ACHTERGRONDOppassen op de kleinkinderen

Toch weer oppassen? Het grootouderdilemma in coronatijd: ‘Ik kon ze niet langer missen’

Simone Sevink met twee van haar kleinkinderen. Haar man draagt in hun nabijheid veiligheidshalve een mondkapje.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Nu de scholen weer opengaan, snakken veel ouders naar de helpende hand van oma of opa. En ook grootouders zelf staan te popelen om hun kleinkinderen weer op te vangen. Alleen: is het wel verstandig?

Met haar 65 jaar zit Simone Sevink uit Wageningen vijf jaar onder de door het RIVM aangemerkte risicoleeftijd (vanaf 70 jaar). Kerngezond is ze. Dat ze haar kleinkinderen nu al weken onder de beperkingen van de anderhalvemetersamenleving moet zien, valt haar zwaar. Als oma met een groot hart voor haar acht kleinkinderen wil ze niets liever dan ze stevig vastpakken.

Ze is al weleens gezwicht, geeft ze toe. ‘Dan kwamen ze bij ons op bezoek, in de tuin, en dansten die schattige kleine lijfjes dicht om ons heen. Herhaaldelijk vroegen ze: oma, ben ik schoon? In de hoop een knuffel te scoren. Al snel kon ik daar geen weerstand meer aan bieden. Ik knuffelde ze een voor een, met afgewend hoofd.’

Oppassen

Kunnen grootouders weer op hun kleinkinderen passen? Het was een van de meest gestelde vragen die onlangs konden worden ingestuurd voor een speciale corona-uitzending van de NOS, waarin deskundigen antwoord gaven. Ook de Volkskrant werd na een oproep over dit thema overstelpt met lezersreacties.

De vraag leeft niet alleen breed bij grootouders: ook de ouders – moegestreden na het wekenlang combineren van werk en zorg – snakken ernaar om hun kinderen weer eens uit te besteden. Al is het maar om een avondje ongestoord pizza te eten op de bank.

Nu de scholen op 11 mei weer opengaan, is de praktische nood bovendien hoog: de logistieke puzzel moet, met het aangepaste coronarooster, opnieuw worden gelegd, en de helpende hand van opa en oma is daarbij soms noodzakelijk.  

Dat heeft ook te maken met de cruciale rol die veel grootouders innemen bij de opvang van hun kleinkinderen. De tijd van een incidenteel logeerpartijtje of avondje pannekoeken bakken is voorbij. Met moeders die meer werken dan vroeger, hoge tarieven van opvang en de wens van veel ouders om hun kinderen niet vijf dagen per week naar de crèche te sturen, zijn grootouders een onmisbare pijler onder het gezinsleven geworden. 

Maar liefst 80 procent van de ouders met baby’s en peuters zet geregeld grootouders in. Iets meer dan de helft (52 procent) doet dit op structurele basis, 8 tot 12 uur per week, blijkt uit cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit 2017. Omdat gezinnen in de loop der jaren kleiner zijn geworden, is oppassen voor grootouders een behapbare taak worden. Ook niet onbelangrijk: ze blijven langer fit.

Kan het weer?

Terug naar de hamvraag, want nu de ic’s leeglopen en leraren – onder wie ook zestigers  – binnenkort weer voor de klas staan, kan het toch best: grootouders en hun kleinkinderen weer herenigen?

Het officiële standpunt van de overheid is al weken ongewijzigd: nee. In de woorden van Rutte: ‘Hoezeer ik ook begrijp dat het ongeduld erin sluipt. Als we te snel gaan, komt het virus als een tweede golf over ons heen.’ 

Toch is er in de praktijk wel wat speelruimte. ‘De ene zestiger is de andere niet’,  zegt woordvoerder Loes Hartman van het RIVM, ‘dus we doen wat dat betreft een beroep op het gezonde verstand.’ Maar, zegt ze ook: ‘Boven de 70 vallen mensen echt in de risicogroep en doen ze er verstandig aan om de maatregelen strikt na te leven. Dat is lastig met kleine kinderen. Daarom adviseren we om het contact vanaf die leeftijd te mijden.’ 

Juist nu de scholen opengaan is voorzichtigheid geboden, vervolgt Hartman. ‘Dat kinderen nauwelijks ziek worden van het virus, betekent nog niet dat ze het niet kunnen verspreiden. Stap één is dat de kinderen weer naar school kunnen. Laten we daarna rustig kijken hoe het verder gaat.’

Verrassingsbezoek

Maar dat ‘rustig kijken’ is voor veel grootouders niet weggelegd. De hunkering om de kleinkinderen te zien wordt met de dag groter, voelt ook Simone Sevink. Afgelopen week trok ze de stoute schoenen aan. Samen met haar man – 70 jaar, vitaal, maar met zijn zware diabetes toch behorend tot de risicogroep – stapte ze in de auto om het gezin van hun dochter te verrassen met een bezoek. Aanleiding: de schoonzoon was jarig.

‘Onderweg in de auto namen we ons voor: de kleinkinderen niet oppakken als ze naar ons toe komen rennen! Niet kussen en knuffelen! Geen spelletjes met ze doen! Niet op schoot!’ Ongerust keken ze uit naar de reactie van hun dochter en schoonzoon: zouden die boos worden om hun onverantwoorde gedrag? Of konden ze rekenen op een warm onthaal? Het werd dat laatste.

Dat het spanningsveld tussen de rekkelijken en preciezen groot is, blijkt wel uit de vele lezersreacties die de Volkskrant over de kwestie ontving. Waar de ene ‘superkwieke’ grootouder de kleinkinderen steeds gewoon is blijven zien – ‘sommige dingen zijn belangrijker dan regels’ – vermijdt de ander elke vorm van contact. Hoe groot het verdriet daarover ook is.

Sommige grootouders laten weten dat zij popelen om hun kleinkinderen weer te zien, maar worden tegengehouden door hun kinderen, bang als die zijn om het virus ongemerkt over te dragen. Anderen halen allerhande creatieve oplossingen uit de kast om een bezoek toch mogelijk te maken. Met behulp van pionnen, stoepkrijt, touwtjes of een heuse coronastok (van precies anderhalve meter) wordt de veilige afstand aangegeven.

Angst

Simone Sevink heeft inmiddels de knoop doorgehakt: vanaf volgende week gaat ze weer oppassen op twee van haar kleinkinderen (1 en 2 jaar oud). Nu het bedrijf van haar zoon weer op gang komt, is alle hulp welkom. Haar man is akkoord, het risico neemt hij voor lief. ‘Als de kinderen hier zijn, doet hij zijn mondkapje op en raakt hij ze niet aan.’

De covid19-moraal wordt losser, merkt Sevink. ‘En ik doe eraan mee. Maar wel met de angst dat mijn man, of ik, morgen, overmorgen of over-overmorgen met een kuchje of verhoging wakker wordt.’

Met medewerking van Fleur de Weerd

‘Mijn kleindochter rende op me af: Oma, even knuffelen’

Naam Renée Gutersohn (62)
Woonplaats Haarlem, Noord-Holland
Kleinkinderen Midas (10), Mare (6) en Mila (6)

‘Vanaf volgende week ga ik weer twee middagen per week op mijn kleindochter van 6 passen. Met regels: anderhalve meter afstand, zoveel mogelijk buiten blijven. Dichtbij opa mag ze niet komen. Hij is 73 en heeft hartproblemen en chronische Q-koorts. Het maakt hem kwetsbaar. We leven nu al weken in quarantaine en zijn niet ziek geweest. Daarom durven we het aan.

‘Mijn dochter is alleenstaand. Vanaf maandag gaat behalve de school ook de cosmetische kliniek waar ze werkt weer open. Ze redt het niet zonder wat hulp. Ik houd het ook niet vol om mijn kleindochter niet te zien. We spraken om die reden al af en toe af. Mila vond het dan moeilijk om zich aan de regels te houden. Laatst gooide ze ineens haar fiets neer en rende ze naar me toe. ‘Oma, ik wil even knuffelen.’ Ze pakte me vast. ‘Even stiekem.’

‘Mijn andere kleinkinderen heb ik sinds het ingaan van de maatregelen maar een paar keer kunnen zien. Hun ouders zijn voorzichtiger. Ook voor de andere opa’s en oma’s.’ 

Renée Gutersohn en haar kleindochter Mila.Beeld Eigen archief

‘Mensen kijken weleens verbaasd: o, passen jullie nog wél op?

Naam Piet van Gurp (73)
Woonplaats Teteringen, Noord-Brabant
Kleinkinderen Noah (10), Olivia (7) en Abel (3)

‘Vanaf het moment dat de kinderdagverblijven sloten, passen mijn vrouw en ik elke week op onze jongste kleinzoon, Abel. Mijn zoon en schoondochter moesten allebei doorwerken. We hebben wel een voorwaarde gesteld: als een van ons ziek wordt, stoppen we meteen. Afstand houden is eigenlijk onmogelijk, dat kan je een kind van drie jaar niet aanleren. Bovendien knuffelen wij hem heel graag.

‘We zijn niet bang om besmet te raken. Mijn vrouw en ik zijn gezond. En het helpt dat men denkt dat kinderen het virus nauwelijks kunnen overdragen. Mijn andere twee kleinkinderen zien we minder. Als we ze zien, blijven ze op afstand. Dat snappen we wel. Hun andere grootouders, die ze ook nog weleens zien, zijn kwetsbaarder dan wij.

‘Abel houdt van vegen. Hij heeft een klein bezempje waarmee hij blaadjes of bloemblaadjes opruimt. Als hij bij ons is, wandelen we ook wel door het dorp. Mensen kijken weleens verbaasd of jaloers als ze ons zien lopen met onze kleinzoon: ‘O, passen jullie nog wél op?’

Piet van Gurp met zijn kleinzoon Abel.Beeld Eigen archief

‘Ik hoop dat ik ze snel weer mag beetpakken’

Naam Mirella van der Lee (66)
Woonplaats Vlaardingen, Zuid-Holland
Kleinkinderen Nora (6) en Jack (2)

‘Normaal gesproken passen mijn man en ik elke week op onze twee kleinkinderen. De jongste blijft eens in de veertien dagen bij ons logeren. Dat is ineens gestopt. We wilden doorgaan, maar dat vond onze schoonzoon geen goed idee. Mijn man heeft voor de coronacrisis twee longontstekingen gehad en onze kleindochter heeft in het ziekenhuis gelegen vanwege zuurstoftekort. Ze lopen risico.

‘Een paar weken hebben we alleen via FaceTime contact gehad, maar dat vonden we moeilijk. We besloten af te spreken bij een speeltuin bij ons in de buurt. Ik ging op de ene hoek van een bankje zitten, mijn dochter op de andere. Mijn kleinkinderen fietsten en speelden. Ik hoorde ze praten, zag ze bewegen. Dat was fijn. Ik heb ze nu drie keer gezien.

‘Mijn schoonzoon was een beetje huiverig over het idee, maar toen hij de foto’s zag, draaide hij bij. Nu hebben we het plan om weer te gaan oppassen bij hem in de week gelegd. Ik heb er vertrouwen in dat het goed kan gaan. Vanuit mijn ervaring in de zorg weet ik dat hoesten zoveel gevaarlijker is dan elkaar aanraken. Dit gaat nog heel lang duren. Ik hoop dat ik ze snel weer mag beetpakken.’

Mirella van der Lee met haar dochter en twee kleinkinderen in de speeltuin.Beeld Eigen archief

Dit artikel kwam tot stand met inbreng van lezers. Wilt u ook meedenken met de VolkskrantMeld u dan aan voor de Open Redactie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden