijd. De muren werden gesloopt voor de bouw van het casino. En al zijn er twee vitrines ingebouwd die zicht bieden op Romeinse overblijfselen - een verwarmingssyteem en een stuk muur - het is toch typerend: de bouw van een hedendaags gokpaleis kreeg voorrang op het conserveren en zichtbaar maken van het Romeinse verleden. Een verleden waarmee Nijmegen zo graag te koop loopt.


Is de trip nu ten einde? Nee, eigenlijk niet. Het zou een tweedaagse tocht moeten zijn, waarbij op dag twee de Waalbrug wordt overgestoken, op weg naar een onmiskenbaar hoogtepunt: een bezoekje aan de grote kerk van Elst, waar onder de kerk de resten van een Gallo-Romeinse tempel te zien zijn. De Romeinen bouwden de tempel, volgens kenners de grootste en fraaiste ten noorden van de Alpen, voor de Bataven. De vloer en de fundamenten zijn bewaard gebleven en op afspraak te bezichtigen.


Het is aan te bevelen om daarna via de Grote Molenweg richting Driel te rijden. Deze weg volgt voor een groot deel precies het traject van de vroegere Romeinse weg, onderdeel van de Limes, de versterkte noordgrens van het Romeinse Rijk.


De trip eindigt zoals hij begon: met een veertochtje. Met het Drielse Veer, over de Nederrijn, op de plek waar een omvangrijke Romeinse schat is gevonden, vermoedelijk buitgemaakt tijdens de Bataafse opstand. Aan de overkant, vanaf de Dunolaan in Heveadorp, is het dan nog een keer mooi uitkijken op het Romeinse Rijk van weleer, zoals het zich naar het zuiden uitstrekt.


Dit is de laatse aflevering in Intermezzo. Het 'Tochtje op niveau' wordt voortgezet in V.


Adressen

Met behulp van de websites fietsplatform.nl en maps.google.com kunt u zelf de tocht tot in detail uitstippelen. Wandel- en fietsroutes die het spoor van de Romeinen volgen, kunt u onder meer vinden op vvvarnhemnijmegen.nl en regioarnhemnijmegen.nl. Voor meer informatie kunt u ook terecht op: nijmegen.nl/romeinen, spannendegeschiedenis.nl, limes.nl, historischeroutes.nl en museumhetvalkhof.nl


1

Veerpont Cuijk - Middelaar, oude Romeinse brug. Cuijksesteeg, Middelaar.


2

Romeinse villa Plasmolen; Sint Maartensweg, Plasmolen. Achter restaurant De Plasmolense Hof.


3

Liburna, Romeins patrouilleschip. Rijndijk 19a, Millingen aan de Rijn. Informatie over onder meer bezoektijden: www.liburna.nl


4

Romeinse waterleiding Berg en Dal. Nabij Nachtegaalweg 8 in Berg en Dal. Of anders nabij Hotel Erica aan de Molenbosweg.


5

Romeinse commandopost Nijmegen. Ubbergseveldweg/Kopseweg


6

Romeinse legerplaats Nijmegen. Ubbergseveldweg/Beekmandalseweg


7

Museum Valkhof Nijmegen. Kelfkensbos 59


8

Valkhof Nijmegen


9

Romeinse overblijfselen (Casino). Waalkade 68


10

Gallo-Romeinse tempel Elst. Grote Molenstraat 2 Elst. Informatie over bezoektijden kerkmuseum: www.pg-elst.nl


11

Romeinse weg. Grote Molenweg Elst, richting Driel


12

Zicht op Romeinse rijksgrens Heveadorp. Dunolaan, nabij parkeerplaats Duno, Heveadorp


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden