Toch liever kunstenaar

Het beeld rukt de laatste decennia snel op ten koste van de tekst - de veranderende krant en het onderwerp van deze recensie zijn er een voorbeeld van. Vanaf de uitvinding van de boekdrukkunst tot aan de digitale revolutie was het geschreven woord oppermachtig en nu verandert dat allemaal razendsnel. Het leuke aan Ecrivains / Artistes is, dat je kunt zien hoe in de prehistorie van het niet-digitale tijdperk de taal en het visuele in de inborst van telkens één kunstenaar om voorrang vechten, als in een frivole voorgeschiedenis van de Total War tussen tekst en beeld van nu.


Volgens Linares komen dubbeltalenten pas echt op met de romantiek, wanneer de verbeeldingskracht de genres doet vervagen en de regels in de kunst voortaan door de kunstenaar zelf worden vastgesteld. Handschrift en tekening lopen in elkaar over en de typografie wordt aan allerlei experimenten onderworpen. Mallarmé schrijft eind negentiende eeuw voor zijn dochter een gedicht op een waaier en je kunt het als frivoliteit opvatten, maar de ineengevouwen regels voegen zich feilloos in het hermetisch dichterschap van deze symbolist.


'Men kan dichter zijn in alle domeinen', schreef Apollinaire een paar decennia later, en ook schrijvers lieten zich graag gaan. Vanaf de romantiek zien we plaatjes en krabbels in de marge van hun manuscripten (Dostojevski, Proust), zelfgemaakte illustraties van Lewis Carroll en Kafka, of Victor Hugo's woeste tekening van Gavroche, de straatjongen uit Les Misérables. En agitprop van Majakovski, een soort strip van Alfred de Musset of gewoon tekeningen en schilderijen, zoals de door Rimbaud met verachting getekende burgerman in regenjas of landschappen van Goethe, Georges Sand en Lermontov.


Menig schrijver was, net als Goethe, liever kunstenaar geworden. Théophile Gautier schrijft in zijn Histoire du romantisme (1872) hoe fijn het is om wanneer je het penseel eenmaal voor de pen hebt verruild te kunnen verzuchten: 'Wat had ik een groot schilder kunnen zijn!'


Serge Linares richt zich vooral op schrijvers die schilderen of tekenen en niet op kunstenaars die met taal werken. Kurt Schwitters, Christian Dotremont en Marcel Broodthaers zijn uitzonderingen: de laatste mislukte als dichter en werd als kunstenaar bekend. Maar waar zijn de conceptuele kunstenaars van de laatste vijftig jaar, met werk vol taal en tekst, te beginnen met Lawrence Weiner en Joseph Kosuth?


Zoals overal het beeld oprukt ten koste van de tekst, verliezen taal en inhoud het onbedoeld ook in dit boek. Nog niet eens vanwege de typisch Franse gezwollenheid van Linares' zinnen ('Schrijvers hopen in de kunstzinnige uitdrukkingsvorm hun verlangen te stillen naar onschuld en vrijheid'), want die is onder de schaduw van een plataan best te harden. Maar wel omdat het ondanks de ondertitel net zo goed een halve eeuw geleden geschreven had kunnen zijn, op een paar plaatjes en alinea's na.


Waarom besteedt Ecrivains / Artistes om te beginnen geen aandacht aan de eerste manifestaties van het stripverhaal in de negentiende eeuw, nu dat als een serieus genre geldt? In 1845 publiceerde de Zwitser Rodolphe Töppfer het beeldverhaal De reizen en avonturen van Mijnheer Prikkebeen en niet veel later volgden de nog altijd lezenswaardige strips van Wilhelm Busch. Linares beperkt zich tot de weergave van een niet gedrukte reeks tekeningen met onleesbare onderschriften van De Musset, terwijl Wilhelm Busch in vele talen in heel Europa verscheen. Die was echter geen Fransman. Zelfs wanneer je je niet wilt laten meeslepen door de hardnekkige academische bewondering voor alles wat met populaire cultuur heeft te maken, kun je in een boek als dit toch moeilijk aan de geboorte van de strip voorbijgaan.


En wat een gemiste kans om geen letter aan de opkomst van internet te wijden, aan het digitale beeldgedicht, aan de vermenging van design met typografie en tekst en aan multimediale kunst die moeiteloos schakelt van woord naar beeld en weer terug. Wie echter bereid is gemiste kansen op de koop toe te nemen - en zonder deze bereidheid valt hoe dan ook niet te leven en te lezen - die heeft een prachtig koffietafelboek vol schrijversverrassingen in handen.


Serge Linares: Ecrivains / Artistes - La tentation plastique / XVIIIe - XXIe siècle.


Citadelles & Mazenod; 272 pagina's; € 65,55.


ISBN 978 2 8508 8331 6.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden