'Toch niet erfelijk' haalt de krant niet

Bewering: 'Publiciteit over onderzoek naar adhd helpt patiënten.'

Wat ziet de wetenschap tegenwoordig als oorzaak van adhd? Tien tegen een dat u, als u de krant een beetje volgt, zult antwoorden: 'adhd is een genetische aandoening', of: 'Dat is toch erfelijk bepaald?'


Dat is ook licht de indruk die ontstaat, als u de krant een beetje volgt. Studies waaruit duidelijk nieuwe genetische verbanden blijken, komen namelijk uitgebreid in de krant, maar vervolgstudies waarin deze eerste bevindingen worden betwijfeld of onderuitgehaald, halen de kranten amper. 'Doordat kranten het publiek niet vertelden dat de meeste aanvankelijke claims later weerlegd of sterk afgezwakt waren, weerspiegelden ze niet de ontwikkeling van wetenschappelijke inzichten. Als dit ook voor andere gebieden van de geneeskunde geldt, is dit een belangrijke oorzaak van vertekening in de communicatie over de medische wetenschap', concludeerden Franse onderzoekers vorige maand in het tijdschrift PLoS One.


Er begint een mooie traditie te ontstaan van onderzoekers die zich buigen over de verhouding tussen media en wetenschap. Was het vroeger gebruikelijk de media direct de schuld te geven als iets niet helemaal goed overkwam, steeds vaker is de conclusie dat er ook wat schort aan de zenderkant van de wetenschapscommunicatie. De Franse onderzoekers, onder leiding van François Gonon van de universiteit van Bordeaux, plaatsen zich ferm in deze traditie.


Zij begonnen met 47 wetenschappelijke studies naar adhd uit de jaren negentig, bij elkaar goed voor 347 krantenknipsels. Van de tien artikelen die in de krant de meeste aandacht hadden gekregen, bekeken zij vervolgens de wetenschappelijke lotgevallen. Hielden de studies stand in vervolgonderzoek? Bleken de effecten toch kleiner dan gedacht of zelfs verdampt? Met vervolgens natuurlijk de vraag: kwamen die vervolgstudies, die 'replicaties', ook zo uitgebreid in de krant?


Nee. Zes van de toptienstudies werden in de jaren daarna flink genuanceerd of compleet ondergraven; de uitkomsten van een zevende studie zijn inmiddels erg onwaarschijnlijk. De toptien leidde tot 223 krantenberichten, de 67 replicaties maar tot 57 - waarvan een groot deel nog aan een enkele studie was gewijd (over het verband tussen ritalingebruik en latere cocaïneverslaving). De in 1996 gepubliceerde suggestie van Gerald LaHoste bijvoorbeeld, dat kinderen met adhd drie keer zo vaak een speciale vorm van een dopaminereceptorgen hebben, leidde tot 19 krantenartikelen; de 16 replicaties waarin het verband allengs tot vrijwel nul werd gereduceerd, hebben geen van alle de door Gonon onderzochte kranten gehaald.


Inmiddels, zo stelt hij, menen alle onderzoekers (behalve misschien de hardnekkigste genetisch deterministen) dat de omgeving een centrale rol speelt in het ontstaan van adhd. Uitspraken van onderzoekers dat zij 'nu voor het eerst hebben bewezen' dat adhd erfelijk is, halen gemakkelijk de kranten, maar zijn in feite volslagen onverantwoord. 'Het wordt tijd dat onderzoekers, tijdschriftredacteuren en voorlichters ethische regels opstellen en handhaven over medische communicatie. De tijd is ook rijp om journalisten voor deze vorm van vertekening te waarschuwen.'


Onder wetenschappers zal het geen verbazing wekken dat zeven van de tien resultaten geen stand hielden: zij nemen juist die 'doorbraken' met een korreltje zout. Gonon laat zien dat kranten hierop minder bedacht zijn en dat wetenschappers, voorlichters en tijdschriftredacties hierop maar al te graag inspelen. (Het zou interessant zijn te kijken of over de replicaties evenveel enthousiaste persberichten uitgaan als over de initiële bevindingen, maar daarvoor was in de jaren negentig nog geen goed databestand, zegt Gonon.) Dit alles bij elkaar leidt ertoe, meent hij, dat beloften over mooie geneesmiddelen en nieuwe biomarkers niet worden ingelost en krantenlezers een vertekend beeld van wetenschappelijke vooruitgang krijgen - waarbij onder 'krantenlezers' ook collega-wetenschappers, behandelaars en natuurlijk subsidieverstrekkers moet worden begrepen.


Het ergst van de vertekening is toch, zegt Gonon, dat die 'nadelige gevolgen zou kunnen hebben voor de behandeling en preventie van adhd'.


Oordeel:

Als vervolgonderzoek genegeerd wordt, pakt publiciteit slecht uit.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden