Tocht door de hel

HIJ IS NU bijna 75 jaar. Hij slaagde als zakenman, was wethouder van Financiën in Hilversum en heeft een bloeiend gezinsleven met drie kinderen en acht kleinkinderen....

Sebil ('Bill') Minco is getekend, niet gehavend door alles wat hij in de oorlog heeft meegemaakt. Toch heeft hij vier apocalyptische jaren overleefd: op 19-jarige leeftijd wegens verzetsactiviteiten gevangen gezet in het Oranjehotel in Scheveningen, ter dood veroordeeld, vanwege zijn leeftijd gratie gekregen omdat de Duitse generaal Christiaansen nog één keer de Nederlandse jeugd wilde waarschuwen, ruim een jaar eenzame opsluiting in een Duits tuchthuis, de steengroeve van Mauthausen, Auschwitz, dodenmars, Dachau, evacuatietransport, bevrijding, thuiskomst.

'Uniek' noemt hij zijn geschiedenis, en daarmee is weinig miszegd. 'Niet degene die het ondergaan moest, het overleefd en verwerkt heeft, is uniek. Niet de feiten op zichzelf zijn uniek, daar zijn al boeken over volgeschreven. Onvergelijkelijk is in mijn geval - en dat is geen verdienste, maar een waarneming - dat één mens zó veel zó lang moest ondergaan en het kan navertellen, erover kan en moet getuigen.'

Minco zegt dit in Koude voeten - Begenadigd tot levenslang - Het relaas van een joodse scholier uit het Geuzenverzet, dat zondag in Amsterdam wordt gepresenteerd tijdens een bijeenkomst ter gelegenheid van de uitreiking van de Verzetsprijs 1997 aan de Kroatische schrijfster Dubravka Ugresió. Het boek, dat tot stand kwam in samenwerking met de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945, bevat voor het eerst in boekvorm het relaas dat Minco in 1945 direct na zijn terugkeer op papier zette.

Koude voeten is - het moet meteen gezegd - een van de indrukwekkendste en aangrijpendste egodocumenten in de Nederlandse oorlogsliteratuur. De vraag dringt zich op waarom het 52 jaar moest duren voordat een breder publiek met Minco's verhaal kennis kan maken. We kennen De nacht der Girondijnen van Jacques Presser, Kinderjaren van Jona Oberski, Het bittere kruid van Marga Minco (een achternicht van Bill Minco), het dagboek van Anne Frank, Strepen aan de hemel van G.L. Durlacher en In dépot van Philip Mechanicus. Koude voeten voegt daar een dimensie aan toe.

Het bijzondere van Minco's relaas is - hij geeft dat zelf al aan - dat het een weergave is van alle denkbare verschrikkingen van de oorlog, beschreven door één persoon die het allemaal heeft meegemaakt, van Scheveningen tot Dachau. Het is alsof de lezer wordt meegevoerd langs alle staties van de hel, die in volle omvang zichtbaar worden gemaakt. De toon waarop Minco zijn ervaringen aan het papier toevertrouwde, is overwegend sober, zakelijk - en dat maakt het verhaal des te indringender.

Behalve Minco's relaas uit 1945 bevat Koude voeten ook enkele fragmenten uit brieven en gesprekken met Etty Mulder, voorzitter van de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945, en enkele 'overdenkingen' uit latere jaren. Daarin laat Minco iets doorschemeren van de wijze waarop hij zijn oorlogsgeschiedenis heeft verwerkt. 'Niet het feit dat ik het moest ondergaan, maar het beleven ervan heeft me verrijkt', zegt hij. 'Daaruit kwam ook de noodzaak voort te pogen iets voor anderen te betekenen, je ergens voor in te zetten en je te blijven verzetten tegen onrechtvaardigheid en verontmenselijking.'

Bill Minco, van joodse komaf, trad eind 1940 als scholier in Rotterdam toe tot de verzetsgroep van de Geuzen. Al snel volgden arrestaties. In januari 1941 werd hij opgepakt. In februari volgde het proces. Hij kreeg met zeventien anderen de doodstraf. 'Je zou de balans van je leven moeten opmaken, maar je leven moet nog beginnen' Drie leden van de groep - onder wie Minco - kregen vanwege hun jonge leeftijd gratie, omdat de Duitse generaal Christiaansen nog één keer een beroep wilde doen 'op het verstand en het inzicht van de Nederlandsche jeugd'. Zijn straf werd omgezet in levenslang tuchthuis.

In mei werd hij overgebracht naar Duitsland, omdat het in het Oranjehotel ('In deze Bajes zit geen gajes, maar Neerlands glorie potverdorie', stond er op de buitenmuur gekalkt) te vol werd. Hij kwam terecht in Zuchthaus Untermassfeld in Thüringen, waar hij eenzaam in een cel werd opgesloten. Zijn bewaker zei dat 'de drempel voor mij de grens van Palestina was waar ik niet overheen mocht komen'. Om niet gek te worden leerde hij hele stukken van Goethe's Faust uit het hoofd.

Na ruim een jaar werd hij op transport gesteld naar het concentratiekamp Mauthausen, berucht om het sadistische slavenwerk in de steengroeve. Hij maakte mee hoe een jonge Franse jood een enorm grote steen uit de groeve naar boven moest dragen. Toen het niet vlot genoeg ging, dreigde een SS'er hem met een geweerkolf te slaan, maar hij sprong opzij. 'Direct daarop klonk het schot uit het geweer van een andere SS-man. Hij was in zijn opwinding om de slag te ontwijken van het pad gesprongen, wat gelijk stond met poging tot vluchten.'

In augustus 1943 werd hij weer op transport gesteld, nu naar Auschwitz. 'Eerlijk gezegd heb ik er nooit een ogenblik aan getwijfeld dat ik in Auschwitz niet vergast zou worden.' Onder meer door hulp van de Rotterdamse bokser Leen Sanders ('Voor sommige mensen is ten onrechte geen standbeeld opgericht') overleefde hij het kamp. Hij ontsnapte ternauwernood aan medische experimenten en werd tewerkgesteld in een munitiefabriek.

Op 18 januari 1944 begonnen de Duitsers de evacuatie van Auschwitz uit angst voor de naderende Russen. De duizenden gevangenen moesten in de ijzige kou te voet naar andere plaatsen. Wie niet mee kon komen, werd neergeschoten of gewoon achtergelaten. Het waren dodenmarsen. 'In de sneeuw liepen de uitgemergelde gevangenen, volledig versteend door de kou, als in trance mechanisch voortbewogen, opgejaagd door de SS naar een no-where. Ik heb na de oorlog steeds koude voeten gehouden.'

Op een gegeven dag werden de gevangenen in overvolle wagons gedreven, waar zich verschrikkelijke taferelen afspeelden. Vooral Polen en Hongaren, vertelt Minco, sloegen elkaar de hersens in om te kunnen overleven. 'Het zit in eenieder om voor zijn leven te vechten, maar ik geloof niet dat ooit een Hollander het heeft klaargespeeld om iemand die onder dezelfde omstandigheden als hij lijdt, eenvoudig neer te slaan om zelf te leven. Dit is een mentaliteit die ons vreemd was en is.'

De tocht ging naar Dachau, waar Minco ontsnapte aan een tyfusepidemie. Eind februari begon de evacuatie van het kamp. Na verschillende omzwervingen kwam de bevrijding door de Amerikanen. Op 21 mei, de dag van zijn verjaardag, begon Minco aan de thuisreis. 'Ik had de eerste koe die ik zag, wel willen omhelzen.'

Han van Gessel

Bill Minco: Koude voeten - Begenadigd tot levenslang - Het relaas van een joodse scholier uit het Geuzenverzet.

SUN; 205 pagina's; ¿ 29,50.

ISBN 90 6168 607 5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.