Tochtje op niveau

Tas met boeken mee en bladeren bij de lieux de mémoire van schrijvers in Vlaanderen. In de vijfde van zes cultuurhistorische dagtrips doet Leen Vervaekevijf van literatuur doordesemde oorden aan.

1. Machelen-aan-de-Leie

Gerard Reve

10.30 -12.15 uur

'Hier rust in vrede Gerard Reve.' Een sober graf is het, met gouden letters. Op de granieten steen staan twee Mariabeeldjes en een keramieken katje. Er liggen keien, van Nederlandse fans die hier op doorreis naar Frankrijk halt houden.


De ochtendzon belooft een bloedhete zomerdag. Zo'n dag waarop zelfs een kerkhof je vrolijk kan stemmen. Al denkt grafmaker Roland Naessens daar duidelijk anders over. Volgend jaar gaat hij met pensioen. Het is de hoogste tijd, hij heeft al te veel pijn gezien.


Het hoogtepunt uit zijn carrière was de begrafenis van Reve, op 15 april 2006. 'Het hele kerkhof stond vol. Dat hadden we hier nog nooit meegemaakt.'


'Eigenlijk hadden we in Machelen voor 1993 nog nooit van Reve gehoord', zegt Naessens. Het lieflijke Machelen-aan-de-Leie probeert zich anno 2012 te positioneren als 'dorp van de kunst', maar in 1993 had het niet zo veel op met artiesten. 'Dat waren speciale mensen, we lieten die met rust.'


Dat was precies de reden waarom Reve uit het Franse Poët-Laval naar Vlaanderen verhuisde. Hij wilde dichter bij Nederland wonen, maar niet ín Nederland. Niet iedere dag een fan aan de deur. 'De Belg is een beter soort mens', zei hij. 'Zachtmoedig, romantisch en niet zo inhalig.'


Met zijn partner Joop Schafthuizen kocht hij een voormalige doktersvilla, waarin Schafthuizen nu een teruggetrokken leven leidt. Sinds 1993 is de villa niet meer opgeknapt. Er zit amper verf op de altijd gesloten rolluiken, de oprijlaan is overwoekerd.


Reve had een paar vaste gesprekspartners in Machelen. Parochiepriester Gaby Desmaele, bij wie hij elke zondag de mis volgde en die hij citeerde in Het Boek Van Violet En Dood (1996). En de veearts, wiens zoon Wouter toevallig de kiezels op het kerkhof schoffelt. 'Reve kon uren praten', zegt Wouter. 'Over kunst, over literatuur. Maar je wist nooit of hij het meende.'


In 2001 veranderde alles. Schafthuizen werd beschuldigd van pedofilie en de Belgische koning weigerde de Prijs der Nederlandse Letteren aan Reve uit te reiken. Voor de overtuigde monarchist Reve was het een persoonlijk drama. En Machelen had zijn bekomst van de grote Nederlandse schrijver.


Maar vijf jaar nadat de dood Reve had gehaald, draaiden de Machelaars bij. Het ontroerende gedicht Credo kreeg een ereplaats in het dorpscentrum, aanvankelijk met een storende fout in de tekst, maar nu gecorrigeerd. Een sobere witte muur, met koperen letters: 'Wie Gij ook zijt, U heb ik lief.'


2. Gent

Herman Brusselmans

12.45 - 14.15 uur

Sushitentjes, Italiaanse wijnbars en quichebakkers. Bakfietsen, houten kinderspeelgoed en vintage design. Oudburg is ongetwijfeld de hipste straat van Gent. Een paradijs voor yuppen en fashionista's, en dus de laatste plek op aarde waar je Herman Brusselmans zou zoeken.


En toch, sinds zijn studie is Brusselmans verknocht aan Gent, en vooral aan deze kasseien met uitzicht op de Leie. Na passages in de Sint-Kwintensberg en de Leeuwstraat woont de schrijver al jaren in Patershol, waar de oude textielfabrieken zijn omgebouwd tot dure lofts.


Brusselmans blijft er vooral binnen, op zijn dagelijkse wandeling met hond Eddie na. Het doet je afvragen waarom de meest tegendraadse schrijver van Vlaanderen in zo'n toeristische straat woont. 'Hij heeft die populaire werkelijkheid nodig', denkt Joël Neyt, die op literair.gent.be het Brusselmans-lemma schreef. 'Het is een inspiratiebron.'


Oudburg duikt inderdaad geregeld op in Brusselmans' werk, vooral in de romancyclus Iedereen is uniek behalve ik en in enkele gevoelige gedichten in Bloemen op mijn graf. Zijn haat-liefdeverhouding met het Gentse stadsbestuur verwoordt hij in Kalloemmerkes in de Zep: 'Gent, waar een schrijver als ik de status heeft van oud vuil. Toch blijft het de stad van mijn hart.'


Zijn precieze huisnummer maakt Brusselmans niet bekend, maar wel zijn favoriete uitgaansplek. Geen kroeg voor de ex-alcoholicus, maar koffiebar Simon Says, op het uiteinde van Oudburg. 'Hij komt hier bijna iedere dag', zegt de barvrouw, die onbewust een glimp geeft van Brusselsmans' inspiratiebronnen. 'Hij noemt me 'de liefde van zijn leven'.'


3. Gent

Hugo Claus

14.15 - 16.30 uur

Hugo Claus. Zijn rusteloze voetsporen liggen in Aalbeke, Oostende of Antwerpen. In Amsterdam, Parijs of Rome. En in Gent, de stad die hij naar eigen zeggen haatte, maar waarnaar hij altijd terugkwam.


'Te Gent zijn de huizen grauw gekarteld', dicht hij in 1963. 'Mijn straat is voortdurend aangetast door het onbeweeglijk water der rivier. / Mijn huis is als alle huizen hier, / de bezoeker wordt er door de stank verrast.'


Claus woont dan in een ruim appartement op de Predikherenlei 13, met zicht op de Leie. In 1955 is hij teruggekomen uit Rome, waar het zonnige leven hem het werken verhinderde. Hij wil 'de wolken weer grauw zien worden'. In Gent schrijft en schildert hij volop, maar de stank uit de rivier verjaagt hem.


Op de Predikherenlei 13 is weinig over van Claus' universum. Het verwaarloosde pand is onderverdeeld in studentenkamers, te huur voor 280 euro. Voor de zon schuiven inderdaad grauwe wolken, maar van ergerlijke stank is niets te merken. De Leie is al lang geen open riool meer.


In 1977 komt Claus terug naar Gent. In tien jaar tijd woont hij op een tiental adressen, waarvan er een paar in het boek Gent, de dubbelzinnige staan. Met dat boek in de hand trek ik naar de Bagattenstraat 19, waar Claus Het verdriet van België schreef. Maar het foeilelijke flatgebouw is slechts een bewijs dat Claus zich kon afsluiten van zijn omgeving.


Vlakbij is zijn huis op de Sint-Jansvest 26a. Een karakterloos pand, met om de hoek geen dames van lichte zeden, zoals in Claus' tijd, maar winkels van Scapa en McGregor. De ziel van de schrijver is uit de stad verdwenen.


Misschien liggen de sporen van bon vivant Claus niet in zijn woningen, maar in de kroegen, waar hij zich met bevriende kunstenaars uitleefde. Ik trek naar de Hotsy Totsy, in de Hoogstraat, het café dat ooit in handen was van Claus' oudste broer, en waar hij in 1983 Het verdriet van België presenteerde.


Bij het ouderwetse hoekpand lijkt de tijd te hebben stilgestaan, maar ik heb pech: het café gaat pas om acht uur 's avonds open. Ik ga op een bankje zitten, om de hoek, en stuit op Claus' voetafdruk: aan de gevel hangt een gedicht, in zijn kleine, nette handschrift, opgedragen aan zijn broer. 'Nu is het glas geledigd / Nu zijn de kaarten geschud / Adem en uit is het boek / Toch wankelt de goedlachse reus / nog bij de voordeur / en blijft hij naar ons wuiven / in de mist van gisteren nog / hier om de hoek.'


4. Aalst

Louis Paul Boon

17.15 - 19.30 uur

Op de Oude Vismarkt van Aalst zie je de klassenstrijd uit de boeken van Louis Paul Boon nog steeds in één oogopslag. Op de voorgrond het voormalige katholieke hospitaal en de imposante Sint-Martinuskerk, waarvoor Boons arme mensen 'van kindsbeen af een ongehoorde eerbied werd ingestampt'. Erachter de schoorstenen van zetmeelfabriek Tereos Syral, erfgenaam van de rijke industriëlen tegen wie Boon in het geweer kwam. Maar er klopt iets niet in dit plaatje. Aan het torengebouw van Tereos Syral hangt een metersbreed spandoek van Boon, met eronder de namen van sponsors. Anno 2012 wordt Boon door het bedrijfsleven geëerd. En zijn arme mensen hebben nog nooit van Boon gehoord.


Wie in Aalst de lieux de mémoire van Boon wil vinden, hoeft dit jaar niet lang te zoeken. Louis Paul Boon werd honderd jaar geleden geboren, en Aalst viert die verjaardag met tentoonstellingen, lezingen en twee wandelingen.


De wandelroutes voeren naar Boons uiterst bescheiden geboortehuisje, naar de aan hem gewijde standbeelden en natuurlijk naar de Kapellekensbaan, waarmee hij zijn naam vestigde. In 1953, het jaar van publicatie, werden amper 1.500 exemplaren verkocht. In de jaren zestig en zeventig werd het verhaal van het zich omhoog ploeterende volksmeisje Ondineke razend populair.


'De Kapellekensbaan is de beste plaats om Boon tot leven te wekken', zegt Kris Humbeeck, directeur van het L.P. Boondocumentatiecentrum. 'Het is nog steeds een kruispunt van de oude en de moderne wereld.' Aan de ene kant het kapelletje in het groen, 'symbool van een wereld die zin krijgt in God en de Verlosser'. Aan de andere kant de fabrieken en de spoorweg, 'teken van moderniteit'.


Een aangename wandeling is het niet, langs de Kapellekensbaan, maar dat lijkt wel zo toepasselijk. De sombere omgeving hoort bij de 'miserie' van het hoofdpersonage Ondineke.


We wandelen langs de ellenlange muur van de leegstaande lederwarenfabriek Schotte. In het boek is dit de dekenfabriek van meneer Gourmonprez, van wiens zoon Ondineke zwanger wordt. Bij de kapel begint het te regenen. Alweer toepasselijk, in deze stad 'waar het altijd regent, ook als de zon schijnt', aldus Boon. Aalst mag dan niet langer de 'rokende en stinkende stad' van Boon zijn, op de Kapellekensbaan is de ellende en verweesdheid nog ruimschoots aanwezig. Voorlopig. Op de poort van de lederwarenfabriek worden sloopwerken aangekondigd. Ga erheen voor Boons universum voorgoed verdwijnt.


5. Nieuwerkerken

Dimitri Verhulst

19.45 - 21.00 uur

'O ja, ik heb De helaasheid der dingen gelezen', beaamt een inwoonster van Nieuwerkerken lachend. 'Het deed me denken aan mijn eigen jeugd. De Dorpstraat zat vol cafés, er was altijd volk op straat. Op de jaarlijkse kermis werden er drinkwedstrijden gehouden, zoals in het boek. Ik zat bij de nonnetjes op school, en ik was helemaal gechoqueerd.'


Zoveel hartelijkheid had ik niet verwacht in Nieuwerkerken, het Reetveerdegem uit Dimitri Verhulsts bestseller De helaasheid der dingen. Het Aalster dorp wordt er afgeschilderd als een achterlijke negorij, waar inwoners drinken, neuken en door een gat in een plank schijten. Niet meteen iets om trots op te zijn.


De familie van Verhulst kon er niet om lachen. Verhulsts oom Karel - 'nonkel Potrel' in het boek - dreigde met een rechtszaak. 'Dimitri beseft niet wat hij heeft aangericht', klaagde hij in De Standaard. 'Wij leven hier elke dag met de schande.'


Blijkbaar prevaleren commerciële belangen ondertussen boven de familie-eer, want oom Karel heeft zijn café omgedoopt tot 'Bij Sofie en Potrel'. Het verloederde volkscafé op het Dorpsplein heeft vandaag zijn sluitingsdag, en volgens buren leidt het nog steeds een marginaal bestaan.


Behalve een paar volkscafés is er in Nieuwerkerken niet veel dat aan Verhulsts jeugd herinnert. De meeste arbeidershuisjes zijn gerenoveerd, of vervangen door villa's en appartementen. 'Het is een slaapdorp geworden', zegt de hartelijke dorpsbewoonster, met enige spijt in de stem. 'Misschien wekt het boek daarom zo veel nostalgie. Er waren wel veel dronkaards, maar er was ook saamhorigheid.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden