Toch was opstand tegen Morsi een stap vooruit

Het afzetten van een democratisch gekozen leider is niet per definitie een vergrijp tegen de democratie.

Zeker nu er serieus bloed is gevloeid en tot opstand en gewelddadig verzet wordt opgeroepen, overheerst negativisme over de ontwikkelingen die leidden tot het afzetten van de Egyptische president Morsi door het leger. De Britse Midden-Oostenspecialist Robert Fisk benadrukte dat Morsi electoraal steviger in zijn schoenen stond dan leiders van keurige democratieën als David Cameron en George W. Bush. Eerder al oordeelde minister Frans Timmermans: 'Dit is geen democratische weg, dus in die zin is het af te keuren.' En in deze krant wees Thomas von der Dunk nog eens op de hopeloos corrupte, cliëntelistische structuur van Midden-Oosterse samenlevingen.


Daarmee voegden zij zich in een koor van bezorgde hoofdschudders, onder wie de Moslimbroeders zelf. Maar is dat wel terecht? Of ligt het gelijk meer bij interim-president Adly Mansour, die verklaarde dat 'het volk de echte leider is en de bron van alle macht' en daaraan toevoegde: 'Met hun demonstraties hebben zij de revolutie weer in de goede richting gestuurd'. Als we 'revolutie' even gelijkstellen aan 'democratie', zei hij dan niet dat de gebeurtenissen een min of meer reguliere stap in het democratisch proces vormden?


Om daar een antwoord op te vinden, moeten we eerst bedenken wat een democratie eigenlijk is. De populairste definitie is tevens de platste: democratie betekent dat machthebbers via min of meer betrouwbare verkiezingen op hun post zijn gekomen. Dat is ook waar de Moslimbroeders op blijven hameren: Morsi kreeg 51 procent van de stemmen, en is daarom tenminste een termijn lang de enige rechtmatige president.


Maar dat is onzin. Verkiezingen zijn slechts een instrument van de democratie. Wie een machthebber kiest die vervolgens ongebreideld zijn gang kan gaan, hijst slechts een niet-erfelijke absolute vorst op de troon. Iran houdt best aardige verkiezingen, maar een democratie kun je het land niet noemen. Omgekeerd riep heel het verlichte Westen, toen de Palestijnen jaren geleden eens echte verkiezingen hielden, plotseling dat dat niet telde, enkel omdat de uitslag (Hamas won) niet beviel.


Morsi zelf zei over de macht die hij als gekozen president bezat: 'Zelfs ik als president mag mijn macht niet misbruiken om anderen mijn wil op te leggen.' Dat gold, vond hij, ook omgekeerd, dus hadden volk en leger hem niet mogen afzetten. Het klinkt heel keurig, maar let op: aan dat 'zelfs' kun je zien dat Morsi geen snars van democratie begrijpt, of wil begrijpen. Hij redeneert: eens gegeven blijft gegeven. Hij voelt alleen een morele verplichting om zich niet al te ongeremd uit te leven, zoals je als grote zus geen irritante kleine broertjes mag slaan. Maar in een democratie is de macht van een gezagsdrager over de anderen niet absoluut en ook niet van God of een andere mystieke grootheid gegeven. Die macht berust op een afspraak mét die anderen. Ze wordt om pragmatische redenen gegund.


Cynici zeggen daarom wel dat democratie georganiseerd wantrouwen is: we vertrouwen niemand de macht toe, verdragen niemand boven onszelf, dus laten we stukjes macht met behulp van verkiezingen rouleren en controleren we ons gek.


Hoewel daar zeker iets inzit, miskent het toch de meerwaarde van democratie. Die bestaat uit de betere levenskwaliteit voor iedereen, dus ook voor jezelf, die voortvloeit uit een stabiele, breed gedragen staat in combinatie met rechtszekerheid.


De basis waarop dat het best kan worden bereikt, is een gedeeld geloof in gelijkwaardigheid en gelijkberechtiging. Die twee begrippen vormen de basis van de democratische gedachte en daarom - maar dit ter zijde - is een serieuze democratie ook alleen mogelijk bij een scheiding van kerk en staat.


Het kernpunt is dat macht die wordt gegund ook weer kan worden afgenomen. Daar komt bij dat termijnen ook maar afspraken zijn, geen heilige, onaantastbare grootheden. Dat is geen politieke opvatting, maar een fact of life. Menige verenigingsbestuurder (verenigingen zijn instellingen op democratische grondslag bij uitstek) weet door schade en schande wat er kan gebeuren als het draagvlak wegvalt. Een werkbaar democratisch stelsel moet daarom waarborgen bevatten om het draagvlak voor het zittende regime intact te houden, maar ook mechanismen om zo nodig tussentijds op een nette manier van regime te wisselen. Een functionerend democratisch stelsel herken je daarom aan de voortdurende constructieve dialoog op voet van gelijkheid tussen alle partijen: regering en oppositie, grote en kleine volksdelen, winnaars én verliezers van de laatste verkiezingen.


Op dat vlak liet Morsi het ten enenmale afweten. Hij werd, zoals NOS-correspondent Sander van Hoorn zei, nooit meer dan de president van de Moslimbroederschap. Hij begreep niet dat gelijkberechtiging betekent dat de rechten van de verliezers van verkiezingen per definitie niet worden opgeschort, en begon Egypte even naarstig als dwingend naar eigen islamitisch inzicht in te richten, net zoals in mindere mate premier Erdogan in Turkije dat doet.


Als Morsi iets deed, was het juist wél zijn wil aan anderen opleggen. Dat was in zijn ogen geen misbruik van zijn macht, en daarom gerechtvaardigd.


Wat Morsi ook naliet en zelfs tegenging, was het opbouwen van instituties waarin die essentiële constructieve dialoog vorm kon krijgen en het draagvlak gemeten en in stand kon worden gehouden. Instanties als een goed functionerend parlement, een van de politiek afgeschermde rechtspraak, faciliteiten voor partij- en burgerschapsvorming en vrije media.


We kunnen niet anders dan concluderen dat hij zijn mandaat heeft verprutst, en dat de macht hem door een aanzienlijk deel van de Egyptenaren niet langer werd gegund. Het draagvlak was weg, dus werd hij tussentijds door een motie van wantrouwen weggestuurd, zoals wij Nederlanders op het Binnenhof in de afgelopen tien jaar wel vier keer met een regering deden. Bij gebrek aan een goed werkend Binnenhof deden de Egyptenaren dat alleen vanaf het Tahrirplein en kwam het leger eraan te pas.


Het is een ruwe en slecht beheersbare manier om het politieke discours te voeren, met een angstwekkend onzekere uitkomst. Ook valt niet te ontkennen dat er in het land sterke krachten zijn die ofwel niets van moderniteit en democratie moeten hebben, of er, zoals de Moslimbroeders, slechts een handige manier in zien om aan de macht te geraken.


Maar daar staat tegenover dat naast de massa's demonstranten meer dan 20 miljoen Egyptenaren met hun handtekening hebben laten weten dat ze gehoord en politiek serieus genomen willen worden. Dat ze zichzelf zijn gaan zien als gelijkwaardige en volwaardige burgers. Dat lijkt ook gewicht te hebben: er wordt na de coup wel weer gewerkt aan een grondwet die op meer draagvlak kan rekenen, gevolgd door verkiezingen.


Er gaat vast nog veel gruwelijk mis in Egypte. Maar die geest krijg je niet meer zo gemakkelijk terug in de fles. Dat is waarom Mansour gelijk heeft: de demonstratieve opstand tegen Morsi was werkelijk een stap vooruit in het democratisch proces.


Rik Smits is taalkundige en publicist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden