Tochtje op niveau

Foto's

1. Amsterdam Centraal

In de tijd dat de trein het transportmiddel van de toekomst was, heetten stations 'kathedralen langs het spoor'. Zo'n kathedraal was Amsterdam Centraal toen het in 1889 de deuren opende. Architect Pierre Cuypers had naast het Rijksmuseum tientallen kerken op zijn naam staan. Dat kun je nog steeds zien aan de gevel van het station.


Superlatieven waren er bij de opening voor de stationsoverkapping van ingenieur L.J. Eijmer. 50 boogspanten, 45 meter overspanning. Grandioos en adembenemend, vonden toeschouwers. Ook vandaag de dag loont het de moeite hier omhoog te kijken.


Onder de kap ligt het terras van grand café-restaurant 1e Klas. Hier, aan perron 2, naast de door een fraai versierd hek afgeschermde Konkinklijke Wachtkamer, kun je buiten zitten terwijl de regen de overkapping geselt. Binnen in het grand café zie je in gedachten reizigers met bolhoeden en houten koffers binnenkomen. Hoog plafond, chique kelners - alles is hier retro. De dubbele espresso komt uit een apparaat uit deze tijd. Ook het leed waar het grand café mee te maken heeft, is van de 21ste eeuw. In februari sleepte de uitbater de gemeente voor de rechter vanwege het geld dat hij door de aanleg van de Noord/Zuidlijn is misgelopen: door de oneindige bouwwerkzaamheden stopte jarenlang nauwelijks een trein op perron 2. Weinig treinen, weinig klanten. Op 30 mei kwam de rechter zelf kijken. Ditmaal had de eigenaar een kort geding aangespannen tegen de NS, die het station met ov-chippoortjes wil afsluiten.


Amsterdam Centraal: als je als ondernemer rust wil, moet je je er niet vestigen. Al vele jaren zijn ze hier aan het bouwen en verbouwen. Een reiziger zegt het zo: 'mensen die zich dit station nog kunnen herinneren zonder afzettingen en boorgeluiden, worden schaars'. Maar er is hoop voor de uitbater van 1e Klas: in 2012 vertrekt de trein van Amsterdam naar Haarlem weer vanaf spoor 2.


2. Haarlem

Vroeger waren gebouwen mooier - dat is een gevaarlijke gedachte. Echter: in de 18 minuten durende reis van Amsterdam naar Haarlem passeer je zowel de buizen van station Amsterdam Sloterdijk als een forse geel-blauwe Ikea. Wie dan uitstapt in Haarlem, Nederlands enige jugendstilstation, moet gespeend zijn van nostalgische aanleg om niet verrast te zijn.


De eerste trein van Amsterdam naar Haarlem reed in 1839, het eerste station van Haarlem dateerde van 1842. Voor het tweede station werden in de vroege 20ste eeuw kosten noch moeite gespaard. Met een stationsgebouw investeerde een stad in de toekomst. Het was bij uitstek geschikt om andere steden mee te overtroeven.


De hoogtijdagen van het spoor vielen deels samen met die van de art nouveau. Architect D.A.N. Margadant, Dirk voor de intimi, leefde zich in Haarlem uit in versieringen met vogels en bloemmotieven. Met Groningen wordt Haarlem vaak het mooiste station van Nederland genoemd. Op de perrons zien we eikenhouten panelen, ruiten van kristal, tegels en jugendstilletters uit de tijd dat Nederland nog een standenmaatschappij was. Notabelen hoefden niet in een wachtkamer te zitten met boeren die op uien kauwden. Tegeltableaus kondigen een Wachtkamer Eerste Klasse en een Wachtkamer Derde Klasse aan. Vroeger had je ook een wachtkamer voor alleenreizende dames.


In 1939 was het een eeuw geleden dat hier de eerste trein stopte en kreeg het station er een tegeltableau bij in Delfts blauw: 'Aangeboden door den Bond van Gepensioneerden bij de Ned. Spoor- en Tramwegen. Ter gelegenheid van het 100-Jarig bestaan der Spoorwegen.'


Dit station doet vaak dienst als decor. Geert Mak leidde er de afleveringen van de tv-serie In Europa in en uit. Het is ook prominent te zien in Paul Verhoevens film Zwartboek. Bijzonder en on-Hollands is een gebrek aan logica. Spoor 7 bestaat niet, spoor 8 is er wel.


3. Den Haag Hollands Spoor

Voor de opkomst van de spoorwegen bestond in Nederland geen betrouwbaarder transportmiddel dan de trekschuit. Wie in Haarlem op de trein naar Den Haag stapt, rijdt langs een klassiek traject voor paard en boot, in een landschap waarin wat molens zijn geconserveerd. De tocht per trekschuit tussen Haarlem en Leiden duurde vier uur en kostte in 1657 elf stuivers. Wie 's ochtends vroeg in Amsterdam wegging, kwam 's avonds laat in Den Haag aan. In het midden van de 19de eeuw werd die reisduur dramatisch verkort, dankzij een nieuw vervoermiddel dat floot en rook spuwde. Om te begrijpen dat onze voorouders in de stoomlocomotief een ruiter van de apocalyps herkenden, hoeven we slechts terug te denken aan de trekschuit.


Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (HIJSM): de letters staan in bladgoud op de gevel van station Den Haag Hollands Spoor, opgetrokken in rood baksteen en versierd met Griekse godinnen. Van een afstandje wordt de gevel nog mooier. Kijk bij het bezichtigen uit voor fietsers en trams die rakelings langs het station snijden.


De HIJSM was de eerste spoorwegmaatschappij van Nederland. Hollands Spoor was in 1843 het eerste Haagse station. In de jaren tachtig van 19de eeuw tekende Dirk Margadant een nieuw, veel groter station. Op de perrons zorgen glas-en-loodramen nog steeds voor een fraaie lichtval. Er is een wachtkamer met flamencomuziek en een chique toiletblok. Maar 'chique' wordt als adjectief voor dit station minder gebruikt dan vroeger. Den Haag HS degradeerde, toen de NS in 1973 een nieuw centraal station neerzette op de plek van het concurrerende station, Den Haag Rhijnspoor. Het verval van de Stationsbuurt was toen al gaande. Decennia kwam Hollands Spoor vaak op minder fijne manieren in het nieuws. De laatste jaren gaat het beter. Er wordt al voorzichtig gesproken van een renaissance rondom een neo-renaissancestation.


4. Tilburg

Minstens zo vaak als er wordt gediscussieerd over het mooiste station van Nederland, gaat het over het lelijkste. Utrecht CS, Den Haag CS, Bergen op Zoom, Den Helder Zuid, Almere Centrum: allemaal worden ze genoemd. In de stoptrein van Hollands Spoor naar het zuiden kun je meer kandidaten bekijken. Rijswijk wordt door Google in verband gebracht met het woord 'luguber'. Daar kun je je wat bij voorstellen, als de sprinter remt op een ondergronds perron. Den Haag Moerwijk, Schiedam Centrum, Zwijndrecht - het zijn geen schoonheden. Van de Klisjeemannetjes (Kees van Kooten en Wim de Bie) is de zin: 'Ze hebben een nieuw station neergezet, het oude was niet lelijk genoeg.' In amper driekwart eeuw degradeerde het station in Nederland van kathedraal naar functioneel gebouw dat goedkoop moest zijn in aanleg en onderhoud. De jaren zestig en zeventig van de 20ste eeuw gelden als dieptepunt. In Stationsarchitectuur in Nederland (Walburg Pers, 1998) spreekt voormalig NS-bouwmeester Cees Douma van een tijd van 'soberheid en identiteitsverlies'.


Tilburg Centraal, uit 1965, wordt beschouwd als uitzondering op de regel. Architect Koen van der Gaast ontwierp het in een futuristische stijl die in die tijd bovenal in zwang was voor prestigegebouwen in de communistische wereld. De perrons liggen verscholen onder een zwevende overkapping. Net als Sovjet-gebouwen in die stijl doet het een halve eeuw na dato wat gedateerd aan. Niettemin: dit station is fantasievoller dan menige broer in Nederland en menige broer oostwaarts. Koen van der Gaast stond vaker garant voor originaliteit in architectonisch minder originele tijden. Ook het station Eindhoven is van zijn hand. Daarin valt, toepasselijk, de vorm van een oude radio van Philips te herkennen.


Op spoor 3 in Tilburg vertrekt de trein waarmee je Nederland in een half uur verlaat.


5. Roosendaal (NL) & Essen (B)

Iedereen die buiten West-Europa met de trein heeft gereisd, weet dat het overschrijden van een grens met de trein doorgaans meer behelst dan met een auto. Treinen staan langdurig stil, wagons worden ontkoppeld, douaniers komen de trein in. Grensstations herken je aan afstelsporen, perrons met geüniformeerden, douanekantoren en loodsen waar goederen in quarantaine worden gedaan. Buiten de Schengenzone staan treinen ook in Europa nog met gemak een uur stil.


Roosendaal is nog altijd als grensstation herkenbaar. De afstelsporen liggen er nog. Een bordje met het woord 'Change' hangt op perron 1. De façade van rood baksteen met barokke krullen is van de legendarische bouwmeester Sybold van Ravesteyn. In de eerste decennia van de 20ste eeuw leverde Van Ravesteyn veel strakke modernistische ontwerpen af. Na een verblijf naar Rome ging hij experimenteren met ornamenten. Een halve eeuw lang was hij dominant aan het Nederlandse spoor. Zijn erfenis is bedreigd geraakt. Drie bekende stations van zijn hand zijn geruimd: Utrecht Centraal in de vroege jaren zeventig, Den Bosch in de jaren negentig en Rotterdam Centraal een paar jaar terug. Vlissingen en Nijmegen zijn er nog, plus Roosendaal, in de oorlog zwaar beschadigd en onder Van Ravesteyns supervisie herbouwd.


Op perron 1 staat een Belgische boemel van een type dat behalve Roosendaal geen Nederlands station meer aandoet, met donkergroene wagons met asymmetrische banken bekleed met skai. Ook anno 2012 ga je hiermee nog steeds een beetje een andere wereld binnen. Essen is het noordelijkste treinstation van België, 111 jaar oud. Hier vind je deuren met afbrokkelende verf en treintijden op geel papier. Bij het Wapen van Essen zitten mensen aan de Jupiler. Daar is het prima pauzeren voor de volgende boemel met als eindbestemming het station dat vaak werd verkozen tot het mooiste van Europa.


6. Antwerpen Centraal

Nergens lijkt het verlaten van een trein meer op het betreden van een kathedraal dan op Antwerpen Centraal. Door een grote, 75 meter hoge koepel vallen banen licht binnen in een stationshal, waarvoor marmer, graniet en natuursteen in schier eindeloze hoeveelheden beschikbaar waren. In de late middeleeuwen probeerden steden elkaar met kathedralen te overtroeven, bijna een half millennium later deden ze hetzelfde met stations.


Toen het station, van de hand van Louis Delacenserie en Louis Poupaert, in 1905 werd opgeleverd, leek het pleit voorgoed in het voordeel van deze Vlaamse stad beslecht. 'Spoorkathedraal' is nog steeds in zwang als bijnaam. Amerikaanse reizigers kozen het in 2009 in het tijdschrift Newsweek als mooiste van Europa en drie-na-mooiste van de wereld, op StedenTripper.com belandde het met afstand op de eerste plaats.


Toch schijnt afbraak vaak te zijn overwogen. De staat van de 'prachtbouw' ging snel achteruit. Het overdadig gebruikte glas leverde door de jaren heen nogal wat scherven op. Het onderhoud was peperduur.


Midden jaren zeventig werd het een beschermd monument. Vanaf 1986 werd er gerestaureerd. De glazen overkapping werd vervangen door kunststof, het gebouw opnieuw gestut en waar nodig herbouwd. Na meer dan honderd jaar dienst te hebben gedaan als kopstation, waar alle treinen moesten keren, werd in 2007 een tunnel met twee doorgaande sporen geopend.


Eendracht maakt macht, staat op dit station in letters van bladgoud. De leus is er ook in het Frans, L'union fait la force. Behalve een monument uit de hoogtijdagen van het spoor, is dit station ook een herinnering aan de hoogtijdagen van België. Ten tijde van de bouw was Wallonië rijk en zat het met de eenheid nog wel snor. In deze Vlaamse spoortempel zit Waals belastinggeld. Ook al wordt Vlaanderen ooit onafhankelijk, het mooiste station van Europa blijft Belgisch.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden