Toch Nederlands geld naar Griekenland

Er gaat dus toch Duits en Nederlands belastinggeld naar Griekenland, dat jarenlang boven zijn stand heeft geleefd. Als Athene een beroep doet op het zondag afgekaarte hulpprogramma, maakt Berlijn komend jaar 8,1 miljard euro over en Nederland 1,8 miljard. Alle bezwerende woorden van bondskanselier Merkel, premier Balkenende en minister De Jager ten spijt.

Van onze correspondent Marc Peeperkorn

Natuurlijk moet Griekenland rente betalen over de leningen: 5 procent. Dat is fors, maar nog steeds minder dan de financiële markten aan Athene vragen. Als alles goed gaat, worden de Duitse en Nederlandse burgers er rijker van. Blijkt Griekenland echter niet bij machte zijn financiële puinhopen tijdig te ruimen, dan schieten Berlijn en Den Haag er bij in.

Dat de eurolanden over de brug zouden komen om Griekenland te helpen, stond al vast. Feitelijk was het een drietrapsraket die werd afgevuurd, critici van de Griekse steun spreken liever van een fuik met drie ringen waar de eurolanden doorheen werden gejaagd.

De eerste stap zetten de regeringsleiders van de eurolanden op 11 februari. Toen verklaarden ze ‘vastbesloten en gecoördineerd’ op te treden als de euro in gevaar zou komen door de malaise in Griekenland.

Tweede stap

Omdat deze garantie geen enkele indruk maakte op de financiële markten, zagen de euroleiders zich gedwongen tot een tweede stap. Op 25 maart werden ze het eens over een gezamenlijk (eurolanden en het Internationaal Monetair Fonds) hulpprogramma, mocht Griekenland erom vragen. De eurolanden zouden het voortouw nemen bij de leningen, die zeker geen subsidies mochten zijn.

Omdat verdere details (bedragen, percentages) ontbraken, bleef ook deze verklaring in het luchtledige hangen. Afgelopen weken werd het opnieuw duurder voor Athene om te lenen op de internationale geldmarkt. Bovendien sloeg de onrust onder de Grieken toe, getuige het feit dat die tien miljard euro spaargeld bij hun banken weghaalden.

Stap drie

Stap drie was daarmee onvermijdelijk: de technische uitwerking van het hulpprogramma waarover de financiënministers van de eurolanden afgelopen weekeinde een akkoord bereikten. Daarin staat duidelijk dat alle eurolanden meebetalen, welke bedragen ermee gemoeid zijn, wat de rente is en dat de Europese Commissie de hulpactie coördineert.

Ook de felste tegenstanders van Europese hulp voor Griekenland – Duitsland en Nederland – zijn om. Ze hebben het rentetarief iets weten op te drijven, maar beide landen zien dat er geen weg terug is. Zonder noodleningen voor Athene dreigt de euro zijn waarde te verliezen. Verder bezitten Nederlandse en Duitse banken voor miljarden euro aan Griekse staatsobligaties, die anders in rook opgaan.

Europees Verdrag

Het hulpprogramma is dus begrijpelijk maar schuurt wel met het Europese Verdrag. Dat verbiedt namelijk gezamenlijke reddingsoperaties voor een euroland. Nu gaat het op papier om bilaterale leningen, dus ieder land beslist zelf. Maar in de praktijk doet iedereen mee, volgens een vaste verdeelsleutel, met hetzelfde rentetarief en de Commissie als loket. Bovendien ziet Europees Commissaris Rehn (economische zaken) de steunoperatie voor Griekenland als opmaat naar een ‘permanent crisismechanisme’, een idee dat hij de komende maanden wil uitwerken.

Dezelfde critici van de Griekse hulp verwachten dat boze belastingbetalers naar het Europees Hof van Justitie stappen. In Duitsland hebben hoogleraren daarmee geschermd. Ze maken volgens de critici een goede kans.

Een man loopt bij de Griekse Centrale Bank (AFP) Beeld
Een man loopt bij de Griekse Centrale Bank (AFP)

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden