Toch maar weggooien?

De cadeaumomenten stapelen zich op. Stress en schuldgevoel strijden om voorrang. Niet meedoen is echt geen optie. Door Caspar Janssen..

Het liefst doe je natuurlijk aan die hele flauwekul niet mee. Die rondedans met cadeaus, voor Sinterklaas, Kerst, Valentijnsdag, Sint Maarten, bruiloften, verjaardagen enzovoorts. Zinloos is het natuurlijk, al dat gedraaf door de koopgoten van de stad, het gedrom in warenhuizen en speelgoedwinkels, het eindeloze geschuif met flessen wijn, bossen bloemen, chocoladeletters, VVV- en boekenbonnen, het hele jaar door.

Belachelijk, al die tonnen plastic speelgoed die in een maand tijd miljoenen huiskamers worden binnengedragen om een paar maanden later, al of niet kapot, weer in de vuilcontainer te verdwijnen. Zelf denk je aan al die flessen goedkope aftershave, waarvan je nooit durft te zeggen dat je ze niet wilt. Het hele jaar door staan ze stof te vangen, totdat je ze, als de volgende Sinterklaas alweer het land binnenstoomt, alsnog resoluut weggooit. Om in SP-terminologie te blijven: alleen het grootkapitaal, nou ja, de middenstand, wordt beter van deze (geld)verspilling.

Zelf, daarentegen, zit je in januari, als de feestdagen voor heel even achter de rug zijn, met stapels nutteloze cadeaus en met het knagende gevoel dat je ook dit jaar weer tekortgeschoten bent tegenover je gezinsleden, je familie en je vrienden, die overigens met precies hetzelfde probleem zitten. En – niet onbelangrijk – op je bankafschriften staan alle seinen op rood, waardoor er maar een ding opzit: hard aan het werk gaan en nog meer geld verdienen. Ook dat ziet het grootkapitaal graag.

Liever doe je dus niet mee. Het draait toch om echte liefde, warmte, aandacht en zorg, vind je.

Maar niet meedoen kan niet. En het klopt ook niet, weet je inmiddels. Je hebt het weleens geprobeerd, zo tussen je 20ste en 30ste. Bij jou op de wc geen verjaardagskalender van Marjolein Bastin, op Sinterklaasavond zat je heerlijk in het café en Kerst en Oud en Nieuw bracht je met geestverwanten door in een vakantiehuisje, diep weggestopt in het bos.

Het probleem was: je ging je toch schuldig voelen. Wegens de teleurstelling van je ouders, omdat ze toch stilletjes hadden gehoopt dat je hun verjaardag dit jaar niet zou vergeten, wegens de teleurstelling van je neefjes, die het toch leuk hadden gevonden als hun favoriete oom of tante gezellig Sinterklaasavond had meegevierd, wegens het verdriet van je vriend of vriendin, die toch had gehoopt op een mooie, spontane blijk van liefde op zijn of haar verjaardag.

Je merkte pas echt dat er iets niet klopte toen vrienden ook je eigen verjaardag gingen vergeten. Zeker, je vergat hun verjaardagen ook, en je vierde je verjaardag eigenlijk toch niet, maar het voelde toch een beetje alsof je vrienden niet meer van je hielden. En als je dan een keer aankondigde je verjaardag wel te vieren, nam de helft van de gasten niet de moeite een cadeau mee te nemen, of ze kwamen aanzetten met een cd uit hun eigen collectie, een uit de avondwinkel opgeduikelde fles wijn of met het nieuwste boekje van Youp van ’t Hek. Zo deed je het zelf ook altijd, uitgezonderd dan dat boekje van Youp van ’t Hek, want dat ging je toch echt te ver.

En Sinterklaas, had je zelf vroeger, als kind, niet ontzettend genoten van die pakavondjes, van die wasmanden vol met cadeaus die opeens in de gang stonden, van de bijbehorende gedichten, van de zowaar feestelijke sfeer in huis. En je herinnerde je nog surpriseavonden in je studentenhuis, die uitermate gezellig waren en waarbij je het zelf toch ook leuk vond om iets creatiefs bij te dragen.

En zo kom je op een dag tot de conclusie: niet meedoen is geen optie. Het is gemakzucht, vooral, en het geeft blijk van gebrek aan liefde en respect, voor jezelf en voor je naasten. En niet meedoen is zowat net zo onpraktisch als wel meedoen. Of, zoals zelfs bekend ‘consuminderaar’ Marieke Henselmans zegt: ‘Ik ken een groep mensen die een paar jaar geleden bij elkaar kwam om Kerst bewust niet te vieren. Dat geeft dus al aan dat Kerst hoe dan ook onontkoombaar is.’

‘Cadeaus zijn belangrijk, meent Henselmans. ‘We kunnen niet zonder cadeaus, en dat moeten we ook niet willen. Liefde en vriendschap tussen mensen moet af en toe extra bevestigd worden en dat doe je door het geven van een cadeau. Een cadeau is een symbool voor het bevestigen van een band.’

Goed, dat is duidelijk. Maar nu zit je dus met cadeaustress. Want het aantal cadeaumomenten in een jaar is schier onafzienbaar. Zeker als je eenmaal kinderen hebt. Verandert je kind van groep op de crèche? Cadeautje, voor de leidsters en voor alle kinderen. Neemt je kind afscheid van de crèche: idem. Gaat er een leidster weg? Cadeautje. En zo gaat het, eenmaal op de lagere school, door. Iemand is er ooit mee begonnen en nu kun je er voor je goed fatsoen niet meer onderuit.

Het is nog altijd zo: de man lijdt eronder en de vrouw doet het werk. Zij gaat er op een zondagmiddag – het enige vrije moment in de week – voor zitten om iets creatiefs te doen: gezichtjes schilderen op mooie stenen, en dat dan mooi inpakken. De man staat met open mond toe te kijken en vraagt zich af: hoe kan het dat al die ingrediënten zomaar in huis zijn: de waterverf, de mooie stenen, het mooie papier, de envelopjes. Een wonder is het.

Ook nog niet veranderd: de man heeft meer moeite met het kopen van een cadeau voor zijn vrouw dan andersom. Er zijn mannen bij wie al een maand voor de verjaardag van hun partner de paniek toeslaat. De vrouw weet het niet, maar hij loopt wel degelijk als een blind paard decoratiewinkel in en antiekwinkeltje uit. En als de tijd gaat dringen, koopt hij alsnog het verkeerde cadeau: lullige, gekleurde borrelglaasjes die in de winkel nog heel bijzonder leken, een veel te dure, verkeerde halsketting. Andere mannen blijven er rustiger onder. Ze kopen een dag voor de verjaardag van hun vrouw een koekenpan en zijn vervolgens verbaasd over de lauwe reactie van hun partner.

Dat is ook zoiets: geliefden maken het elkaar een stuk moeilijker dan vrienden en kennissen. Tegenover je geliefde is het nu eenmaal onmogelijk je teleurstelling te verbergen. Dus lopen de spanningen vaak hoog op. Want de gever van het geschenk heeft toch echt zijn best gedaan, vindt hij of zij.

Natuurlijk: al die stress kan voorkomen worden. De aanstaande jarige kan van tevoren overduidelijke hints geven. ‘Ik zag die en die prachtig tas in die en die winkel liggen.’ Probleem is dat niet alle mannen de hints ook begrijpen. Ze denken dat hun partner die tas dan de volgende dag gaat kopen, dus doen zij het maar niet.

Minder romantisch, maar wel zo praktisch is afspreken het cadeau samen uit te zoeken. Niet slim is: van tevoren zeggen dat je een cadeau op je verjaardag helemaal niet zo belangrijk vindt. Veel mannen nemen die opmerking serieus en kopen dan ook niets.

Daarmee is het met het cadeauleed nog niet gedaan. In de rubriek ‘Moderne Manieren’ in Trouw, beantwoord Beatrijs Ritsema al jaren etiquettevragen van lezers. Een aanzienlijk deel van de vragen betreft brandende kwesties over de do’s en don’ts van het schenken en ontvangen. Wat te vinden van het dwingende karakter van de cadeaumand met gewenst speelgoed die jarige kinderen steeds vaker inrichten bij speelgoedwinkels? Wat te denken van mensen die brutaalweg geld vragen als ze iets te vieren hebben, door middel van een getekend envelopje op de uitnodiging? Wat te doen met gasten die al jaren komen aanzetten met goedkope migrainewijn als cadeau? Wat te bedenken voor kleinkinderen die echt alles al hebben? En moet de ontvanger nu wel of niet bedankbriefjes sturen?

Ritsema toont zich in haar antwoorden strikt en nogal klassiek. Nee, geld vragen of geven kan echt niet en is zelfs ‘ordinair’, tenzij het een inzameling betreft voor een gemeenschappelijk cadeau. Bedankbriefjes moeten zowat altijd worden gestuurd, en een lezer die het waagt op te merken dat hij moe wordt van die obligate uitruil van flessen wijn en bossen bloemen, krijgt het onverbiddelijke antwoord: ‘Elk geschenk vraagt om een tegenprestatie of is er zelf een.’

Het klinkt allemaal logisch, maar brengt niet bepaald verlichting in een tijd waarin de cadeaumomenten zich opstapelen. En wie de aanwijzingen opvolgt van Hoe hoort het eigenlijk? van Amy Groskamp-ten Have, het standaardwerk over etiquette uit 1939, dat in 1999 in de door Reinildis van Ditzhuyzen in herziene versie op de markt kwam, zal gezien de bewerkelijkheid van de regels aan een normaal leven niet meer toekomen. In Hoe hoort het eigenlijk? biedt ‘het personeel’ vaak uitkomst, maar daar kan een modern huisgezin weinig mee.

Het moderne huisgezin zit nu met de komende feestdagen in de maag. Dat vereist cadeaumanagement, zowel om stress als onnodige uitgaven te voorkomen. De adviezen van Marieke Henselmans bieden dan wat meer uitkomst. In haar boek Goed opgevoed, dat dit jaar verscheen en in haar nieuwste boek Hoor wie klopt daar geld uit mijn zak beschrijft ze hoe de feestdagen op prettige doch niet al te dure wijze door te komen. Het geheim, zegt Henselmans, zit hem vooral in aandacht en aankleding. ‘Je moet zoveel sfeer creëren dat het belang van cadeaus naar de achtergrond verdwijnt. Veel versiering en muziek, samen eten maken, met z’n allen naar de intocht van Sinterklaas, je schoentje zetten in de supermarkt.’

Desondanks moet Henselmans erkennen dat het naarmate kinderen ouder worden steeds moeilijker wordt om ze nog ergens blij mee te maken. Daar komt bij: ‘Juist ouders met weinig geld worden vaak gedreven door schuldgevoel.

Ze halen alles uit de kast om hun kind toch tevreden te stellen. Zelf worden ze er vaak niet vrolijker van, terwijl dat toch juist belangrijk is. Met liefde, aandacht en zorg kun je veel bereiken.’ Ouders die wel wat te besteden hebben zitten met een praktisch probleem: wat heeft ons kind nog niet? En, heel vaak: waar haal je de tijd vandaan om al die cadeaus te kopen? Deze ouders passen, aldus Henselmans, vaak de ‘weinig-tijd-dure-cadeaus-methode’ toe. Terwijl dure cadeaus, zeggen alle etiquette-deskundigen, echt helemaal niet nodig en soms zelfs niet wenselijk zijn.

Er zit niets anders op om helemaal aan het begin, als je eerste kind nog in de wieg ligt, een beleid te ontwikkelen dat erop is gericht het kopen van grote, dure cadeaus zo lang mogelijk uit te stellen, zo is de strekking van Henselmans betoog. Dat begint al in het peuterstadium. Zo hoeven kinderen tot twee jaar nog geen cadeaus. Zij zijn perfect tevreden als je hun eigen speelgoed inpakt, zodat zij het kunnen uitpakken.

Een andere tip van Henselmans: maak gedurende het jaar een verlanglijstje voor alle kinderen en neem een wens pas serieus als die drie keer is gemeld. Pas dan weet je dat er geen sprake is van een bevlieging. En als er echt weinig geld is, is het beter dat ook eerlijk met de kinderen te bespreken.

Bij kinderen die juist alles al hebben, is het het proberen waard, aldus Henselmans, helemaal terug te gaan naar af. ‘Ga lieve briefjes cadeau doen, een dichtbundel, een medaillonnetje of een klein gouden hartje.’ Ja, als dat werkt voor pubers met een eigen game-o-theek en een kast vol merkkleding op hun kamer, is er inderdaad misschien nog hoop in de komende feestmaand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden